Zo maakt u de auto helemaal winterklaar. Rijden maar!

Gaat de auto glijden? Gas loslaten en koppeling intrappen

Auto winterklaar maken
Getty Images

Wanneer het sneeuwt of ijzelt, is eigenlijk de beste tip: ga liever niet de weg op. Al was het maar om de files te vermijden. Kan het niet anders? Bereid je dan goed voor.

Regel één: ga bij winterse omstandigheden alleen de weg op als het niet anders kan. Dat klinkt als een open deur, maar we kunnen het niet vaak genoeg zeggen. Want bij slecht weer gaan nog steeds heel veel mensen onnodig de weg op. Ze vinden: we hebben de plannen gemaakt, dus we gaan. Doe. Het. Niet. Of vertrek op zijn minst wat later, zodat je het drukste spitsverkeer mijdt.

Niet zomaar een beetje krabben

Regel twee: bereid je goed voor. Heeft het gesneeuwd, ga dan ruim op tijd de deur uit en maak de auto volledig sneeuwvrij. Dus niet alleen de ramen, maar ook de motorkap en het dak, want je wilt niet dat er sneeuw op je voorruit waait en je wilt ook niet dat sneeuw of ijsbrokken van jouw dak op de voorruit van je achterliggers terechtkomt. Check ook de ruitenwissers. Zijn ze vastgevroren aan de voorruit? 

Nooit met warm water proberen los te krijgen, dan kan de ruit barsten. Ga rustig met je vingers langs de rubbers om ze van de ruit los te wrikken. Haal daarna eventuele ijsbrokken van het wisserblad, want anders trekken ze strepen en die wil je ’s winters niet in je blikveld hebben, zeker niet bij laagstaande zon. Geluksvogels die een warmtepomp of standkachel hebben, kunnen de auto voorverwarmen – dat is trouwens ook goed voor het milieu. Want ijs en sneeuw krabben doe je niet met draaiende motor, hoe verleidelijk ook. Het is slecht voor de motor, veroorzaakt veel nutteloze uitstoot en voorkomt niet dat na het krabben de ruiten aan de binnenkant beslaan.

Om dat laatste te voorkomen is het beter om de ruiten schoon te vegen met een speciaal doekje, speciale anti-condensvloeistof te gebruiken of een vochtvanger in de auto te leggen. Is de auto eenmaal gestart, zet dan de airco op ‘ontwasemen’ en in de ‘recirculatiestand’. Dan zijn de ruiten in no time ontwasemd. Overigens is het strafbaar om met beslagen ramen of spiegels te rijden, de boete loopt snel in de honderden euro’s. Houd je winterjas niet aan achter het stuur. Dikke kleding belemmert je bewegingsvrijheid en kan de effectiviteit van de gordelspanners verminderen. Zorg ervoor dat je schoenzolen sneeuwvrij zijn, en het liefst zo droog mogelijk. Anders kunnen je voeten van de pedalen glibberen.

Automaat of schakelbak?

Rijden op een glad wegdek vraagt om een aangepaste aanpak. Auto’s met automatische versnellingsbak hebben meestal een speciale sneeuw- en ijsstand. Het is uiteraard essentieel om die te gebruiken. Zet de bak nooit in neutraal tijdens het rijden, dan verlies je alle controle over de aandrijflijn. Kun je handmatig schakelen, bijvoorbeeld via stuur-flippers, gebruik die dan om op de motor af te remmen waar mogelijk.

Rijd je handgeschakeld, pas dan je schakelstrategie aan. Is de weg echt glad en slippen de aangedreven wielen door bij optrekken, is het vaak beter om de auto in z’n twee te zetten en vanuit stilstand langzaam de koppeling op te laten komen, zodat de aangedreven wielen niet gaan spinnen. 

Halveer je snelheid en verdubbel je afstand tot de voorligger

Slim remmen, rustig sturen

Eenmaal onderweg is het zaak verder dan je misschien gewend bent vooruit te kijken en meer afstand te houden. Je remweg is immers fors langer – zelfs als je op winterbanden rijdt! Een veelgebruikte vuistregel is: halveer je snelheid en verdubbel de afstand tot de voorligger. Een afstand van minstens drie à vier seconden is verstandig. Het is ook verstandig om rijhulpen die zelf afremmen of versnellen zoals adaptieve cruisecontrol uit te schakelen. 

En bedenk dat zulke systemen bij slippartijen sowieso niet per se ingrijpen en je zo kunnen redden. Bedien de auto alsof je een rauw ei op het dashboard hebt liggen dat niet mag vallen: rustig het stuur en de pedalen gebruiken, is essentieel. Doemt er een bocht op, rem dan in een zo recht mogelijke lijn rustig af. Liefst ‘op de motor’, niet per se met het rempedaal. En stop met remmen voordat je de bocht instuurt. Stuur rustig en vloeiend.

Gaat de auto toch onverhoopt glijden, laat dan het gas los, druk de koppeling in en wacht tot de auto weer grip vindt en stuur dan in de gewenste richting. Maak geen wilde stuurbewegingen. Moet je toch remmen om een obstakel te vermijden, druk het rempedaal dan vol in zodat het antiblokkeersysteem optimaal werkt en blijf rustig sturen in de richting die je wilt.

Winterbanden

Heel goed dat je winterbanden hebt laten monteren, maar dat betekent niet  dat je op een glad wegdek ongenaakbaar bent. Winterbanden presteren bij lage temperaturen optimaal, maar de remweg is ook met zulke banden altijd langer dan normaal op als het glad is op de weg. Helemaal als je de snelheid niet aanpast. Hetzelfde geldt voor vierseizoenenbanden. Bij elk bandentype geldt: check de bandenspanning. Is die te laag of te hoog, dan is de kans op glijpartijen extra groot. En ja, in de sneeuw rijden op zomerbanden is vragen om problemen, hoe correct de bandenspanning ook is.

Lesje slippen

Leuk én leerzaam: een rijtraining of slipcursus. Doe die het liefst met je eigen auto, al was het maar om te ervaren hoe het voelt als jouw auto gaat glijden en hoe je dan kunt reageren. ANWB en Verkeersveiligheid Groep Nederland bieden zulke trainingen aan door het hele land.

Mee aan boord

+ Goede ijskrabber, ruitontdooier, beschermingsdeken en ruitenwisservloeistof met antivries

Zorg ervoor dat er een fles ruitenwisservloeistof met antivries in de kofferbak staat (en zorg ervoor dat het de wintervariant is). Koop een goede ijskrabber: geen flinterdun relatiegeschenkje of (zoals vroeger) een cd-doosje of bankpas. Zeker als het heeft geijzeld, krijg je de ruiten niet schoon zonder robuuste krabber (liefst met ‘ingebouwde’ handschoen. Een fles ruitenontdooier is ook handig, net als een beschermingsdeken die je na de rit over de ruit kunt leggen, zodat de ruitenwissers niet kunnen vastvriezen.

+ Deken, water, noodvoorraad voedsel, powerbank, zaklamp, EHBO-set 

Sta je met pech of kun je door de wegomstandigheden niet verder, dan is een deken noodzaak. Net als een winterjas en een set handschoenen. Want in de winter zijn de aanrijdtijden van hulpdiensten logischerwijs soms erg lang. Vers water is handig, net als iets te eten dat lang houdbaar is. Met een (opgeladen) powerbank houdt je de telefoonbatterij op peil en zo blijf je bereikbaar. En een zaklamp werkt beter dan het lampje van je telefoon – en trekt de batterij daarvan ook niet snel leeg. Een EHBO-set spreekt voor zich, al geldt dat voor het hele jaar. Net als het niet verplichte, maar zeer aan te raden gele hesje. Daarmee ben je gewoon veel beter zichtbaar.

+ Startkabels

Accu’s die het jarenlang prima hebben gedaan, kunnen zomaar tijdens de eerste vriesnacht de geest geven. En gebeurt dat niet met de jouwe, dan misschien wel met die van een buur of collega. Zorg er daarom voor dat er altijd startkabels in je auto liggen.

Auteur