Vraag het aan Romke: 'Hoe creëer ik een paradijs voor bijen?’

Wilde bijen hebben het moeilijk, net als andere insecten. Met een paar goede bijenplanten in je tuin kun je een groot verschil maken. En er is meer wat je kunt doen.

Dat je vlinders naar je tuin kunt lokken weten we wel: plant een vlinder­struik. Maar zijn er ook bijen­struiken? Ja, die zijn er. Maar laat ik eerst even kort uitleggen waarom bijen ­andere wensen hebben dan vlinders.

Bijen zijn niet alleen leuk om te zien, maar ook van groot economisch belang. “Als de bijen uitsterven, volgt de mensheid binnen vier jaar”, zou Einstein ooit gezegd hebben, maar op schrift staat die uitspraak niet. Ik geloof er ook niets van. Einstein had van veel dingen verstand, maar niet van bijen. Toch zit er wel een grond van waarheid in die veronderstelde bewering. Want bijen zijn essentieel voor het bestuiven van veel van onze voedingsgewassen: meer dan 35 procent, waaronder mais en tarwe, wordt door bijen bestoven.

Bij bijen denken veel mensen aan honingbijen, maar de honingbij is maar één van de meer dan 20.000 bijensoorten die op aarde rondvliegen, waarvan ongeveer 350 soorten in Nederland en minstens 20 soorten in onze tuin. Ook de hommel wordt tot de bijen gerekend. Zonder ­honingbijen zou onze tarwe dus nog altijd door andere bijen bestoven worden.

Het gaat slecht met onze insecten, dus ook met de bijen.
We kunnen dan wel een insectenhotel aan onze tuinmuur ophangen, maar dat hotel blijft steeds ­vaker leeg. Daarnaast wordt er in dat hotel geen voedsel geserveerd. Bijen hebben twee
soorten voedsel nodig: stuifmeel en nectar. Bijenlarven worden grootgebracht met het eiwitrijke stuifmeel. Pas als ze volwassen zijn, schakelen ze over naar de ‘snelle’ ­energie van suikerrijke nectar. Een bijenplant is daardoor niet automatisch ook een vlinderplant, want vlinders eten geen stuifmeel en zijn alleen op nectar uit.

Een goede bijenplant is in het voorjaar vooral een stuifmeelleverancier en in de ­nazomer – als er geen larven meer groot­gebracht hoeven te worden – een nectarplant. Vooral bijen die in grote kolonies leven, zoals honingbijen en hommels, hebben een enorme behoefte aan stuifmeel voor hun larven. Eén bijenvolk kan wel tot vijftig kilo stuifmeel verzamelen.

Een goede vroege leverancier van stuifmeel is de wilg.
Maar ja, een ­knotwilg past niet in iedere tuin. ­Gelukkig zijn er ook kleine wilgjes, zoals het treurwilgje dat je vaak in voortuinen ziet. Andere stuifmeelplanten zijn bloembollen: sneeuwklokjes, krokussen en sterhyacinten ­worden druk door bijen en hommels ­bezocht. Stuifmeel is vaak geel of oranje, maar het stuifmeel van de sterhyacint is blauw. Het is grappig om bijen en hommels met knal­blauwe stuifmeelklompjes aan hun achterpoten rond te zien vliegen. Later in het jaar kun je dit nog een paar keer meemaken, want ook klaprozen en kogeldistels hebben blauw stuifmeel.

Tegelijk met de bloembollen bloeien de ­eerste vaste planten. Kerstrozen en longkruid kunnen op veel insectenbezoek ­rekenen. Kerstrozen heb je in verschillende soorten. De vroegst bloeiende is ­Helleborus niger, de lage witte kerstroos die met Kerstmis al bij bloemenwinkels te koop is. Daarna volgen de oosterse kerstrozen, Helleborus orientalis, in allerlei tinten roze en paars. De variëteiten met de donkerste, soms bijna zwarte bloemen zijn gezocht, maar donkere bloemen zijn slecht zichtbaar tegen de natte, donkere tuingrond van het vroege voorjaar. Wit en roze zijn beter zichtbaar. Een statige kerstroos is het stinkend nieskruid; geen welluidende naam, maar een groenblijvende plant met sierlijk, diep ingesneden blad en appelgroene bloemen in grote trossen. Van stank is niets te merken.

Van de lente glijden we de voorzomer in, met bijentrekkers als damastbloem en judaspenning.
Niet alle bijen zijn hetzelfde: je hebt bijen met lange, en met korte tongen. Soorten met een lange tong vind je op bloemen met een lange bloembuis, zoals een flox. Soorten met een korte tong kunnen niet bij die nectar en ­zoeken hun voedsel op ‘makkelijker’ ­bloemen, zoals hemelsleutel en zonnehoed. Sommige slimmeriken met een korte tong kunnen inbreken. Zij bijten een gaatje in de lange bloembuis en stelen de nectar die ze anders niet hadden kunnen bereiken. Vooral sommige hommelsoorten kennen dit kunstje.

Er zijn ook bijensoorten die zich gespecialiseerd hebben in één enkele bloem. Zo is er een bijensoort die alleen op de knautia (beemdkroon) vliegt. Geen knautia in de tuin, dan ook geen knautiabijen. Daarom is het van groot belang om veel variatie in de beplanting aan te brengen, om het zo veel mogelijk soorten bijen naar de zin te maken. Ook het bijenhotel is alleen maar geschikt voor een paar soorten bijen, met name de metselbij: een solitaire wilde bij die haar eitjes legt in een gat en dat daarna dichtmetselt. Overigens maakt driekwart van al onze wilde bijen een gat in de grond. Je zou eigenlijk dus beter een zandbak voor de bijen kunnen installeren dan een hotel.

Graafbijen maken vaak holletjes -tussen terrastegels.
Als je kleine hoopjes zand ziet, met in het midden een gaatje, zijn er graafbijen aan het werk in je terras. Neem die hoopjes voor lief en laat de bijen met rust. Ook graafbijen zijn nuttig.

Een echte bijenstruik voor in de schaduw is de mahonia, een groenblijvende struik die in het voorjaar bloeit met gele bloemtrossen. In het najaar verschijnen blauwzwarte bessen.

Tuintips van Romke

1. Vuurdoorns worden bijna altijd ­tegen een muur geplant. Daar moet de struik ieder jaar flink worden gesnoeid, waardoor hij er niet mooier op wordt. Misschien is het beter ­om hem als vrijstaande struik te planten. De sierlijke, uitwaaierende groeiwijze komt dan beter tot zijn recht.

2. Vlijtige liesjes zijn uit de mode. Ze worden oubollig gevonden. Toch hebben ze voordelen: ze houden van slecht weer. In zomers waarin de strandstoelenverhuurders steen en been klagen, zijn het de vlijtige liesjes, samen met de al even oubollige fuchsia’s, die uitbundig bloeien en de moed erin houden.

3. Bloeiende klimop is een ware insecten­magneet. Klimop bloeit laat in het jaar, als bijna alle planten zijn uitgebloeid, en biedt insecten de gelegenheid om voor de winter nog eens bij te tanken. Kevers, wespen, vliegen, vlinders en bijen zorgen voor een gezoem van jewelste.

4. Hosta’s houden meestal van schaduw, maar er zijn uitzonderingen. Hosta plantaginea houdt van zon en heeft het hele seizoen glimmend frisgroen blad, alsof het eeuwig lente is. De plant bloeit met witte bloemen in het najaar.

5. Hortus Bulborum is een tuin vol historische bolgewassen in Limmen (Noord-Holland). Op 3 april  gaat de tuin weer open. De tulpen ­‘Zomerschoon’ en ‘Lac van Rijn’ dateren van 1620 en vieren dit jaar dus hun 400steverjaardag.

6. Pluimhortensia is een prachtige struik, maar heeft als nadeel dat de bloem­pluimen vaak te zwaar worden voor de takken. Die gaan dan liggen of breken af. Dat is makkelijk te voorkomen door minder streng te snoeien. Doorgaans wordt de struik in april gesnoeid. Sla die snoei eens over. De bloempluimen zullen kleiner zijn, maar de takken steviger.

7. Daphne pontica is een schaduwheestertje dat in april met kleine geelgroene ­bloemen bloeit. Plant hem naast de voordeur en je kunt met je ogen dicht de weg naar huis vinden, zo sterk
is de geur.

8. Leilinden hebben één groot ­nadeel: ze plakken. Ze trekken blad­luizen aan die piepkleine, plakkerige druppels honingdauw laten vallen. Alles wat in de buurt staat, wordt kleverig. Nu zijn er meer bomen die in een platte leivorm gesnoeid kunnen worden. De witte moerbei heeft geen last van bladluis en ook een plataan kan tot een mooie leiboom worden gevormd.

Checklist april

  • Snoei de klimop.
  • Plant aardbeiplanten in de moestuin of in speciale aardbeipotten op het balkon. Een beetje schaduw is geen bezwaar.
  • Begin april kun je nog altijd rozen planten. Snoeien kan ook nog net, maar doe dat wel zo vroeg mogelijk in de maand.
  • Laat bieslook en basilicum in bloei komen. Dat kan in de tuin, maar ook in potten op het balkon. Het zijn goede insectentrekkers.
  • Plant snijsla en pluksla in plantenbakken op het terras.
  • Bescherm planten in potten tegen slakken door koperdraad om de pot te draaien.
  • Eenjarige planten kunnen nu worden gezaaid. Ze zullen deze zomer bloeien.
  • Bomen en struiken kunnen nog worden verplant. Hoe vroeger in de maand, hoe beter.
  • Peterselie en tijm zijn goed in potten te kweken, maar zet ze niet bij elkaar in dezelfde pot. Peterselie houdt van vocht en schaduw, tijm van droge grond en zon.
  • Siergrassen kunnen nu worden afgeknipt.
  • Als het gazongras hoger staat dan 5 centimeter kan er voor het eerst worden gemaaid.
  • Radijs, sla, erwten en bieten kunnen in de moestuin worden gezaaid.
  • Plant zomerbollen zoals anemonen, dahlia’s en gladiolen.
  • Op het balkon of terras zou je een mini-vijvertje kunnen maken in een houten kuip. Kies mini-waterlelies voor ondiep water.
  • Houd vliesdoek achter de hand om vroeg uitgelopen planten te beschermen. In april kan het nog stevig vriezen.
  • Wie niet wil riskeren dat zijn magnoliabloemen bevriezen, kan Magnolia wilsonii planten. Die bloeit pas in juni.
  • Haal tegen het einde van de maand dood blad en afgestorven oeverplanten uit de vijver.
Bron(nen):