Past elke obligatievorm wel in mijn defensieve portefeuille?

Ik ben 59 jaar en beleg al jaren via mijn bank. Mijn portefeuille bestaat vooral uit verschillende obligatievormen. Ik heb onlangs echter gelezen dat sommige obligatievormen best risicovol kunnen zijn. Zitten er ook risicovolle obligaties in mijn defensieve portefeuille?

Ik wil met mijn beleggingen helemaal geen risico lopen, aangezien ik het gehele bedrag nodig heb voor mijn pensioen. Mij werd door de bank geadviseerd 80% van mijn vermogen in diverse obligatievormen te beleggen en de rest in liquiditeiten. De waarde van mijn portefeuille is momenteel ongeveer €200.000 en de verdeling ziet er als volgt uit:

[[image file="2014-10/schermafbeelding-2014-10-31-om-10.48.02.png" ]]

Uit uw portefeuille blijkt dat u in steepeners, perpetuals en ledencertificaten belegt. Dat zijn inderdaad producten met eigenschappen van obligaties, maar deze zijn toch wel behoorlijk risicovol. Een belangrijk voordeel van deze producten is dat zij een hoger rendement beloven dan bijvoorbeeld staatsobligaties. Jaarlijks krijgt u een hogere uitkering in de vorm van bijvoorbeeld rente. Het nadeel is doorgaans dat een hoger rendement ook een hoger risico met zich meebrengt. Dat is op zich niet erg, maar het moet wel bij uw beleggersprofiel passen. Dat is bij u niet het geval. Hierna wordt beschreven waarom dergelijke producten niet bij uw defensieve profiel passen.

Eerst een korte uitleg over de producten

  • Een steepener is een soort obligatie met een doorgaans lange looptijd en waarbij de rente over het algemeen per jaar varieert. Steepeners kunnen veelal tussentijds worden afgelost door de uitgevende instelling en zijn er in zoveel verschillende vormen, dat er moeilijk een meetbaar risico aan gehecht kan worden.
  • Een perpetual is een obligatie die in principe nooit wordt afgelost. De belegger ontvangt hiervoor een relatief hoge, jaarlijkse rentecoupon.
  • Ledencertificaten zijn participaties in een onderneming zonder einddatum. De certificaten zijn een diep achtergesteld beleggingsproduct, waarvoor een hogere jaarlijkse uitkering wordt beloofd door de uitgevende instelling.

Een belangrijk risico van de voornoemde producten is dat deze achtergesteld zijn. Dit betekent dat als de uitgever failliet gaat, de bezitter helemaal achteraan in de rij van de schuldeisers staat. Ook belangrijk is dat de uitgever - mocht dat nodig zijn - de mogelijkheid heeft de jaarlijkse uitkering tijdelijk niet te verstrekken. Vaak is de uitkering afhankelijk van de winst van de uitgevende insteling. Ook is er het risico van koersfluctuaties van de stukken. Bij verkoop kan de handelskoers waartegen u verkoopt flink lager uitvallen dan uw aankoopkoers. Voornoemde producten hebben geen einddatum of een lange looptijd. Uw portefeuille moet juist zo zijn ingericht dat er rekening wordt gehouden met uw pensioen op korte termijn.

Er kleven voor u dus diverse risico’s aan de producten in uw portefeuille. Bovendien adviseren verschillende banken sinds kort om voor niet meer dan 5% in individuele achtergestelde stukken te beleggen. Dit advies is niet alleen gebaseerd op het risico dat dergelijke stukken kennen, maar ook op de zorgplichteisen die de Autoriteit Financiële Markten stelt. U doet er dus verstandig aan met deze ontwikkeling rekening te houden.

Conclusie

Het rendement is bij voornoemde doorgaans hoger dan bij bijvoorbeeld staatsobligaties, maar het risico is ook groter. Als u weinig risico wenst in uw beleggingen, dan is het verstandig om dergelijke producten niet in uw portefeuille op te nemen. Wanneer u dergelijke producten wel in uw portefeuille opneemt, neem dan nooit meer op dan 5% van uw totale portefeuille en laat u zich dan goed informeren door een goede adviseur.