Eetpatroon ingezet bij diabetes type 2, psychische klachten en meer
Snel afvallen, meer energie, minder medicijnen: therapeutische koolhydraatbeperking belooft je veel, vooral als je diabetes type 2, psychische klachten of een hersenaandoening hebt. Wat gebeurt er in je lichaam bij dit eetpatroon?
Therapeutische koolhydraatbeperking klinkt als een hip, nieuwe eetpatroon, maar het bestaat al heel lang. Al begin vorige eeuw werd ontdekt dat mensen met epilepsie veel minder aanvallen hadden als ze weinig koolhydraten en juist veel vet aten. Dat effect leek sterk op wat er gebeurde tijdens vasten, een methode die al veel langer gebruikt werd om epileptische aanvallen te verminderen. Het probleem met vasten was alleen dat bijna niemand dat lang kon volhouden. Een strenge koolhydraatbeperking bleek een praktischer alternatief.
Met deze therapeutische koolhydraatbeperking, tegenwoordig ook wel ketogeen dieet genoemd, breng je het lichaam in eenzelfde soort spaarstand als vasten. Nadat er goede medicijnen tegen epilepsie kwamen, raakte deze voedingsaanpak op de achtergrond. Pas sinds zo’n vijftien jaar is de belangstelling weer terug, en niet alleen bij epilepsie, maar ook bij overgewicht, diabetes type 2, psychische klachten en hersenziektes.
Wat is therapeutische koolhydraatbeperking?
Veel mensen zijn gewend om minstens de helft van hun energie uit koolhydraatrijke producten te halen: brood, rijst, pasta, aardappelen, frisdrank en zoete snacks. Bij therapeutische koolhydraatbeperking beperk je de hoeveelheid koolhydraten in je eetpatroon. Dat kan in verschillende gradaties:
- Licht koolhydraatbeperkt: 100 tot 150 gram koolhydraten per dag
- Matig koolhydraatbeperkt: 50 tot 100 gram koolhydraten per dag
- Ketogeen: maximaal 20 tot 50 gram koolhydraten per dag
Ter vergelijking: gemiddeld eet iemand ongeveer 215 gram koolhydraten per dag. Bij minder koolhydraten compenseer je dat met extra vet en eiwit, bijvoorbeeld in de vorm van volle zuivel, vis, eieren, kaas, noten en zaden. De koolhydraten die nog wél gegeten worden, komen vooral uit groenten en een beetje fruit.
Minder insuline, meer rust
Wat gebeurt er nou precies als je minder koolhydraten gebruikt? Het minderen met koolhydraten zorgt meestal voor gewichtsverlies. Dat komt niet alleen omdat je minder energie (calorieën) binnenkrijgt, maar ook omdat je makkelijker vet verbrandt. Het hormoon insuline speelt hier een belangrijke rol bij. Koolhydraten verhogen altijd de hoeveelheid glucose in het bloed; de bloedsuiker of bloedglucose. Het lichaam maakt vervolgens het hormoon insuline aan om de bloedglucose te verlagen. Wie vaak en veel koolhydraten eet, heeft dus veel insuline nodig om bloedglucose op peil te houden. Bij minder koolhydraten is er minder insuline nodig. De bloedglucose is dan meer stabiel, en dat zorgt voor meer rust in het lichaam: minder schommelingen in energie. Veel mensen ervaren daardoor ook minder trek in tussendoortjes. Eetlust wordt dan eetrust. Doordat er minder insuline aangemaakt wordt én er minder vaak gegeten wordt, gebeurt er nog iets gunstigs: je lichaam krijgt de kans om vet te verbranden. Het hormoon insuline maakt het namelijk ook lastiger om vet te verbranden. Dus terwijl hoge insulinespiegels de vetverbranding onderdrukken, stimuleren ze juist de trek in tussendoortjes. Dat kan een vicieuze cirkel veroorzaken van veel (suikerrijk) snacken, hoge insulinespiegels en gewichtstoename.
Lees ook: Zijn koolhydraten slecht voor je?
Gevoeligheid voor insuline
De hernieuwde aandacht voor koolhydraatbeperking heeft veel te maken met een ongevoeligheid voor insuline die steeds vaker voorkomt. Deze insulineresistentie ontstaat door een samenspel van erfelijke aanleg en leefstijl, zoals overgewicht, ongezond eten, weinig bewegen, stress en slecht slapen. Vooral overgewicht is een belangrijke oorzaak: volgens onderzoek is zeven van de tien mensen met overgewicht insulineresistent. Door een verminderde insulinegevoeligheid blijft het lichaam aldoor insuline produceren om de bloedglucose in toom te houden. Dit leidt tot hoge insulinepieken, wat de ongevoeligheid verder versterkt, en kan uiteindelijk leiden tot diabetes type 2. Klachten zijn vaak vaag: vermoeidheid, concentratieproblemen of moeite met afvallen. Minder koolhydraten eten kan de insulinegevoeligheid verbeteren. Bij sommige mensen leidt dat tot gewichtsverlies, betere bloedwaarden en zelfs minder medicijnen.
Vet als brandstof
Normaal gesproken draait je lichaam bijna volledig op glucose, afkomstig uit koolhydraten. Maar je lichaam kan glucose ook produceren uit eiwitten en vetten. Bij een eetpatroon met minder dan 50 gram koolhydraten is er onvoldoende directe glucose beschikbaar als brandstof. Het lichaam schakelt dan over op een noodplan: je lever maakt ketonen aan uit vetzuren, als alternatief voor glucose. Deze stoffen kun je zien als een schoonmaakploeg. Ketonen ruimen schadelijke afvalstoffen op, zorgen ervoor dat de energiefabriekjes in de cellen (mitochondria) optimaal werken, en ze helpen bij het activeren van de reparatiesystemen in je lichaam. Zodra het lichaam ketonen aanmaakt, ben je 'in ketose'. Sommige mensen merken dat ze in ketose zijn doordat hun adem dan tijdelijk naar aceton ruikt. Ketose is ook te meten met speciale meetstrips.
Voor mensen met overgewicht kan ketose helpen, omdat het lichaam dan grotendeels draait op vetverbranding in plaats van suiker. Het punt van ketose bereik je alleen met een zeer streng koolhydraatbeperkt dieet en bij hoe weinig koolhydraten dat gebeurt verschilt per persoon. Dat vraagt een flinke aanpassing. Bovendien kan zo’n strenge koolhydraatbeperking in de eerste weken ook juist extra klachten geven. Veel mensen hebben last van vermoeidheid, hoofdpijn of duizeligheid, terwijl het lichaam overschakelt. Daarom is een streng koolhydraatbeperkt dieet niet iets om zomaar zelf te proberen. Goede begeleiding is belangrijk, zeker voor mensen die medicijnen gebruiken of een chronische aandoening hebben.
Effecten op de hersenen
Je voeding aanpassen om af te vallen is een logische stap. Maar waarom zou therapeutische koolhydraatbeperking ook invloed hebben op je hersenen? De ketonen die vrijkomen zijn niet alleen brandstof, maar hebben ook nog allerlei neventaken in de cellen. Ketonen stimuleren mogelijk de werking van de mitochondria in de hersenen en verminderen ontstekingen en schade door stress. Ook hebben ze invloed op dopamine: een hormoonachtig stofje in de hersenen dat te maken heeft met motivatie, aandacht en het gevoel van plezier. Daarom is er groeiende belangstelling voor therapeutische koolhydraatbeperking bij aandoeningen zoals bipolaire stoornis, schizofrenie en dementie. Onderzoek hiernaar is veelbelovend, maar nog niet afgerond. Er is meer kennis nodig om te weten voor wie dit echt werkt.
Niet voor iedereen hetzelfde
Uiteindelijk draait therapeutische koolhydraatbeperking niet om strikte regels, maar om luisteren naar je lichaam. Wat geeft energie? Wat houdt je verzadigd? Voeding met voldoende vitamines, mineralen, eiwitten en gezonde vetten vormen daarbij de basis. Maar alles wijst erop dat koolhydraatbeperking een blijvende plek krijgt in de gezondheidszorg: niet als hype, maar als een serieuze therapeutische optie. Tegelijk is het geen wondermiddel. Niet iedereen voelt zich er beter bij. Daarom is maatwerk essentieel: wat voor de één werkt, past niet altijd bij de ander.
Dit artikel is geschreven door Sophie Luderer. Sophie is diëtist. Ruim 20 jaar adviseerde ze patiënten in ziekenhuizen en op dialyseafdelingen. Haar missie is iedereen zo goed mogelijk te informeren en ingewikkelde informatie behapbaar maken.
- CBS