Kosten dure geneesmiddelen gestegen

De kosten van dure geneesmiddelen zijn in 2019 gestegen naar 2,46 miljard euro. Een jaar eerder bedroegen de kosten 2,3 miljard euro. Bijna de helft van die kosten is toe te schrijven aan medicijnen die worden gebruikt bij de behandeling van kanker. De kosten stijgen vooral bij universitair- en gespecialiseerde ziekenhuizen.

Dat blijkt uit onderzoek van Vektis. Alle medicatie, dus dure en 'gewone' medicijnen bij elkaar opgeteld, kosten 6,9 miljard euro. In 2014 bedroegen de kosten voor alle medicatie 6,0 miljard euro.

Dure geneesmiddelen voor de behandeling van kanker worden even vaak gegeven aan mannen als aan vrouwen. Mannen krijgen deze middelen vaak wel op latere leeftijd dan vrouwen. Dat heeft te maken met het soort kanker. Bij vrouwen gaat het vaak om borstkanker, bij mannen om darmkanker. Deze laatste vorm wordt vaker ontdekt op latere leeftijd. De meeste patiënten zijn ouder dan 65 jaar.

De grootste kostenstijging werd gevonden bij de behandeling van niet kleincellige longkanker. De kosten bedragen 171 miljoen euro in 2018 (het laatst bekende cijfer), dat is 64 miljoen euro meer dan in 2017.

Behalve voor de behandeling van kanker worden dure geneesmiddelen ook gebruikt voor onder andere de behandeling van artritis, inflammatoire darmziekten, huidaandoeningen, metabole aandoeningen, oogaandoeningen en neurologische aandoeningen.

Voor een aantal aandoeningen heeft het ministerie van VWS vertrouwelijke afspraken met de fabrikant gemaakt over de prijs van het geneesmiddel. De genoemde cijfers zijn niet gecorrigeerd voor die afspraken. Het gaat om 71 miljoen euro in 2018 en 136 miljoen euro in 2019.