Wandelen met Hella in Wassenaar

‘Ik wilde zó graag werk dat ertoe doet. En dat heb ik nu!’

De grote liefde van Suzanne Onderwater verongelukte op de motor, maar ironisch genoeg zorgde dat ervoor dat ze haar meisjesdroom
kon verwezenlijken. “Je hebt geen invloed op wat je overkomt in het leven, wel op de manier waarop je ermee omgaat.”

Op de dag van onze wandeling is het volgens Suzanne net zo “gillend warm” als op de dag dat ze haar grote liefde verloor. We treffen elkaar in de duinen van Wassenaar. “Toen we op de fiets hier naartoe reden, rook het naar meidoorn en fluitenkruid, net als toen.” Alles hier herinnert Suzanne Onderwater aan de ergste dag uit haar leven.

We vertrekken voor het ‘rondje Ganzenhoek’ in de duinen bij Wassenaar, een begrip voor omwonenden en Suzanne. Hier wandelt ze al sinds 1972. Eerst met haar ouders en later met haar poedel Pimpie. En nog altijd komt ze hier bijna wekelijks. “Dit is mijn achtertuin, kun je wel zeggen.” En toen ze haar latere echtgenoot Ad Maarschalkerweerd leerde kennen, konden ze hier samen zijn zonder gezien te worden.

Suzanne leerde Ad kennen bij de zeeverkenners. “Hij had prachtige zwarte krullen”, zegt ze over haar eerste en grote liefde. “Een knappe man, een machoman.” Ad hield van vrouwen, motoren en was een tikje traditioneel volgens Suzanne. “Toen we kinderen kregen, vond hij het lastig dat ik bleef werken. Maar hij accepteerde het uiteindelijk wel.” Suzanne had graag arts of verpleegkundige willen worden. Maar haar ouders vonden dat niets voor haar. Ze ging sociale geografie ­studeren, maar haar meisjesdroom bleef.

In 1985 trouwde ze met Ad. Toen hij voor een groot motormerk ging werken, maakte hij van zijn hobby zijn werk. “Achter op de motor zitten vond ik machtig en spannend.”

Suzanne stapt vastberaden voor me uit door het mulle duinzand, waar het lastig lopen is. “Goede oefening voor de spieren”, lacht ze. Door wat ze heeft meegemaakt, is ze een zelfverzekerde vrouw geworden. Op 20 mei 1997 was Ad op weg naar zijn werk in Rijswijk. Suzanne was al op haar werk toen ze op de radio hoorde over een file die door een ongeval was ontstaan. Toen er twee mannen kwamen die naar haar vroegen, dacht ze eerst: wat heeft Ad uitgevreten!

Hierover vertellen blijft haar moeite kosten. De verstreken tijd heeft dat niet makkelijker gemaakt. Suzanne haalt diep adem en dan vertelt ze dat wegwerkers in een busje pionnen aan het opruimen waren en Ad hebben aangereden. We zijn samen stil, tot Suzanne aanvult dat het ongeluk niets met het rijgedrag van Ad had te maken. De wegwerkers waren fout en zijn er destijds voor veroordeeld. Toen Suzanne het slechte nieuws kreeg, riep ze alleen maar: “Dat kan niet. Ad zit op zijn werk!” Nadat ze haar naar huis hadden gebracht, ging ze de planten maar water geven. “Ja, raar hè. Maar ik wist niet wat te doen.” Suzanne is weer terug in het moment dat haar leven op z’n kop zette. “De dag daarvoor was hij nog wezen rijden met ons oudste dochtertje in een motorpakje… Dat is onze laatste foto van Ad.”

Suzanne heeft haar man zelf geïdentificeerd. Ze wijst naar haar hoofd als ze zegt: “Ik heb hem dood gezien, hij lag in zijn motorpak. Dus ik wist dat hij er niet meer was. Maar hier, zegt ze wijzend naar haar hart, voelde ik dat nog niet.” Maandenlang dacht ze dat hij zo weer binnen kon stappen.

Maar ook toen bleef Suzanne haar rondjes wandelen in de Wassenaarse duinen. Ondanks de herinneringen die er liggen, en ook als het even minder ging. “Zelfs in de stromende regen ga ik. Daarna voel ik me altijd een stuk beter.”
Het raakt haar nog altijd als ze eraan terugdenkt hoe haar dochters van 6 en 9 verteld moest worden dat hun vader dood was. Ze schiet vol als ze zegt: “Dat lukte me niet.” Uiteindelijk heeft haar schoonvader de kinderen ingelicht. “Het heeft zo’n impact op ons leven gehad.”
Op het stukje ruiterpad dat we op aanraden van Suzanne pakken, barst het van de vlierbesbloesem. Als ze eraan ruikt, schieten we van de traan in de lach. Ze lijkt wel een bijtje met het gele ­stuifmeel dat achterblijft op haar gezicht.

Als ze een paar jaar na de dood van Ad het aanbod krijgt om leidinggevende te worden op haar werk op het ministerie, komt ze op een keerpunt in haar leven. “Diep in mij voelde ik dat ik dit niet wilde. Dat ik niet gelukkig zou worden als ik daar mijn hele leven zou blijven werken.” Dit was voor haar hét moment om alsnog haar kinderdroom te verwezenlijken. Ze verzamelde al haar moed en begon op haar 42ste aan de deeltijdopleiding tot verpleegkundige. Ze twijfelt over haar woorden voordat ze eerlijk ­toegeeft: “Als weduwe had ik een financiële buffer. Dat ik die studie zomaar kon gaan doen, was het spreekwoordelijke geluk bij een ongeluk.” In 2006 studeerde ze af, tegelijk met een dochter die het vwo afrondde. “Mijn dochters waren zo trots en noemden mij een powermama.”

Daarna specialiseerde Suzanne zich in ­oncologie. “Daar gaat het werkelijk over leven en dood.” Midden in de crisistijd kreeg ze een baan bij het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis in Amsterdam. Het ontroert Suzanne nog: “Ik wilde zó graag werk dat ertoe doet. En dat heb ik nu! Tegen een veel lager salaris, maar met zoveel meer voldoening.”

Als we boven op een duintop arriveren, hebben we een prachtig uitzicht op de zee die schittert in het licht van de namiddag. Suzanne roept uit: “Dit is toch net zo mooi als Kuta Beach op Bali!” Het past deze sterke vrouw om veel in haar leven een positieve draai te geven. “Misschien raar om te zeggen, maar als Ad was blijven leven, was ik misschien nooit verpleegkundige geworden. Zo zie je maar dat uit iets heel ergs iets heel moois kan voortkomen.”

De ervaring van Suzanne met verdriet en de eindigheid van het leven helpt haar nu bij het helpen van anderen. Zo wijst ze patiënten graag op de mogelijkheden in plaats van de moeilijkheden. Zoals de vader met asbestkanker die niet lang meer te leven had maar nog één keer met zijn zoontje wilde vissen. “Ze durfden niet, maar ik heb ze gestimuleerd om dat wel te doen.” Twee maanden later was de man overleden en belde zijn vrouw om Suzanne te bedanken voor de ­onvergetelijke ervaring.

Op het strand aangekomen passeren we Strandpaviljoen Sport. Suzanne zwaait naar de eigenaar. Haar beide dochters hebben hier een bijbaantje gehad. Dochter Ayla is ondertussen modeontwerpster en met dochter Mara hebben ze hier onlangs gevierd dat ze was afgestudeerd als paardenarts. Terugkijkend op wat de drie vrouwen samen hebben doorgemaakt, zegt Suzanne: “We waren als gezin een tafel met vier poten. Daarna waren we een hele tijd wankel. Maar nu zijn we een stevige driepoottafel.”

In die zekerheid zette Suzanne onlangs ook de stap om ‘opnieuw’ te beginnen in Amsterdam, waar ook haar dochters wonen. De hoed van Ad, die tot dan toe altijd aan de kapstok van Suzanne was blijven hangen, heeft nu een plek bij dochter Ayla gevonden. Suzanne kan en wil weer verder.
Aangekomen bij het uitzichtpunt aan het einde van onze wandeling wijst Suzanne hoe je bij ­helder weer de Euromast en de kerktoren van Katwijk kunt zien. En zo is het ook met een ­eventuele nieuwe man in haar leven. “Als hij voor me is weggelegd, zie ik hem wel verschijnen op mijn pad. Ik heb geleerd dat je geen invloed hebt op wat je overkomt in het leven, wel op de manier waarop je ermee omgaat.”

Rondje Ganzenhoek
Deze mooie wandeling door de duinen gaat deels over open ­terrein en deels door het bos.
Je bent vlak bij Wassenaar en Den Haag, maar voelt je toch ver weg van de drukte van de stad. De wandeling is met paaltjes ­gemarkeerd.

  • Startpunt: Fletcher Boutique Hotel Duinoord, Wassenaarseslag 26, Wassenaar.
  • Lengte: 3,3 kilometer.
  • Horeca: Strandpaviljoen Sport, Wassenaarseslag 29, Wassenaar.
  • Vervoer: het startpunt ligt op een half uur lopen van bushalte Wassenaar-Rijksdorp (bus 90 vanaf Den Haag CS). Wie dat niet wil, kan beter met de auto komen. Er is parkeer­gelegenheid

Dit artikel is eerder verschenen in Plus Magazine april 2018. Nog geen abonnee van Plus Magazine? Abonnee worden doet u in een handomdraai!

Trefwoorden: