Wandelen in een witte wereld

Het wintersportgebied rondom Seefeld is een paradijs in het hart van Tirol. Het is niet alleen heerlijk voor liefhebbers van skiën en ­ langlaufen, ook wandelaars kunnen er volop genieten van het prachtige winterlandschap.

De avond valt, de diepe klanken van de Friedensglocke galmen over het Tiroolse dorp Mösern. Vanuit het hotel maak ik met mijn reisgenoten een wandeling naar de grote bronzen klok, die zonder toren eromheen in het magische winterlandschap staat. Met fakkels verlichten we het besneeuwde pad. Aangekomen bij de klokkenstoel zien we in de diepte van het Inndal lichtjes van boerderijen en dorpen twinkelen, als verre sterren. Door een lappendeken van witte akkers kronkelt het zilveren lint van de rivier Inn, waarin het ­laatste roze van de avondhemel weerspiegelt. De tranen springen in mijn ogen, maar dat kan ook komen door de fles pittige schnaps die rondgaat.

Mösern is een van de idyllische dorpen rond de Tiroler wintersportplaats Seefeld, waar in 1964 en 1976 de Olympische Winterspelen gehouden werden. Sindsdien noemt de streek zich trots ‘Olympiaregion Seefeld’. Maar zij richt zich niet alleen op de sporter met olympische spierkracht. Het glooiende landschap tussen de skibergen is vooral ook een paradijs voor de meer relaxte wintergenieter.

En genieten doen we de volgende dag volop, als we met een gids een sneeuwschoenwandeling vanuit Mösern maken. Het dorp wordt wel het ‘zwaluwnest van Tirol’ genoemd en het eerste halfuur van onze wandeling worden we dan ook getrakteerd op weidse vergezichten over het Inndal en de bergen erachter. Daarna duiken we de bossen in. Er is zoveel sneeuw gevallen dat dunne bomen onder de last zijn doorgebogen en als bogen over het pad hangen. Voor iemand als ik, die de Nederlandse winter gewend is, lijkt het pad wel de poort naar een andere wereld. Het Eftelinggevoel neemt verder toe als we een groep ogenschijnlijke reuzenpaddenstoelen bereiken. Pas als we dichterbij komen, zien we dat het de stompen van gekapte bomen zijn, die een brede hoed van sneeuw dragen.

Tegen het middaguur bereiken we de Ropfer-stub’m in het gehucht Buchen. Op het zonnige terras smullen we van Tiroler Gerstlsuppe en Spinatknödel, Tiroolse gerstsoep en met spinazie gevulde knoedels. Ondertussen kijken we naar de langszoevende langlaufers, die hier van een uitgebreid netwerk aan loipen profiteren. Wijzelf lopen na de lunch naar de vlakbij gelegen Dreher Ranch om ons in het zadel te hijsen voor een paardrijtocht. Franz Dreher vertelt enthousiast over de Irish tinkers die hij zelf fokt: “Het zijn van oorsprong paarden die de woonwagens van Ierse zigeuners trokken. Rustige, robuuste dieren, die niet in paniek raken van de soms glibberige sneeuw.” Vanaf de rug van de tinkers met hun dikke vacht ervaren we het verstilde winterbos op een heel eigen wijze. De sneeuw knerpt onder hun hoeven en hun neuzen snuiven ritmisch, wat een bijna trance-achtige ervaring is. Een van de tinkers hapt in een speelse bui naar laaghangende dennentakken en hult ons in neerdwarrelende sneeuw, die in de laagstaande zon glinstert als engelenstof.

Aan het eind van de middag strijken we bij de idyllische Wildmoossee neer in de Wildmoosalm, een gasthof met een herbergier die een prettig gestoord mens blijkt te zijn. De overgang van het stille, magische bos naar de propvolle herberg is heftig en we staan nog een beetje beduusd om ons heen te kijken als eigenaar Walter Reindl ons door het gedrang naar een vrije tafel loodst. Binnen een mum van tijd hebben we allemaal een glaasje ­Obstler voor ons staan. “Ik zorg beter voor mijn gasten dan Moeder Teresa”, pocht ­Walter met een grijns. “En ik serveer de lekkerste apfelstrudel van Tirol.”

De schnaps en de huiselijke warmte brengen ons al snel in een aangenaam lome stemming, waar we echter wreed uit ontwaken als achter ons een snerpende sirene klinkt. Verschrikt draaien we ons om en ontwaren een gemaakt onschuldig kijkende Walter, die een trolley vol gebak naar ons toe rijdt. Op het wagentje heeft hij een blauw zwaailicht en een flinke toeter gemonteerd. Of Moeder Teresa zo luidruchtig zou zijn is twijfelachtig, maar we moeten toegeven dat Walters in vanillesaus badende apfelstrudel goddelijk is.

Als de Obstler een beetje is uitgewerkt en we ons klaarmaken voor vertrek, neemt Walter afscheid van ons alsof hij een dierbaar familielid voorgoed vaarwel zegt. In een jolige bui, waarbij heel wat sneeuwballen over en weer vliegen, wandelen we vervolgens over een mooi pad in een uurtje naar Seefeld.

Het dorp is in de middeleeuwen als pelgrimsoord rond een augustijner klooster ontstaan en in de vorige eeuw uitgegroeid tot een mondaine wintersportplaats. In plaats van schreeuwerige après-skibars zijn er in het autovrije centrum luxe restaurants en een casino. Van de twee kleine skigebieden direct rond Seefeld is de Rosshütte met twintig kilometer aan pistes de grootste. De meestal gemakkelijke afdalingen slingeren aangenaam door de bossen. Veel mensen nemen de tandradbaan omhoog naar het restaurant van de Rosshütte om daar op dekstoelen van de winterzon te genieten. Als je van schaatsen houdt of een partijtje curling wilt spelen, kun je op een van de ijsbanen of meertjes terecht.

Terwijl de avond valt, sluiten we ons verblijf in Seefeld af op het brasserieterras van Sir Henry, een luxe suitehotel dat onlangs zijn deuren geopend heeft op de top van de Gschwandtkopf. De zaak lokt gasten met de slogan ‘360° of freedom’. Terecht, want het uitzicht rondom is adembenemend. In het oosten kleuren de imposante pieken van het Karwendelgebergte roze, terwijl beneden ons de eerste lichtjes van Seefeld aanfloepen. Het wintersprookje is compleet als we vanuit de richting van Mösern de Friedensglocke horen beieren.

Seefeld praktisch
Algemene informatie: www.seefeld.com
Langlaufen inclusief routes: www.seefeld-langlauf.at
Winterse paardrijtochten zijn te boeken bij de Dreher Ranch in Buchen, www.wanderreiten-tirol.at
Sleetje rijden in Leutasch: www.seefeld.com/a-rodelbahn-hochmoos-alm
Overnachten: www.inntalerhof.at in Mösern, www.klosterbraeu.com in Seefeld, Ropferhof, www.pure-natur.at, in Buchen.

Tekst en fotografie Mick Palarczyk