Dit verandert in 2020

Minder belastingschijven, lagere tarieven, duurdere zorgpremie en nog veel meer nieuwe maatregelen die je voelt in je portemonnee. De mee- en tegenvallers op een rij*.

* Regelingen en bedragen zoals bekend eind november 2019.

Belastingen

Hoogste tarief omlaag
Het toptarief gaat omlaag van 51,75 procent naar 49,5 procent.

Minder schijven
Een jaar eerder dan gepland gaat het aantal belastingschijven omlaag. Dat betekent dat er in 2020 nog maar twee tarieven zijn voor belasting en premies. Voor AOW-ontvangers is er wel een extra schijf, omdat zij geen AOW-premie betalen. Voor AOW-ontvangers die zijn geboren vóór 1 januari 1946 en ­AOW-ontvangers die later zijn geboren, lopen de schijven een klein beetje anders.

Zelfstandigenaftrek omlaag
De zelfstandigenaftrek voor ­ondernemers gaat in 2020 met €250 omlaag. Hetzelfde gebeurt in de jaren daarna tot en met 2027, en in 2018 nog een keer met €280. In 2020 bedraagt de zelfstandigenaftrek nog €7030 (2019: € 7280). Doel van de maatregel is het fiscale voordeel van zelfstandigen in vergelijking met werknemers te verkleinen.

Minder aftrek ziektekosten, giften en alimentatie
Aftrek van ziektekosten, giften en alimentatie levert een ­maximaal voordeel op van 46%, ook als je in het hoogste tarief 49,5% belasting betaalt.

Vergoeding vrijwilligers
De vergoeding die vrijwilligers belastingvrij mogen ontvangen, blijft voorlopig €1700. Dit bedrag stijgt mee met de inflatie, maar wordt afgerond op €100. Het gaat dus pas echt omhoog als het door de inflatie boven de €1750 zou uitkomen. Afgerond op €100 is dat dan €1800. Misschien wordt dit het nieuwe bedrag voor 2021.

Iets minder spaartaks
De belasting op vermogen gaat weer iets omlaag in vergelijking met vorig jaar. Om te beginnen mag iedereen €30.846 aan spaargeld en beleggingen hebben zonder dat de fiscus eraan komt. Voor een echtpaar is dat het dubbele, dus €61.692.

Heb je meer, dan gaat de fiscus ervan uit dat je daarover een vastgesteld rendement maakt. Ook denkt de fiscus dat mensen met meer geld meer beleggen en daarmee een hoger rendement halen. De rendementen en belastingpercentages staan in de tabel.

BTW voor consumenten
Digitale boeken gaan onder hetzelfde lage btw-tarief ­vallen als papieren boeken. Dat betekent een verlaging van 21 naar 9%. Datzelfde geldt voor digitale kranten en tijdschriften (en betaalde toegang tot hun websites), luisterboeken die je kunt ­downloaden en journalistieke platforms zoals Blendle. Voor digitale video en muziek ­(Netflix, Spotify) blijft wel het tarief van 21 procent gelden.

Schenkingen
Ouders kunnen hun kinderen jaarlijks €5514 belastingvrij schenken. Is het kind of zijn/haar partner onder de 40, dan is een eenmalige ­belastingvrije schenking van €26.457 mogelijk. Dit bedrag mag zelfs €55.114 zijn als het kind dit besteedt aan een studie.

Een schenking voor een eigen huis mag €103.640 zijn, eventueel uitgesmeerd over drie jaar. Deze schenking mag je ook aan iemand anders doen dan een zoon of dochter. Dan bedraagt de vrijstelling maar €2207.

Zorg

Eigen risico
Net als vorig jaar blijft het eigen ­risico gelijk: €385.

Extra vergoedingen
 - Logeervergoeding van €75 per nacht als iemand drie dagen ­achter elkaar een behandeling krijgt in een ver weg gelegen ­ziekenhuis, zonder opname. Deze vergoeding is voor ­mensen die voor deze ­behandeling ook recht hebben op zittend zieken­vervoer.
 - Apotheekbereiding van genees­middelen die niet in het basispakket zitten.
 - Zorg van een specialist ouderenge­neeskunde en een arts verstan­delijk gehandicapten.
 - Voor begeleiding bij stoppen met roken die in het basispakket valt, geldt geen eigen risico meer.

Zorgpremie stijgt
De premie voor het ­basispakket van de ­zorgverzekering gaat ­gemiddeld iets omhoog tot ongeveer €118 per maand). De korting voor een ­collectieve zorgverzekering, bijvoorbeeld via een werkgever of patiënten­vereniging, gaat omlaagvan 10 naar 5%.

Zorgtoeslag
De zorgtoeslag gaat ­omhoog met maximaal €67 per jaar voor alleenstaanden en €95 voor gezinnen.

Vaste eigen bijdrage Wmo
De vaste eigen bijdrage voor hulp van de gemeente vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) blijft ongeveer gelijk. Het tarief wordt €19 per maand per huishouden (was €17,50 per 4 weken). Meerpersoonshuishoudens zonder AOW-ontvanger(s) hoeven geen eigen bijdrage te ­betalen.

Verder is het tarief voor iedereen gelijk, ongeacht inkomen en ­vermogen. De vaste eigen bijdrage geldt voor praktisch alle soorten hulp: ­algemene voorzieningen, maatwerkvoorzieningen en persoonsgebonden ­budgetten. Een uitzondering is de maatwerkvoorziening collectief vervoer.

Medische gegevens
Dokters en andere zorgverleners moeten medische gegevens vanaf 1 juli gratis ter inzage geven in het digitale medische dossier aan patiënten die daarom vragen. Nu is het voor zorgverleners nog niet wettelijk verplicht om dit kosteloos te doen.

Huren

Huurtoeslag
Meer mensen komen in aanmerking voor (een beetje) huurtoeslag. Dat komt ­doordat de vaste inkomensgrenzen voor huurtoeslag vervallen. In 2019 zijn die grenzen bikkelhard. Een AOW-ontvanger die per jaar meer inkomen heeft dan €22.574 (of €30.800 met een partner), krijgt geen cent huurtoeslag. Voor huurders onder de AOW-leeftijd liggen deze grenzen €25 hoger.

In 2020 krijg je boven deze grens nog wel huurtoeslag, maar minder. Pas bij een inkomen van circa €28.000 voor een alleenstaande en €37.000 voor partners bestaat helemaal geen recht meer op huurtoeslag. De vermogensgrens blijft wel een harde grens. Wie1 euro meer heeft dan het belastingvrije vermogen, krijgt geen huurtoeslag.

Woz-waarde stijgt
De gemiddelde WOZ-waarde gaat verder omhoog met 8 tot 10%. Dat verwacht de Waarderingskamer. Met de WOZ-waarde stijgen ook het eigenwoningforfait en de onroerendezaakbelasting. Ook andere woonheffingen zijn vaak van de WOZ-waarde afgeleid: afvalstoffenheffing, rioolbelasting en de watersysteem­heffing van het waterschap.

Lager eigenwoningforfait
Voor de meeste woningen gaat het eigen­wo­ningforfait omlaag naar 0,6% (was 0,65%). Dat betekent dat je in 2020 0,6% van de waarde van de woning bij je inkomen moet tellen. De verlaging geldt voor woningen met een WOZ-waarde tussen de €75.000 en €1.060.000.

Minder aftrek
De hypotheekrenteaftrek voor mensen met een in­komen boven €68.507 gaat verder omlaag. Zij kunnen rente en andere aftrekbare kosten voor hun ­woning nog maar tot maximaal 46% aftrekken. In 2019 was dat nog 49%. De Belastingdienst berekent automatisch de juiste aftrek.

Hypotheekgarantie omhoog
De hypotheekgarantie wordt €310.000 (was €290.000). Ook bij het oversluiten van een hypotheek zonder deze garantie naar een hypotheek mét garantie mag de ­getaxeerde waarde niet boven deze ­kostengrens liggen.

Voor woningen met energiebesparende voorzieningen is de ­kostengrens 6% hoger, namelijk €328.600. Voor een hypotheek met garantie betaal je een lagere rente. De hypotheek­garantie zelf kost 0,9% van het hypotheek­bedrag.

Belasting over afgelost huis
Wie een eigen woning (bijna) helemaal heeft afgelost, mag nog 93,33% van de bijtelling van het eigen­woningforfait aftrekken. Vóór 2019 mochten huiseigenaren het hele forfait aftrekken, zodat ze geen belasting hoefden te betalen over het woongenot in hun eigen woning. Dat voordeel wordt in 30 jaar afgebouwd tot nul, dus in stapjes van 3,33%.

Vervoer

Elektrische auto blijft gunstig, iets ongunstiger voor leaserijders
Wie een elektrische auto koopt, hoeft daar tot 2025 geen aanschaf­belasting (bpm) én geen motorrijtuigenbelasting voor te betalen. ­Hybride-auto’s met een stekker ­profiteren nog tot 2025 van een korting op de motor­rijtuigenbelasting van 50 procent.

Een elektrische auto van de zaak levert in 2020 wel een hogere bijtelling op. Voor ­auto’s tot €45.000 wordt dat 8% (was 4% tot €50.000). Boven deze prijs is en blijft de bijtelling 22%.

Verkeersboetes omhoog

Fiets van de zaak
Als je een fiets van de zaak ook privé gebruikt, moet je hiervoor 7% van de nieuwwaardebij je inkomen tellen.

AOW

AOW-bedragen
De AOW-bedragen per 1 januari 2020 zijn bij het ter perse gaan van dit nummer nog niet bekend. U vindt ze op www.plusonline.nl/aow

AOW-leeftijd stijgt niet
De AOW-leeftijd blijft 66 jaar en 4 maanden, net als in 2019. Ook in 2021 blijft dat zo. Dat komt door het pensioen­akkoord, waarin is afgesproken dat de stijging van de AOW-leeftijd ­minder snel zal gaan.

Overig

Energiebelasting omlaag
De energiebelasting op gas gaat met bijna 4 cent per kubieke meter omhoog, maar de energiebelasting op stroom gaat juist met 0,09 cent per kWh omlaag. Ook gaat de korting op de energiebelasting omhoog met bijna €216 tot €527,17. De tarieven voor ­Opslag Duurzame Energie (ODE) gaan omhoog: voor gas met 2,51 cent per kubieke meter en voor elektriciteit met 0,84 cent per kWh. De ­verwachting is dat een huishouden gemiddeld €100 minder kwijt is aan energiebelasting (bij een verbruik van 1179 kubieke meter gas en 2525 kWh aan stroom).

Post van de Belastingdienst
Voortaan kun je zelf kiezen voor een ­blauwe envelop op de mat of een ­digitaal ­bericht in de ­mailbox. De Belastingdienst legt dit aan ­iedereen voor. Je kunt de keuze ook altijd weer veranderen.

Postzegels duurder
Een brief versturen gaat 91 cent kosten. Dat was 87 cent.

Sigaretten duurder
De accijns op sigaretten en shag gaat twee keer omhoog: op 1­ ­januari met 14 cent en op 1 april met €1. Dit geldt voor een pakje ­sigaretten van 20 stuks. Andere rookwaren ­stijgen ongeveer net ­zoveel in prijs. Vanaf 1 juli mogen in ­supermarkten geen ­sigarettenpakjes meer te zien zijn.

Alimentatieduur korter
Voor stellen die vanaf 1 januari 2020 gaan scheiden, ­gaan andere alimentatieregels gelden. Als één van beiden alimentatie moet betalen, hoeft dat maximaal gedurende de helft van het aantal jaren dat het huwelijk heeft geduurd. Heeft het huwelijk langer dan tien jaar geduurd, dan duurt de partner­alimentatie toch maar vijf jaar. Bij kinderen jonger dan 12 jaar loopt de partneralimentatie wel door tot het jongste kind 12 jaar wordt.

Voor partners die binnen 10 jaar AOW gaan ontvangen en minstens 15 jaar getrouwd waren, loopt de alimentatieplicht door tot de pensioendatum. Alimentatieontvangers van 50 jaar en ouder die ten minste 15 jaar getrouwd waren, houden de komende 7 jaar recht op maximaal 10 jaar partneralimentatie.

Bron(nen):