Lang leve het lijf

Zullen we gewoon ophouden met zeuren en blij zijn met een lichaam dat het doet? Die kleine onvolmaaktheden, zoals een droge, bobbelige of net iets te behaarde huid, gaan we gewoon te lijf met het volgende plan van aanpak.

Voor een soepele huid


Met zachte (was)hand

Het is een feit: hoe hoger de leeftijd, hoe droger de huid. Zo’n huid produceert weinig talg en die talg verdeelt zich ook minder goed. Daardoor voelt de huid strak en trekkerig aan. Doe dit om de droge huid soepel en zacht te houden:

  • Douche niet te heet. Lauwwarm is beter voor de droge huid. Gebruik zachte washandjes en handdoeken.
  • Kies milde en pH-neutrale zeep of douchegel. Die drogen minder uit.
  • Smeren, smeren, smeren! Een crème kan geen vocht ínbrengen, maar wel een laagje op de huid leggen waardoor het vocht uit de huid minder snel verdampt. Neem een romige bodylotion, -butter of -olie die geschikt is voor de droge huid en gebruik hem elke dag.

Voor een gladde huid


Klacht nr 1: cellulitis

Bijna iedere vrouw krijgt op een zeker moment last van onderhuidse vetophopingen die armen, benen, buik en billen ontsieren met hobbeltjes en bobbeltjes: cellulitis.

Met dik of dun zijn heeft cellulitis niets te maken - ook slanke vrouwen kunnen erdoor worden geplaagd. Maar mannen hebben er zelden last van omdat het vrouwelijk hormoon oestrogeen in belangrijke mate verantwoordelijk is voor het ontstaan van cellulitis. De oorzaak is een combinatie van plaatselijk overvolle vetcellen en veel vocht in het huidweefsel. In de vetcellen worden namelijk niet alleen vetten opgeslagen, maar ook afvalstoffen. Als het lichaam er daarvan veel te verwerken krijgt, worden ze tijdelijk opgeslagen in de vetcellen. Bij een aanhoudende ‘overdosis’ worden de vetcellen groter en groter. Oestrogeen zorgt dat op bepaalde plekken van het lichaam extra veel vet wordt opgeslagen en vocht wordt vastgehouden. Wat er nu gebeurt is dat de overvolle vetcellen door het vochtrijke weefsel tegen elkaar worden gedrukt en met elkaar verkleven. Er ontstaan clusters van vetcellen: de bobbels. De mate waarin dit gebeurt, is afhankelijk van erfelijke factoren.

Tegen de vervuiling
De verkleefde vetcellen zorgen voor een onregelmatige huidstructuur, soms met harde plekken. Daar zijn de verkleefde vetcellen ingekapseld door bindweefsel, als een tros ballonnen die met plakband stevig met elkaar zijn verbonden. De vetcellen kunnen nu vet noch afvalstoffen kwijt en niets kan de onderhuidse bobbels nog verminderen. Zelfs liposuctie (vet wegzuigen) heeft in dit geval maar een beperkt effect.

Wie liever strakke contouren heeft, kan er het best voor zorgen dat het niet zover komt. Verminder de omvang van de vetcellen door vezelrijk te eten, meer te bewegen en het lichaam niet te ‘vervuilen’ met sigarettenrook, alcohol, snoep, veel medicijnen of voedsel met geur-, kleur- en smaakstoffen. Biologische producten zijn verreweg het schoonst. Voer vocht en afvalstoffen af door voldoende water te drinken, vier glazen per dag.

Laat u knijpen
Massage verbetert de afvoer van vocht en afvalstof­fen en de doorbloeding. In de strijd tegen cellulitis is het een geweldig hulpmiddel. Bewerk onder de douche de ‘probleemgebieden’ met een loofah-handschoen (scrubhandschoen). Echt masseren (het strijken, kneden en rollen van de huid) maakt verkleefde vetcellen losser. Door de warmte die ontstaat, worden ook afvalstoffen beter afgevoerd. De beste – niet geheel pijnloze – methode is een massage die het bindweefsel losser maakt zodat vetcellen meer afstand van elkaar kunnen nemen. Er zijn schoonheidsspecialisten die deze bindweefselmassage met de hand uitvoeren, maar er zijn ook ingenieuze
apparaten die de huid op diep niveau stevig aanpakken. Dan is er ook nog de lymfedrainage, een massage die gericht is op de afvoer van vocht en afvalstoffen.

Tip: Aromamassages met essentiële oliën die de circulatie en afvoer bevorderen zijn aangenaam, vooral omdat de heerlijke geuren het welbehagen verhogen. Voor thuis: voeg een paar druppels majoraan- of petitgrainolie (afvoer) en geranium-, citroen- of rozemarijnolie (circulatie) toe aan plantaardige olie, bijvoorbeeld verzachtende tarwekiemolie of olijfolie. Masseer daarmee de huid.

Stevige ondersteuning
Een anti-cellulitiscrème tovert bobbeltjes niet weg, maar kan de strijd tegen de bobbels wel ondersteunen. De crème bevat bestanddelen die de doorbloeding stimuleren, de afbraak van vet en afvalstoffen bevorderen en ervoor zorgen dat er minder vocht wordt vastgehouden. Verder zitten er ingrediënten in die de huid wat steviger maken. Vóór het gebruik van een anti-cellulitiscrème is het goed om de huid grondig te scrubben. Als er minder dode huidcellen zijn, kunnen de werkstoffen beter in de huid dringen. Een anti-cellulitisproduct werkt het beste als het iedere dag stevig wordt ingemasseerd op alle plekken waar de hobbels en bobbels zitten.

Voor een frisse huid


Tot 10 liter per dag

Transpireren zorgt ervoor dat de lichaamstemperatuur constant blijft. Tegelijkertijd is het dé manier om bepaalde afvalstoffen kwijt te raken. Het zweetseintje komt van de hersenen die aangeven wanneer en in welke mate de zweetklieren aan het werk moeten.

Het lichaam stoot voortdurend (zo’n zes keer per minuut) kleine hoeveelheden transpiratievocht uit. Als de lichaamstemperatuur door warmte, inspanning, hormonale schommelingen of emoties stijgt, wordt dat meer. Gemiddeld verliezen we zo’n twee liter vocht per dag, ’s zomers kan dat oplopen tot 10 liter in één etmaal.

Praktisch geurloos

Het lichaam heeft zo’n 2,5 miljoen zweetklieren: eccriene en apocriene. Eccriene klieren komen voor over het hele lichaam met de hoogste concentratie in voetzolen, handpalmen en oksels. Ze regelen de lichaamstemperatuur en scheiden een zoutoplossing van ammoniak en urinezuur uit die praktisch geurloos is.

Apocriene klieren zitten in de oksels, rond de tepels en in de schaamstreek. Ze zijn verbonden met haarzakjes en scheiden een vettige vloeistof uit die bij ieder mens een unieke geur heeft. Toch ruikt ook dit transpiratievocht van zichzelf niet sterk. Pas wanneer er bacteriën bij komen, ontstaat een zweetlucht. Bacteriën op de huid gedijen in vocht en vermeerderen nog sneller op plekken waar vocht moeilijk verdampt. Vandaar dat oksels en voeten sneller gaan ruiken dan wanneer er bijvoorbeeld zweet op de rug staat.

Wat deo doet
Een deodorant voorkomt het ontstaan van bacteriën, zodat er geen onaangename geur ontstaat. Maar een deo kan bacteriën niet doden. Dus als u al naar transpiratie ruikt, kan deodorant niets meer uitrichten. Breng deodorant dus aan op een schone, droge huid. De meeste deodorants bevatten ook nog eens huidverzachtende stoffen die de tere huid van de oksel verzorgen.

Een anti-transpirant voorkomt ook bacteriegroei en remt bovendien de productie van transpiratievocht af door een gellaagje op de huid te leggen. Dat houdt zo’n 30 procent van het transpiratievocht tegen. Omdat de oksels droog blijven, krijgen bacteriën geen kans zich te verdubbelen en een zweetlucht te fabriceren. Overigens: het schildje sluit de huid niet af, zoals weleens wordt beweerd.

Voor een zachte huid


Mes of crème

Er zijn verschillende manieren om af te rekenen met ongewenste haartjes. Scheren is de makkelijkste en meest pijnloze onthaarmethode. Het nadeel is dat na amper 24 uur de eerste stoppeltjes alweer opduiken. Ook ontharen met ontharingscrème is pijnloos, maar het kost meer tijd. Breng de crème zorgvuldig aan, laat hem lang genoeg inwerken en spoel grondig af. Er zijn ook ontharingscrèmes voor een gevoelige huid die de huid direct verzachten. Als de haar weer aangroeit, is hij minder stoppelig dan na het scheren.

Met wortel en al

Voor wie een hoge pijngrens heeft is harsen een optie. De haartjes worden met wortel en al uit de haarzakjes getrokken. Ze blijven daarna weken weg. Voor het behandelen van grote oppervlakken of moeilijk te bereiken plekken kunt u beter naar de schoonheidspecialist gaan.

Thuis kunnen de haartjes ook met wortel en al worden uitgeroeid met behulp van een epileerapparaat. Het elektrische apparaat wordt over de huid gerold en trekt de haartjes uit de haarzakjes. Na harsen en epileren kan de huid gevoelig zijn. Gebruik een kalmerende crème.

Test: schuren maar
Nieuw zijn speciale schuurpapiertjes om te ontharen. Ze hebben een ruw oppervlak waarmee over de huid wordt gewreven. Door met lichte druk ronddraaiende bewegingen over de huid te maken (afwisselend rustig drie keer linksom, drie keer rechtsom), moeten de haartjes verdwijnen. Eindelijk niet meer de pijn van harsen of epileren? Nooit meer lelijke pukkels of jeukende stoppels na het scheren? Dat willen we graag proberen.

Het snorschuren blijkt echter een tijdrovende en ook pijnlijke aangelegenheid. Het duurt bijna een half uur om het grootste deel van de haartjes weg te krijgen. Enkele stugge haartjes blijven zitten. De huid is rood en voelt nog een paar dagen branderig aan. Dan proberen we de benen. Iets minder pijnlijk, maar ook hier is de huid na afloop enigszins rood. Het ontharen duurt vanwege het flinke oppervlak erg lang. We zouden het er misschien best voor overhebben als de benen daarna wekenlang glad bleven, maar al de volgende dag zijn de eerste stoppels zicht- en voelbaar. Conclusie: even pijnlijk als harsen, even snel weer stoppels als na het scheren.

Lees ook de andere artikelen in onze Beautyspecial:

Bron(nen):
  • Plus Beautyspecial
Trefwoorden: