Wandelen langs de grens

Eén stap opzij en je staat in een ander land... Dat maakt grenswandelen, bijvoorbeeld bij Baarle-Nassau en Baarle-Hertog, tot een waar avontuur. Wandeljournalist John Jansen van Galen proefde de sfeer.

John Jansen van Galen wandelt in het buurtschap Loveren, aan de westrand van Baarle-Nassau.

Dan zie ik opeens, bij een beek die het Merkske heet, de ­Dodendraad: een paar rijen prikkeldraad met porseleinen isolatoren en een opschrift: ‘Hochspannung – Lebensgefahr’. En met rode bloempjes van wol erin vervlochten: ‘poppies’ ofwel de papaverbloem, die voor de Britten het symbool van de herdenking van de Eerste Wereldoorlog is. 

Dit is wel de meest barse vorm van grens die je je kunt voorstellen: er stond vanaf het jaar 1915 voortdurend tweeduizend volt op de draad, teneinde te voorkomen dat deserteurs, spionnen en smokkelaars de grens overgingen. En dit 450 kilometer lang, van het Drielandenpunt in Zuid-Limburg tot het Belgische Knokke aan de Noordzee. Alleen al hier, ten zuiden van Baarle-Nassau, werden 44 mensen die het toch probeerden geëlektrocuteerd, evenals veel kleine huisdieren, hazen en konijnen.

Ik denk aan de muren van regeringsleiders als Trump en Netanyahu, aan de hekken rond de Spaanse enclaves Ceuta en Melilla in Noord-Afrika, aan het voormalige IJzeren Gordijn: grenzen om mensen te weren. Maar de Dodendraad is een eeuw geleden na drie jaar alweer buiten werking gesteld en nu is het een idyllisch monumentje: zon schemert door de wolken, rondom zijn de groene akkers omgeven door slanke witte berken en je ziet de kerktoren van Zondereigen.

Grens door de voordeur

In Baarle markeren vlaggetjes – zwart-geel-rood of rood-wit-blauw – de huisnummers en straatnamen, zodat de bezoeker weet in welk land hij is. Behalve het monumentje bij de Sint-Remigiuskerk zie ik op mijn wandeling rond Baarle-Nassau en -Hertog, die hier ineengestrengeld liggen, nergens een grenspaal. Het was vast geen doen om die te plaatsen: er is hier zoveel grens. Het Nederlandse dorp alleen al omvat 22 Belgische enclaves. Baarle-Hertog hoort bij België maar herbergt nog eens 8 vreemde enclaves. Soms loopt de grens, gemarkeerd door witte kruisjes in het plaveisel, dwars door een voordeur.

Speelt dit alles nog een rol in de Europese Unie? Opmerkelijk veel winkels prijzen goedkoop vuurwerk en rookwaren aan: ‘Shag – Belgische prijzen’. Het prijsverschil loont blijkbaar nog de moeite. Ook: ‘Worstenbrood, Belgisch & Hollands’. Ik wist niet dat daar verschil tussen bestaat.

Bij de Sint-Salvatorkapel staat in een namaakgrot Maria – die gelukkig de moeder is van alle volken. Ik verlaat er de bebouwde kom. Het land is stil en weids, met schier eindeloze akkers. In de verte steekt een kasteeltje wit af tegen een dennenbos en er zijn buurtschappen die Kievit, Weelde, Reth en Loveren heten. Je kunt je hier op de ­lange rulle zandwegen eenzaam voelen; ik stel me voor hoe na zonsondergang smokkelaars met hun ­vrachtautootjes vol contrabande eroverheen sjeesden, terwijl ze kraaienpootjes strooiden om de banden van de achtervolgende douaniers lek te prikken.


De Sint-Salvatorkapel in Baarle-Nassau.

Waar ben ik eigenlijk?

Een fazant vlucht voor me uit en onwillekeurig vraag ik me af: is het een Belg of een landgenoot? Maar een vogel is spreekwoordelijk vrij en trekt zich van geen grens iets aan. Ik ben vermoedelijk onderweg heel wat keren van Nederland naar België gegaan en andersom, maar dat is nergens te zien, wat een onbestemd gevoel geeft: waar ben ik eigenlijk? 

Het komt allemaal door de hertog van Brabant, die het in 1198 op een akkoordje gooide met een heer van Breda door hem zijn bezitting Baarle af te staan. Maar alle ­percelen waarover boeren hem accijns of pacht betaalden behield hij zelf, en zo is het eeuwenlang gebleven.

Ik volg het Merkske, dat nu door moerassig grasland stroomt en de grens volgt langs rietkragen en houtwallen en weelderig bloeiende heggen van sleedoorn. Wilgen-katjes wiegen in de bries, een klapekster strijkt neer in de top van een boom. Later wandel ik de Hollandse ­Bossen in, die net in ons moederland gelegen zijn en het ­Blommengoed genoemd worden – niet vanwege de rijke flora, maar naar een vroegere eigenaar, doctor Blom.

Het is al tegen zessen als ik Baarle-Hertog weer in loop. Horeca was er niet onderweg, dus de uithangborden van Leffe en Jupiler lokken. Maar zowel Den Bonten Os, 
De Lindeboom, De Tourmalet als De Toerist (die in rood neon bekendmaakt: ‘Open’) houdt de deur voor de ­vermoeide wandelaar gesloten en in arren moede neem ik de bus terug naar Breda.


De meanderende beek het Merkske, die ten zuidwesten van Baarle-Nassau de grens tussen Nederland en België vormt.

‘De grens overgaan blijft een sensatie’

“Vanaf de Koningsberg, in het bos bij ons huis, wees mijn vader mij, zes jaar oud, het torentje van Hoch Elten, dat in de verte uitstak boven een heuvelrij: daar was dus het land van de vijand, ‘de Mof’, die mijn jeugd had beheerst. Toen ik tientallen jaren later op het ­Pieterpad de heuvelrij die het Montferland heet te voet doorkruiste, passeerde ik meermalen de grens. Bij een grenspaal ging ik dan met het ene been in ­Nederland en het andere in Duitsland staan en doorlopend begon ik hardop Deutsch zu reden. Een beetje kinderachtig, ja, maar in weerwil van alle eenwording blijft een grensovergang een sensatie. Ineens het buitenland in! De opschriften, verkeersborden en richtingaanwijzers zijn er anders, men groet er anders en de huizen zien er anders uit. 
Dat weet ik ook van mijn vader, die timmerman was: ­ramen zijn in Duitsland en België kleiner, want wij in Nederland ‘stellen’ eerst de kozijnen, terwijl ­Duitsers en Belgen vensters uitsparen in ­gemetselde muren.

De grensgebieden aan beide zijden zijn het domein van vrijbuiters, ze lijken tot illegaliteit te verleiden. Vroeger woekerde er radiopiraterij, nu wiet- en xtc-teelt. Het blijft spannend ’s ochtends te vertrekken uit Noorbeek, Venlo, Winterswijk of Huijbergen en na uren door een grensstreek wandelen aan te komen in een ander land met andere horeca en ander openbaar vervoer, waardoor het soms een hele kunst is terug te reizen naar je land van herkomst. Ken je bijvoorbeeld Boscafé Merlijn achter Groesbeek? Het staat pal op de grens en was decennialang een honk van smokkelaars. Een van hen ging vele jaren iedere nacht de grens over met een zwaarbeladen fiets. Hij werd vaak aangehouden, maar de douaniers vonden nooit enige contra­bande. Toen hij oud was en in ruste, vroeg men wat hij toch al die tijd gesmokkeld had. ‘Nou, fietsen ­natuurlijk.’ Zulke verhalen hoor je niet langs ieder wandelpad.”

Bezoek hier wandelzoekpagina.nl.

Bron(nen):