Ik was erbij: in militaire dienst voor het Vaderland

Tot 1997 kon je nog als jongeman opgeroepen worden voor militaire dienst. Gerrit Verheij (68) uit Vroomshoop was van de lichting 1962-2, goed voor twintig maanden ‘eindeloos exerceren’.

‘Ik vond de diensttijd vooral heel lang ­duren. Op de kazerne hoefde je maar twee dingen te doen: wachten op oorlog en onderhoud plegen. Omdat ik de functie van radio-telegrafist had, bestond dat laatste voor mij uit het afstoffen van de radio. Veel soldaten doodden hun tijd met kaarten of geintjes uithalen; ik vulde mijn tijd met studeren, rondhangen of eindeloos oefenen op exerceren. Als korporaal kon ik het soms niet laten de boel te ontregelen. Makkelijk genoeg, want toen ik een keer ‘rechts-twee-drie-vier’ telde in plaats van ‘links-twee-drie-vier’ werd het een volledige chaos.
 
In 1963 besloot de regering de dienstplicht te verkorten tot achttien maanden, maar wij moesten als laatste lichting de volle twintig maanden doorgaan. Anderhalve week voor onze tijd erop zat, moesten we zelfs nog oorlogje spelen op de heide bij Oldebroek. De NAVO had half november onverwacht een grote oefening afgekondigd, waaraan de hele afdeling Rijdende Artillerie moest meedoen. Na een paar dagen en koude nachten sjouwen door de hei was de motivatie ver te zoeken.

Op een namiddag, het schemerde al, leek het einde in zicht. Pak maar vast in, adviseerde ik de soldaten. Ze haalden de camouflagenetten weg, deden de munitie in kisten en reden de kanonnen van de hei. Maar vlak voor vertrek kwam er nog een bevel om te vuren. ‘Help, wat moet ik doen?’, vroeg een jonge officier in opleiding. ‘Roep maar wat over coördinaten en richthoeken’, fluisterde ik. Terwijl zijn stem op de achtergrond klonk, riep ik met de telefoon in de hand ‘vuren’ en daarna ‘afgevuurd’. Waarop van de andere kant van de lijn prompt de melding kwam: ‘Vijandige eenheid vernietigd, ­gereedmaken voor vertrek,’ Was oorlog maar altijd zo simpel en geweldloos.”

Kameraadschap en lol
“Hoewel ik nooit vrijwillig voor het leger zou kiezen, heb ik geen spijt dat ik er achttien maanden in zat. Het heeft mij gevormd, ik heb kameraadschap ervaren, lol gehad en doorzettingsvermogen geleerd. Met vorst in een tentje slapen, ‘s nachts op oefening en bivak maken met een handje rode kool, twee aardappelen, een verwarmingsblikje en een stukje boter. Ik geef het je te doen!” Rob Reimerink (67), Zoetermeer (lichting juni 1964)

Spannend avontuur
“Ik was vliegtuiginstrumentmaker bij het 334ste transportsquadron van de Koninklijke Luchtmacht. Op een keer vlogen we boven de Noordzee toen de bewolking zich sloot en de radioverbinding uitviel. We waren compleet gedesoriënteerd. Plotseling vloog er een Dakota naast ons; de vlieger gebaarde dat we moesten volgen. Hij leidde ons naar vliegveld Valkenburg en zo liep een van de spannendste avonturen van mijn leven met een sisser af.” André de Weijert (76), ‘s-Hertogenbosch (lichting juni 1955)

Lees ook:

Bron(nen):
  • Plus Magazine