Een opeisbare vordering

Vraag van de week

Na het overlijden van mij vader kregen wij kinderen een vordering op moeder. Volgens het testament van vader is deze vordering opeisbaar als moeder wordt opgenomen in een zorginstelling. Onze moeder is recent opgenomen in een verpleeghuis, is de vordering nu opeisbaar en wat betekent dat?

U beschrijft wat veel (echt)paren in hun testament regelen, maar wat ook de wet voorschrijft. Namelijk dat de langstlevende echtgenoot/partner na het overlijden van de eerste echtgenoot/partner de beschikking krijgt over de nalatenschap en de kinderen krijgen een niet-opeisbare vordering op de langstlevende ouder. Die niet-opeisbare vordering is van rechtswege opeisbaar bij het overlijden van de langstlevende echtgenoot/partner, wanneer deze failliet gaat of wanneer er surseance van betaling voor hem of haar wordt aangevraagd. Per testament zijn daar extra opeisbaarheidsgronden aan toe te voegen, zoals hernieuwd trouwen of opname in een zorginstelling.

Het feit dat de langstlevende echtgenoot/partner de beschikking krijgt over de nalatenschap en de kinderen geduld moeten hebben, heeft ook gevolgen voor de aangifte inkomstenbelasting. Zolang de vordering niet opeisbaar is, geeft de langstlevende echtgenoot/partner alle bezittingen op; dus ook de waarde van de niet-opeisbare vorderingen. Is de vordering opeisbaar geworden dan vervalt deze zogenoemde defiscalisatie en geven de kinderen de vorderingen op in box 3 en heeft de langstlevende echtgenoot/partner en schuld in box 3.

Nu moeder is opgenomen in een verpleeghuis wordt aan de opeisbaarheidsgrond voldaan. U kunt als kinderen nu de vordering bij moeder opeisen of hem onder moeder laten. Maar hoe dan ook heeft u nu bezit in box 3, wat gevolgen kan hebben voor de huur- en/of zorgtoeslag.

Voor de eigen bijdrage die moeder moet gaan betalen in het verpleeghuis speelt het vermogen dat moeder heeft een rol. Dit vermogen is lager omdat de vorderingen opeisbaar zijn geworden. Omdat het CAK de eigen bijdrage baseert op het vermogen van twee jaar terug (dus voor 2021 op het vermogen van 1 januari 2019) kan het zinvol zijn om een peiljaarherziening aan te vragen bij het CAK als moeder het vermogen vooral op de bank had staan. Met de peiljaarherziening wordt gerekend met het vermogen van 1 januari 2021 voor de eigen bijdrage. Zat de waarde vooral vast in de eigen woning, dan heeft dat minder zin. De woning is namelijk een box 1 bezit en niet in box 3 en telt dus niet mee bij de berekening van de eigen bijdrage.

Nico van Scheijndel werkt als juridisch/fiscaal adviseur voor onder andere de Plustelefoon. Daarnaast houdt hij zich met name bezig met de afwikkeling van nalatenschappen, als Register Executeur, boedelgevolmachtigde of adviseur vanuit zijn bedrijf Akto, uw erfcoach en meer. Nico van Scheijndel is medeauteur van de almanak Erven en Schenken van Plus magazine.