Vraag het aan Romke: wat te doen tegen dat eeuwige onkruid?

Vraag het aan Romke: juni 2019

Elke maand een lezersvraag over tuinieren. En handige tuintips. Deze maand: hoe kom je wél van hardnekkig onkruid af?

Altijd kom je wel een wijsneus ­tegen die op pedante toon beweert: ­“Onkruid bestaat niet. Onkruid is een plant waarvan wij vinden dat hij op de ­verkeerde plaats groeit.” Dat mag dan zo zijn, maar in dat geval groeien er toch verdomd veel planten op verkeerde plaatsen. Tuinliefhebbers hebben altijd wat te zeuren: of hun grond is te droog, of te nat, of onvruchtbaar, of wel vruchtbaar maar niet te bewerken.

Maar in één geval moet je hun klachten ­serieus nemen: als ze klagen over onkruid. Want het zal je maar overkomen dat de heermoes onder de schutting door vanuit de buurtuin jouw tuin binnengroeit. Of dat het zevenblad zich als een bosbrand uitbreidt vanuit een hortensia die je van vrienden ­cadeau kreeg. 

De twee ergste boosdoeners heb ik hiermee meteen te pakken: heermoes (alias akkerpest, alias paardenstaart, alias katten­staarten) en zevenblad, dat ook wel hanenpoot of bisschopskruid wordt genoemd. Heermoes is een verschrikkelijk onkruid, helemaal nu we om ecologische redenen geen bestrijdingsmiddelen meer gebruiken. Maar ook vroeger. 

Want zelfs met chemische bestrijdingsmiddelen kreeg je de plant niet weg. Je kunt heermoes je leven lang uittrekken in de hoop de plant uiteindelijk te verzwakken, maar handiger is het misschien om de tuin zwaar te bemesten waardoor de andere planten zo sterk groeien dat ze de heermoes verdringen. Een fleurige truc die weleens wordt toegepast, is het zaaien van Oost-Indische kers: heermoes houdt niet van schaduw en wordt door de Oost-Indische kers zo in de schaduw gezet dat hij verdwijnt. Om het volgende jaar wel weer terug te ­komen, maar dat is van later zorg.

Wat dat betreft is zevenblad eenvoudiger te bestrijden. Die plant wortelt oppervlakkig en is makkelijk uit te vorken. Tenminste – als er geen andere planten staan. Het is bijna onmogelijk om de wortels van zevenblad tussen de wortels van andere planten vandaan te pulken. Een radicale oplossing is het bedekken van het zevenblad met zwarte landbouwfolie, dat dan wel een jaar moet blijven liggen. Een tuin vol landbouwfolie is niet erg decoratief, maar je kunt de folie met een dun laagje aarde bedekken en er eenjarige planten bovenop zaaien.

Berucht is ook de Japanse duizendknoop, die inmiddels van overheidswege wordt ­bestreden omdat hij onder de invasieve exoten valt. Hiertegen is geen folie of Oost-Indische kers opgewassen. Uitgraven is de enige optie. Een andere invasieve exoot is de gehoornde klaverzuring, hoewel deze plant nog niet op de lijst van te bestrijden boosdoeners staat. De plant ziet er onschuldig uit: een schattig klavertje met rood (een enkele maal groen) blad en kleine heldergele bloempjes. 

Hij komt oorspronkelijk uit Zuid-Europa en werd om zijn mooie rode blad ooit als sierplant gebruikt. ­Intussen wordt de ­gehoornde klaverzuring door alle tuiniers ­vervloekt, want als je hem ­uittrekt, blijft er altijd wel een stukje wortel achter dat in no time tot een nieuwe plant uitgroeit. En gehoornde klaverzuring groeit overal: tussen terrastegels, in de moestuin en in het gazon. Zelfs degenen die nog wel met ­chemische middelen werken, staan ­machteloos. Gehoornde klaverzuring is ­resistent tegen alle onkruidbestrijders. ­Wieden is de enige optie.

Een ander wolvenwelpje in schaapskleren dat ons land ooit als sierplant ­bereikte, is draad-ereprijs. Dit ragfijne ­kruipertje met hemelsblauwe bloempjes, ­afkomstig uit de Kaukasus, heeft onze tuinen in een paar jaar tijd veroverd. Dat komt vooral doordat ieder afgemaaid rankje weer een nieuwe plant vormt. Draad-ereprijs wordt aldus door grasmaaiers over het hele gazon verspreid. En niet alleen over het ­gazon, want ook in de border voelt deze plant zich thuis. 

In de moestuin is het relatief makkelijk om van onkruid af te komen dankzij de kale grond waarin je kunt wieden. In de border wordt het een stuk lastiger, vooral als zevenblad en haagwinde zich tussen de wortels van andere planten hebben genesteld. In dit verband is het misschien aardig om te weten dat ze in Amerika van de nood een deugd hebben gemaakt door zevenblad als bodembedekker aan te planten.

Onkruid in gras is bijna niet te bestrijden. Op gazons is vroeger zo veel met bestrijdingsmiddelen gespoten dat de meeste gazon-onkruiden allang resistent geworden zijn. Nu is het wel zo dat de mening over wat in het gazon ‘onkruid’ is en wat niet aan verandering onderhevig is. Vroeger had je madeliefjes-wippers: gereedschap dat speciaal gemaakt was om madeliefjes uit het gazon te wippen. Nu vind je die instrumenten alleen nog in een museum van vergeten tuingereedschap. Ook klaver wordt niet meer als storend onkruid gezien, zeker niet nu gebleken is dat in een warme droge zomer het gras bruin wordt en de klaver fris groen blijft. Misschien bestaat het gazon van de toekomst wel uit klaver. 

De grote vijand van iedere ouderwetse gazonliefhebber is mos. De remedie – kalk strooien – helpt niet altijd, want soms heeft het optreden van mos een andere oorzaak dan zure grond. Compacte grond bijvoorbeeld, of slecht gedraineerde grond. Handmatig of mechanisch gaten prikken is dan het antwoord. Soms groeit mos op grond die slecht belucht wordt. Robotmaaiers zijn een leuke uitvinding, maar ze ruimen het gemaaide gras niet op. Dat blijft liggen en vormt een viltlaag. Daarop groeit dan weer mos. Breng die grashark dus nog maar niet naar de kringloop.

Bron(nen):