Herfst in Finnmark: hier houdt Europa op

Het noordelijkste punt van Europa ligt in Finnmark, Noorwegen. Noordkaap is de meest bekende attractie, maar Finnmark biedt nog veel meer.

De Noordkaap
De krabben van Finnmark
Onvergetelijke ritjes
Finnmark praktisch

De Noordkaap

Welkom op de Noordkaap, een kale klif van 300 meter hoog, ver boven de beukende branding van de Barentszee. Dit is het eindpunt van Europa, officieel tenminste. De werkelijkheid is even anders. Want op een kilometer of vijf ten westen van de Noordkaap ligt een landtong met de onuitsprekelijke naam Knivskjellodden. En de kaart is duidelijk: dát is het noordelijkste puntje van Europa. Maar daar vallen ze toeristen maar niet mee lastig.

De Noordkaap is de bekendste attractie van de Noorse provincie Finnmark, maar ik vind het eerlijk gezegd niet de boeiendste. Zestig kilometer oostelijk van de Noordkaap ligt het schiereiland Nordkinnhalvøya: minder bekend bij toeristen en misschien wel daardoor nóg authentieker. Drie prachtige, afgelegen dorpjes en een unieke plek om het echte leven van de Finnmarkers van dichtbij te verkennen.

Het is half september en in het sfeervolle museumpje van Gamvik (170 inwoners) reageert Svanhild Alver Kaasen aangenaam verrast op mijn komst. De zomer is voorbij en dat betekent dat de vriendelijke oude dame niet veel bezoekers meer ziet. Vooral in december en januari – als de zon zich hier twee maanden niet laat zien – is het ‘een beetje stil’ in Gamvik. Maar ook dan opent Svanhild keurig elke werkdag om 9 uur het museum. “Soms komt er een paar weken geen bezoeker”, zegt ze, “maar dat geeft niet. Heb ik lekker de tijd om op te ruimen.”

Gamvik is in veel opzichten het einde van de wereld. Het dorpje ligt meer dan vijfhonderd kilometer boven de Poolcirkel. Pas als je de atlas erbij pakt, realiseer je je hoe extreem noordelijk dit gebied ligt. IJsland, Anchorage in Alaska en Moermansk, allemaal liggen ze vele honderden kilometers zuidelijker. De warme golfstroom in deze hoek van de Barentszee zorgt ervoor dat de zee ook ’s winters bevaarbaar blijft. En dat is meteen de enige verklaring waarom hier mensen kunnen (over)leven. In 1596 kwam Willem Barentsz hier voorbij, op zoek naar de noordelijke route richting Azië. Maar daarvóór al waren hier Hollanders, walvisvaarders. Op een paar kilometer van Gamvik ligt Hollendervika. De kleine baai werd waarschijnlijk vernoemd naar de Nederlanders die helemaal hier naartoe kwamen om op walvissen te jagen. Walvis vind je hier trouwens nog steeds op de menukaart. De internationale verontwaardiging lijkt de Noren niet te deren. Misschien vinden ze het juist wel leuk. “Intelligente mensen eten intelligent voedsel”, lees ik op het T-shirt van een lokale grappenmaker.

De krabben van Finnmark

Vanuit het dorpje Kjøllefjord ga ik een avond vissen op Kamchatka-krabben. “Ze horen hier eigenlijk niet thuis”, vertelt Kjell Sørbø, de vrolijke schipper van de Merkur, terwijl we de schemerige fjord uitvaren. “De Russen hebben ze een jaar of veertig geleden uitgezet bij Moermansk. Nu breidt de populatie zich steeds verder uit.”

Even later helpen we Kjell om zijn netten van ruim 100 meter diep omhoog te takelen. En dan komt de verrassing: een net vol met krabben zoals ik ze nog nooit eerder zag. Ik wist niet eens dat ze zo bestónden! Ze worden vakkundig in mootjes gehakt en een paar uur later proef ik ze: geweldig lekker vlees. De ‘king-crabs’ zijn misschien een ecologische ramp, maar voor smulpapen zijn ze absoluut een zegen.

De winter heeft al aangeklopt. Terwijl Nederland nog volop nazomert, valt hier al de eerste sneeuw. Mens en dier maken zich op voor zes maanden felle kou. Taigagaaien, raven en sneeuwhoenders doen zich tegoed aan een waar bessenbuffet. Hetzelfde geldt voor de herten, beren, hazen, wolven en rendieren. Als je er nu niet in slaagt een flinke vetlaag te kweken, ga je het niet redden.

De Finnmarkers zelf doen ook mee. Ze plukken bessen, verzamelen paddestoelen, jagen op sneeuwhoenders, hazen en elanden, en vissen op alles dat maar wil bijten. Als je over de eindeloze wegen rijdt, zie je her en der auto’s staan op verlaten plekken, soms met een tentje ernaast. De eigenaren zijn de wildernis in, uren onderweg voor de jacht. En de gesprekken gaan ook allemaal over jagen en vissen: waar ben je geweest, wat heb je geschoten, willen ze nog een beetje bijten?

Toeristen reizen hier vaak met een camper, want Noorwegen is een camperland bij uitstek. Op de Noordkaap is geen hotel, maar een camper mag je overal neerzetten en dat is lang niet zo eng als het lijkt. Noorwegen is voor onze begrippen ‘absurd’ veilig en Finnmark spant waarschijnlijk de kroon. Hier doet niemand de deur op slot. Je kunt je laptop gewoon op de achterbank van je auto laten slingeren, samen met je digitale camera en je mobieltje. Noren die gaan jagen, laten vaak de autosleutel in het contact zitten, onder het motto ‘dan kun je hem ook niet kwijtraken!’

Ook voor de oorspronkelijke bewoners, de Lappen of Sami zoals ze zelf graag genoemd worden, is de herfst een belangrijk moment. De rendierkuddes worden bijeengedreven om de verhuizing naar een zuidelijker overwinteringsplaats voor te bereiden. De Lappen maken van de gelegenheid gebruik om alle kalfjes van dit jaar te vangen en van een oormerk te voorzien. Dat klinkt gemakkelijker dan het is, want eerst moeten ze achterhalen welk kalfje bij welke moeder hoort om zo te weten wie de rechtmatige eigenaar is. Het duurt weken voordat de klus is geklaard en de hele familie werkt mee, inclusief kleuters, oma’s en opa’s.

Oeps! Het waarschuwingslampje voor het brandstofniveau begint te branden. En bijna tegelijkertijd passeer ik een bordje ‘Lakselv 90 kilometer’. Ga ik dat redden? Hoeveel benzine zit er nog in de tank? Had ik nou vanmorgen toch maar even getankt. Het is één van de typische problemen die je op dit soort plekken tegenkomt. Ik ga er automatisch van uit dat er op elke straathoek een tankstation zit, maar zo werkt dat hier niet. Soms rijd je hier 100 kilometer zonder een tankstation tegen te komen. Uren achter het stuur zonder één keer te remmen, is ook heel gewoon.

 

Onvergetelijke ritjes

De rit van Mehamm naar Lakselv is in één woord onvergetelijk. Het ene moment rijd ik in de regenachtige Schotse highlands, even later toer ik door de eindeloze rotsvlaktes van IJsland, dan opeens een geel Canadees herfstbos, verder door de rode prairies van Amerika – zoveel afwisseling, waar vind je dat? Met het weer gaat het al net zo. Ik maak het hele spectrum mee: loodgrijze luchten, felle opklaringen, lenteachtig zonnetje, slagregens, ijskoude windvlagen in het gezicht en ramen open omdat het te warm wordt in de auto. En dat allemaal in een paar uur tijd. Als ik na een uur of vier Lakselv binnenrijd, realiseer ik me opeens: dit is de eerste rotonde in dagen! En een stoplicht heb ik de hele week nog niet gezien.

De laatste dag maak ik een wandeling in de omgeving van Lakselv, in het nationale park Stabbursdalen. Het gebied is onder biologen bekend omdat je hier het noordelijkste dennenbos van de hele wereld vindt. Elbjørg Karlstrøm vergezelt me: ze is een enthousiaste wandelaar en kent de betere paden en paadjes van dit gebied.

De kleuren zijn onwerkelijk mooi: felrood, hardgeel, diepgroen – alsof je een zonnebril op hebt, zo diep en intens. We zien sporen van een eland en plukken af en toe een handvol bessen.

Na een uurtje wandelen is het tijd voor een pauze. We scheuren berkenbast los, verzamelen wat takjes en even later zitten we bij een heerlijk warm vuurtje. “Mijn moeder zei altijd: als je geen vuurtje kunt stoken, zul je nooit een man vinden”, verklaart Elbjørg.

De temperatuur is gezakt tot drie graden, er waaien wat sneeuwvlokken voorbij, maar wij hebben het lekker warm en genieten van de omgeving. Elbjørg rommelt in haar rugzak en haalt twee vette knakworsten te voorschijn: “Een Noor gaat nooit bij een vuurtje zitten zonder worst!” Even later zitten we heerlijk te knabbelen aan de warme, krokante worstjes.

Ik kijk om me heen en probeer me voor te stellen hoe het voelt om hier twee maanden in het donker te zitten. En ik realiseer me dat de Noor die ik eerder sprak in Mehamm helemaal gelijk had toen hij zei: “Het leven is hier heerlijk onder één voorwaarde. En dat is dat je van de natuur houdt. Want dan heb je ruimte, rust, het noorderlicht, de dieren, de spanning van de jacht, de warmte van je huis.”

Finnmark praktisch

Finnmark is een ideale bestemming voor avontuurlijk ingestelde rustzoekers.

Een paar tips: als u gaat wandelen, neem dan skistokken mee. Veel paden – vooral in het noorden – zijn namelijk rotsachtig. Een verrekijker voor de vogels en ander wild mag ook niet ontbreken. Neem watervaste lucifers en een paar oude kranten mee; dan kunt u een vuurtje stoken als het koud wordt (op veel plaatsen is dat trouwens in de zomer verboden).

Genoeg tijd? Dan is een route via het schiereiland Nordkinnhalvøya een absolute aanrader. De weg van Gamvik naar Lakselv is veel afwisselender en mooier dan de gangbare route van Alta tot aan de Noordkaap. Als u de Hurtigruten (de unieke dagelijkse postboot) als veerboot gebruikt, kunt u beide routes combineren en een mooie lus maken: Alta-Noordkaap-Kjølle-fjord-Gamvik-Lakselv.

Geen zin om te rijden? U kunt de Hurtigruten ook gebruiken om naar de Noordkaap te varen. De boot meert vaak langere tijd af, zodat u excursies kunt maken. In de zomer is dit een erg populaire manier om Noorwegen te bekijken.

Kaarten: de Noorse overheid geeft uitstekende kaarten in schaal 1:400.000 uit. Speciaal voor Finnmark kunt u een setje van twee stuks aanschaffen in een handige map, vooral gemakkelijk om auto-ritten uit te stippelen. Niet vergeten om op tijd te tanken: 100 kilometer zonder benzinestation is hier niet ongewoon. Verder: de eindeloze wegen nodigen uit tot hard rijden, maar achter elke hoek kan een rendier opduiken, of nog erger: een eland.

Informatie: Op www.hurtigruten.com vindt u alle informatie over vaartochten met de beroemde Noorse postboten. Een paar interessante musea: North Cape Museum (www.northcape.no), de mooi gerestaureerde Foldal-werf in Kjøllefjord (www.foldal.net), het bijzonder boeiende Tirpitz-museum in Alta en het natuurmuseum bij het nationale park Stabbursdalen. Elk dorpje van enige betekenis heeft wel één of ander museumpje, volgestouwd met grote en kleine herinneringen.

Wie belangstelling heeft voor vissen, krabben vangen, wandelen en andere outdoor-activiteiten kan contact opnemen met Kjell Sørbø in Kjøllefjord (www.imaginenordkyn.com), Vidar Karlstad in Mehamm (www.nordicsafari.no) of Elbjørg Karlstrøm in Lakselv (www.visitarcticnorway.no).

Leuk souvenir: in Alta wordt wijn gemaakt van kraaiheibessen. Deze Nordkapp-wijn is beslist het noordelijkste flesje wijn van de wereld. “Lekker bij wild, walvis, rendier of kaas”, aldus het etiket.

De Finnmark Holiday Guide van het Noors Verkeersbureau is een handige brochure (in het Engels) bij de voorbereiding van een reis. Bestellen via www.visitnorway.com