Dit betekent Prinsjesdag 2018 voor ouderen

Volgens de koning moet ‘iedereen concreet voelen dat het beter gaat’, maar is dat ook zo voor ouderen?

De ouderenbond KBO-PCOB was voor het uitspreken van de troonrede al sceptisch, want in de aanloop naar Prinsjesdag zijn al plannen gelekt, die niet alleen maar verbeteringen beloven. We zetten de belangrijkste maatregelen die ouderen raken op een rij.

Spaartaks: omlaag

De Telegraaf wist al eerder te melden dat de belasting op spaargeld omlaag gaat. De Belastingdienst gaat nu nog uit van een (fictief) rendement van 0,36 procent: dat wordt 0,13 procent. Dat scheelt spaarders met een vermogen boven de vrijstelling van 30.000 euro snel enkele tientjes per jaar.

Ouderenkorting: omhoog

Het fiscale voordeel van de ouderenkorting gaat iets omhoog: zo’n 160 euro. Maar wordt deels inkomensafhankelijk.

Meer geld naar verpleeghuiszorg

Aan verpleeghuiszorg wordt in 2019 1,2 miljard euro meer uitgegeven dan in 2017.

Zorgpremie: omhoog

Volgens gelekte plannen gaat het kabinet voor 2019 uit van een jaarlijkse basispremie van 1432 euro. Dat is 124 euro meer dan we dit jaar betalen: een stijging van 10,33 euro per maand. Deze aanname van de overheid is een richtlijn voor de zorgverzekeraars die in het najaar zelf hun tarieven bepalen; het kan dus nog anders uitpakken.

Zorgtoeslag: stijgt

Voor eenpersoonshuishoudens stijgt de zorgtoeslag waarschijnlijk met maximaal 92 euro en voor meerpersoonshuishoudens wordt dat 277 euro.

Zorgkosten: minder aftrekbaar 

Het huidige kabinet werkt aan een vereenvoudiging van de inkomstenbelasting. Dat betekent dat we volgend jaar van 3 naar 2 belastingschijven gaan, en dat er aftrekposten verdwijnen of afgebouwd worden. Kort gezegd komt dit erop neer dat met name de hoge inkomens ieder jaar minder mogen aftrekken. Net langer het maximale tarief van 52 procent (dit jaar), maar steeds 3 procent minder. In 2019 dus maximaal 49 procent totdat er in 2023 niet meer dan 37 procent.

Eigen risico: blijft gelijk

Het eigen risico voor de zorgverzekering blijft gelijk: 385 euro per jaar.

Aanpak stapeling zorgkosten

Wie zorg nodig heeft, krijgt vaak te maken met verschillende instanties en meerdere kostenposten, onder meer in de vorm van eigen bijdragen. Deze 'stapeling' wordt aangepakt. Wie in 2019 gebruik maakt van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, krijgt een vast abonnementstarief van 19 euro per maand. De maximale eigen bijdrage voor medicijnen wordt 250 euro per jaar. 

Vermogensbijtelling: omlaag

De vermogensbijtelling voor wie in en instelling verblijft wordt ook verlaagd. Waarschijnlijk van 8 naar 4 procent, maar de details zijn nog niet precies bekend.

Meer maatschappelijke dienstplicht

Er komen meer proeven met maatschappelijke diensttijd voor jongeren. Daar trekt de overheid 63 miljoen euro extra voor uit en een deel van dat geld zal waarschijnlijk terecht komen in de zorg.

Hypotheekrenteaftrek: omlaag

Met ingang van 1 januari 2019 zijn aftrekposten in de tweede schijf aftrekbaar tegen een tarief van 49,5 procent. Vanaf 1 januari 2020 wordt de hypotheekrenteaftrek gestaag afgebouwd: ieder jaar met 3 procent. Zo is vanaf 1 januari 2023 hypotheekrente alleen nog aftrekbaar tegen het tarief van de eerste schijf. Dat is afgerond 37 procent. Deze aftrekbeperking geldt naar verwachting niet alleen voor de hypotheekrente, maar ook voor alimentatie, specifieke zorgkosten, weekenduitgaven voor gehandicapten.

Voordeel kleine hypotheekschuld: verdwijnt  

Een grote groep ouderen heeft de woning helemaal of bijna helemaal afgelost. In totaal gaat het om 572.000 woningbezitters. Deze groep kan nu gebruik maken van een andere belastingvoordeel: de Wet-Hillen. Daardoor hoeven ze geen eigenwoningforfait te betalen. Dat forfait is een soort bijtelling op basis van de waarde van de woning. Als de rente die een woningbezitter mag aftrekken, lager is dan die bijtelling, dan hoeven ze de bijtelling niet te betalen. Dat levert in de meeste gevallen gaat een voordeel van zo’n €1500 per jaar. De aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld wordt met ingang van 1 januari 2019 stapsgewijs in 30 jaar, met 3,33 procent per jaar afgebouwd.

Huurtoeslag: omlaag

De plannen om de huurtoeslag te verlagen zijn al eerder bekend gemaakt. Volgens de Woonbond leveren huurders volgend jaar gemiddeld 24 euro in. Daar blijft het niet bij:  in 2022 gaat er gemiddeld 93 euro van de toeslag af. Er zijn 1,4 miljoen huurders die een toeslag krijgen.

Energienota: omhoog

Elektriciteit wordt volgend jaar minder zwaar belast, maar gas juist extra. Volgens Vereniging Eigen Huis gaat een gemiddeld huishouden volgend jaar zo’n 150 euro meer betalen voor energie.

Gemeentelijke belastingen: omhoog

De gemeentelijke heffingen voor onder meer de onroerendezaakbelasting zijn vaak gebaseerd op de WOZ waarde van woningen. Die waarde stijgt volgens de Waarderingskamer volgend jaar met 7,5 tot 9,5 procent. Dat betekent waarschijnlijk: meer betalen aan de gemeente. 

BTW: omhoog

Het lage BTW-tarief gaat van 6 naar 9 procent. Dat betekent dat onder meer de kapper en de fietsenmaker, sommige boodschappen, medicijnen en hulpmiddelen duurder worden. Een gemiddeld gezin zou daardoor volgend jaar 300 euro duurder uit zijn. Ouderenbond Anbo stelt dat ouderen hierdoor onevenredig hard getroffen worden en wil compensatie

Spaartaks: omlaag

De Telegraaf wist al eerder te melden dat de belasting op spaargeld omlaag gaat. De Belastingdienst gaat nu nog uit van een (fictief) rendement van 0,36 procent: dat wordt 0,13 procent. Dat scheelt spaarders met een vermogen boven de vrijstelling van 30.000 euro snel enkele tientjes per jaar.

Pensioen: gekort?

Het is nog niet zeker en van verschillende factoren afhankelijk, maar mede doordat er nog steeds geen pensioenakkoord is, valt het niet uit te sluiten dat een deel van de pensioenfondsen volgend jaar moet korten

Nibud: koopkrachtplaatjes grillig

Het Nederlands Instituut Budgetvoorlichting (Nibud) heeft de gevolgen nader berekend en spreekt van 'grillige koopkrachtplaatjes'. Gemiddeld genomen is er wellicht een stijging van 1,5 procent, tussen bevolkingsgroepen kunnen grote verschillen bestaan: van min 0,9 procent tot plus 2,8 procent. Gepensioneerden leveren volgens het Nibud voor het eerst niet in, maar gaan er soms minder op vooruit dan andere groepen. Dat geldt niet voor gepensioneerden met een aanvullend pensioen van 30.000 euro of meer. Zij gaan er naar verhouding het meest op vooruit volgens het Nibud.

Weten wat de maatregelen voor u betekenen? Maak dan gebruik van de koopkrachtberekenaar.