Column: Expertise - Ben Steinebach

Ben Steinebach is hoofd Beleggingsstrategie en verantwoordelijk voor het beleggingsadvies aan de particuliere beleggers van ABN AMRO. Ben maakt daarvoor de vertaalslag van de macro-economische omgeving naar de individuele beleggingsportefeuille.

Levert Robotisering beleggingskansen op?

Onlangs organiseerde het Nederlandse ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een congres over robotisering. Tijdens het congres hield minister Asscher een toespraak waarin hij stelde dat de werkgelegenheid als gevolg van de toenemende robotisering onder druk zal komen. Hij baseerde zich daarbij op een uitspraak van John Maynard Keynes uit 1930, die stelde dat: “…unemployment due to our discovery of means of economizing the use of labor [is] outrunning the pace at which we can find new uses for labor”.

Volgens een rapport van consultantsbureau Deloitte, gebaseerd op een studie van Oxford University, zouden in Nederland zelfs 2 miljoen tot 3 miljoen banen “robotiseerbaar” (of automatiseerbaar) zijn. Hoewel in de afgelopen eeuwen industrialisatie en automatisering hand in hand zijn gegaan met banengroei, vreest Asscher dat de werkloosheid nu zeer fors zal oplopen. Het is de vraag of dat werkelijk zo is en wat er dan anders is dan de afgelopen eeuwen.

Verdringing versus welvaartsgroei

De angst is gebaseerd op verdringing van arbeid zoals dat bijvoorbeeld is gebeurd met de introductie van machines tijdens de industriële revolutie en de introductie van computers tijdens de digitale revolutie. Met de introductie van het internet en vooral van het “internet der dingen” (waarbij allerlei apparaten en processen met elkaar worden verbonden) zal deze verdringing echter in een veel hoger tempo gaan verlopen. Tot dusverre werd de verdringing van arbeid gecompenseerd door welvaartsgroei als gevolg van de optredende productiviteitswinsten. Dit leidde tot nieuwe vraag naar goederen en diensten waar de overtollig geworden arbeid kon worden aangewend.

Daarbij speelde bovendien een rol dat er minder laagwaardige arbeid nodig was en er dus een verschuiving optrad van lager opgeleide naar hoger opgeleide werknemers. Dat de reële loonkosten hierdoor niet zijn gestegen komt omdat de stijging van de arbeidsproductiviteit daar bovenuit steeg. Wanneer dat in bepaalde sectoren niet het geval was, leidde dat tot een verschuiving van de sectorstructuur in de richting van de hoogproductieve sectoren. Zal dat met de nieuwe revolutie wederom het geval zijn? Die vraag is moeilijk eenduidig te beantwoorden. We kunnen echter wel kijken naar de ontwikkeling van werkgelegenheid en werkloosheid in landen die voorop lopen in de robotrevolutie.

Zuid Korea en Japan als voorbeeld

Met respectievelijk 437 en 323 robots per 10.000 werknemers zijn Zuid Korea en Japan de sterkst "gerobotiseerde" landen, gevolgd door Duitsland met 282 robots. Als het verdringingseffect deze keer het productiviteitseffect zou overtreffen, zou je dus verwachten dat de werkloosheid in Zuid Korea hoger is dan elders. Dat blijkt niet het geval te zijn. Volgens geharmoniseerde gegevens van de Organisatie van Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) bedroeg de werkloosheid in 2013 in Zuid Korea 3,1% van de beroepsbevolking tegen 4,0% in Japan en 5,3% in Duitsland. In alle drie landen is de werkloosheid gedaald ten opzichte van 2012.

Het gemiddelde werkloosheidspercentage in de OESO als geheel was in beide jaren stabiel op 7,9%, terwijl de werkloosheid in het land van Asscher (met slechts 93 robots per 10.000 werknemers) is gestegen van 5,3% tot 6,7%. De werkweek in Zuid Korea is bovendien langer dan in de andere genoemde landen. Voor de angstbeelden van minister Asscher lijkt derhalve op zijn best gezegd geen grond te bestaan.

Levert Robotisering beleggingskansen op?

De robotisering van de afgelopen jaren, die (deels) samenhangt met de opkomst van het “internet der dingen”, gaat razendsnel en blijft ook niet beperkt tot de traditionele volwassen economieën (waartoe ik voor het gemak ook Zuid Korea maar even reken). Door de snelle opkomst van een koopkrachtige middenklasse in veel opkomende landen, veranderen ook de productiestructuren in veel van deze landen in een halsbrekend tempo. De eerste en beste voorbeelden daarvan zijn China en Brazilië, maar andere opkomende landen staan te trappelen. De groei van de robotisering zal daardoor voorlopig doorgaan en ongetwijfeld nog versnellen.

De verwachting is dat de penetratie van deze nieuwe technologie in opkomende landen circa 10 keer zo snel zal gaan als 200 jaar geleden met machines in de industriële revolutie. Dat levert op velerlei gebied beleggingskansen op. Deze kansen liggen in de eerste plaats op het gebied van de sectoren waar de robots worden gebruikt en leiden tot (productiviteits)winsten. Het gaat dan om een brede variëteit van sectoren, zoals de automobielindustrie (zowel de autoproductie als de ontwikkeling van zelfrijdende auto’s), de elektronica, de chemische-, de rubber- en de kunststofverwerkende industrie, de defensie, de medische sector en – in de toekomst – het privéhuishouden. Daarnaast zijn de perspectieven goed voor de bedrijven die de productie van robots voor hun rekening nemen en ook de toeleveranciers van deze bedrijven, zoals de halfgeleiderindustrie.

Concrete beleggingen hangen voor een belangrijk deel af van uw eigen risicotolerantie, voorkeur en onze actuele opinie. Voor een bijgewerkte lijst van bedrijven, waarvan wij vinden dat ze in aanmerking komen, verwijzen we u naar een beleggingsadviseur van ABN AMRO.

15 oktober 2014
Ben Steinebach
Hoofd Beleggingsstrategie ABN AMRO