Nooit meer bang voor een tekenbeet

Die jeukende rode vlek op haar voet was vast een muggenbeet, dacht journaliste Christi Waanders (47). Maar na een bezoek aan de huisarts kwam ze thuis met een recept voor antibiotica tegen de ziekte van Lyme. En een hoofd vol vragen over tekenbeten.

Het was in Scheveningen, weet ik nog. Ik zat met mijn collega’s op een zonnig terras en had al weken enorme jeuk aan de binnenkant van mijn voet. Ik dacht aan een muggenbeet. De plek was best groot en de jeuk ging maar  niet weg, dus ik gooide het in de groep.“Is dat geen tekenbeet?”, riep een collega. Natuurlijk niet, wilde ik roepen. Maar toen ik beter keek, leek de vlek ineens op een ring. Een tekenbeet? Maar ik had niets gevoeld en dan zou ik het toch wel gezien hebben?

Terugkijkend in mijn agenda moet het direct na de zomervakantie gebeurd zijn. Ik had even een rare griep. Dat kan erbij horen, weet ik nu. Veel op pad ben ik niet geweest, dus moet het in de tuin of bij het uitlaten van de hond in het stadspark om de hoek zijn gebeurd.Van mijn huisarts kreeg ik meteen anti­biotica.  Bij een rode vlek of ring op de huid heb je namelijk een beginfase van de ziekte van Lyme. Gelukkig was die kring na een paar dagen slikken weg. Ik bleef achter met een hoop vragen, want eigenlijk wist ik niets van teken, noch van de ziekte van Lyme. Was ik nu genezen?

Om mijn vragen beantwoord te krijgen, ging ik te rade bij een aantal tekenexperts.

Ik heb niets gemerkt. Voel je een tekenbeet niet?
De natuur zit slim in elkaar: in het speeksel van de teek zitten verdovende en afweer-onderdrukkende stoffen waardoor je de beet niet voelt.

Hoelang zit een teek aan je vast?
Meestal een paar dagen. Zo lang heeft een teek ­nodig voor een ‘maaltijd’.

Wanneer zijn ze actief?
Het tekenseizoen loopt grofweg van maart tot november. Teken zijn vanaf 7 graden actief, dus soms ook in zachte winters. In huis kunnen teken enkele dagen overleven, daarna drogen ze uit. Teken zijn ook ’s nachts actief. Dus ook bij een nachtelijke boswandeling kun je gebeten worden.

Waar zitten teken?
Teken komen echt niet alleen in bossen voor, maar ook in de duinen, op de heide, en in beschutte weilanden. En ja, ook in parken en tuinen. Ze ­vallen niet uit bomen maar leven juist laag bij de grond, in de bladeren, ­struiken of gras ónder de bomen. Op schaduwrijke plekken, want ze houden van een vochtige omgeving. Daar wachten ze geduldig op slachtoffers.

Wat is de ziekte van Lyme?
De ziekte van Lyme is een infectieziekte, veroorzaakt door de borrelia­bacterie. Deze ziekte kan in ernstige gevallen leiden tot hartritmestoornissen, ontstoken en pijnlijke gewrichten, of zenuwaandoeningen zoals krachtsverlies of een doof of tintelend gevoel in arm of been. Soms hebben patiënten last van meer algemene klachten, bijvoorbeeld griepachtige verschijn­selen, chronische vermoeidheid, hoofd- of spierpijn, of concentratiestoornissen. Dit maakt het soms lastig om de ziekte te herkennen.

Overigens krijgt niet iedereen die besmet wordt met deze bacterie de ziekte (zie ook het kader met cijfers). Ons eigen afweersysteem kan de infectie ook zelf bestrijden. Dit betekent niet dat een doorgemaakte infectie bescherming biedt tegen een nieuwe. Je bouwt helaas geen blijvende weerstand op. Leeftijd lijkt geen rol te spelen: uit RIVM-onderzoek blijkt dat per tekenbeet de kans op een rode ring of vlek niet toeneemt met de leeftijd.

Heb je bij een rode ring altijd antibiotica nodig?
Ja. Hoe eerder de ziekte van Lyme wordt opgemerkt, hoe beter de behandeling aanslaat. Bij een rode ring slik je tien tot veertien dagen antibiotica. In een later stadium is dat drie of vier weken. De huisarts stelt de diagnose van de erythema migrans en kan je in een later stadium van de ziekte doorverwijzen, afhankelijk van de klachten, naar een dermatoloog, reumatoloog, neuroloog of een specialist op het gebied van infectieziekten.

Ik had een rode vlek. Dan heb je een vroeg stadium van de ziekte van Lyme. Zijn er nog meer kenmerken?
Jeuk, zoals ik had, is meestal geen symptoom. Een rode ring of vlekvormige uitslag is het meest voorkomende en opvallende signaal van de ziekte van Lyme. Die vlek, ook wel erythema migrans genoemd, ontstaat meestal na een paar dagen of weken, maar soms ook pas na een paar maanden. Andere symptomen zijn veel vager, en daarom wordt de besmetting vaak pas laat ­opgemerkt.

Niet iedereen krijgt een rode ring na een beet. Sommige mensen gaan daarom bij elke teek direct naar de dokter. Is dat echt nodig?
Nee. De kans dat je lyme krijgt en geen rode ring had, is heel klein (zie hierboven). Het officiële advies is dan ook om alleen naar de huisarts te gaan als je in de weken na de beet koorts, spier- of gewrichtspijn krijgt. Overigens kunnen huisartsen sinds kort wel preventief één dag antibiotica geven bij mensen die door een teek zijn gebeten maar geen rode ring hebben. De beet mag dan maximaal drie dagen geleden zijn.

Hoeveel mensen houden last van klachten?
Bij behandeling van de rode ring met antibiotica genezen vrijwel alle ­patiënten. Tussen de 4 en 10 procent van alle lymepatiënten houdt langdurig klachten, ook na de behandeling. Waarom sommige mensen wel klachten ­houden en anderen niet, wordt momenteel onderzocht. Voor dit onderzoek kunnen mensen die beginnen met een antibiotica-behandeling zich aanmelden via www.tekenradar.nl.

Stel dat ik volgende maand weer word gebeten. Krijg ik dan weer die kuur?
Na een tekenbeet krijg je alleen een behandeling bij een erythema migrans of wanneer je klachten hebt waarvan een arts (na bloedonderzoek) vaststelt dat die door lyme komen. En dan krijg je weer anti­biotica. Overigens is de kans op elke maand een ring niet zo groot, blijkt uit de cijfers.

Toch een teek. Wat nu?
Verwijder de teek zo snel mogelijk: hoe korter de teek in de huid zit, hoe kleiner de kans op besmetting. Gebruik een tekentang (te koop bij drogist en apotheek) en pak de teek bij de kop vast, zo dicht mogelijk bij de huid. Het is niet erg als het snuitje in de huid achterblijft. Het resterende stukje zweert er, net als een splinter, vanzelf weer uit. Desinfecteer na het verwijderen van de teek het bijtwondje met 70 procent alcohol of jodium en was je handen goed. Noteer de datum van de tekenbeet in de agenda en houd de plek een maand of twee goed in de gaten. Ontstaat er een kring, of heb je griepverschijnselen of andere klachten? Ga dan naar de huisarts.

Tot slot: blijf ik deze zomer veilig op het terras van de strandtent of waag ik mij de ‘wilde’ natuur in? Na de eerste schrik ben ik nu vooral een gewaarschuwd mens. Ik weet hoe teken zich gedragen en wat ik moet doen als ik gebeten word. En ik weet dat de kans op de ziekte van Lyme klein is. Dat stelt gerust. Hop die laarzen aan dus – wel even de broek in de sokken – en heerlijk de natuur in!

7 gouden tips

1. Zorg dat je altijd een tekentang bij de hand hebt.

2. Blijf op de paden en vermijd dichte begroeiing en struikgewas.

3. Draag dichte schoenen, lange mouwen en een lange broek. Stop broekspijpen in de sokken.

4. Draag lichte kleding. Daarop kun je teken ­beter zien.

5. --Smeer ­onbedekte huid in met een middel dat DEET bevat. Dit kun je ook op de kleding spuiten.

6. --De natuur in geweest? Controleer jezelf altijd goed, eventueel met spiegel of vergrootglas. Goed om te weten: teken zitten het vaakst in
de lies, daarna in de knieholte.

7. Was de kleding op minimaal 60 graden en gebruik de droger. Dat overleven teken niet.

Teken & lyme in cijfers
Niet iedereen die door een teek gebeten wordt, krijgt de ziekte van Lyme. Daarvoor is driedubbele pech nodig.

1. Gebeten worden door een teek. Dat overkomt bijna 1,3 miljoen mensen per jaar.

2. De teek is besmet met borrelia. Dat is 20 procent van de teken.

3. Lyme krijgen. Niet iedereen die besmet is, wordt ook ziek. Dat geldt voor ongeveer 2 procent van de  patiënten die gebeten worden door een teek, en komt neer op zo’n 25.000 patiënten per jaar. Van hen hadden 23.500 als enige klacht een rode vlek of ring, en 1500 mensen hadden ernstiger klachten. De bacterie is door hun lichaam heen verspreid, wat leidttot bijvoorbeeld zenuw- en gewrichtsklachten. De meeste mensen met klachten herstellen na behandeling.

Met dank aan prof. dr. Joppe Hovius van het AMC, dr. Hein Sprong en dr. Kees van den Wijngaard van het RIVM.