5 fabels over besmettelijkheid coronavirus

Is de epidemie nu wel voorbij? Helaas niet, er worden nog steeds nieuwe mensen besmet met het coronavirus. 5 fabels over besmettelijkheid op een rijtje.

Fabel 1: Zonder klachten, ben je niet besmettelijk

Deze fabel was per ongeluk verspreid door een wetenschapper van de WHO zelf. De wereldgezondheidsorganisatie had gezegd dat regeringen vooral op zoek moesten naar mensen met symptomen van het coronavirus, zoals hoesten, koorts en smaak/reukverlies. Dat is logisch, want hoe meer klachten, hoe besmettelijker je bent. Maar de WHO zei ook dat mensen zonder symptomen het virus nooit verspreiden. Dat is gek, want er zijn wel degelijk (met name jonge) mensen met zeer lichte klachten, die ongemerkt ziek zijn en het virus verspreiden. Een dag later werd het statement dan ook weer ingetrokken. ‘Verspreiding zonder symptomen is een complex gegeven, waarvan we nog niet precies weten hoe het zit’, aldus het nieuwe statement van de WHO.

Fabel 2: Een mondkapje helpt niet

‘Mondkapjes opdoen heeft geen enkele zin’, zei RIVM-directeur infectieziektebestrijding Jaap van Dissel tegen de politiek, toen die vraag speelde eind maart. Later werd het mondkapje toch ingevoerd in het openbaar vervoer. Werkt het nu wel of niet? Een nieuw onderzoek in het medische vakblad The Lancet heeft 172 onderzoeken naar beschermingsmaatregelen tegen verspreiding van sars-virussen geanalyseerd. Conclusie: het risico op verspreiding wordt 85 procent lager met een mondmasker. De chirurgische mondmaskers werken extra goed, maar die zijn in Nederland gereserveerd voor zorgverleners. Is dit nieuw voor het RIVM? Waarschijnlijk niet, de wetenschapppers van het RIVM kenden ze die onderzoeken ook  wel. Het mondmasker werkt, maar niet als je het verkeerd gebruikt, dan kan het zelfs meer virus verspreiden. Daarbij: we houden al 1,5 meter afstand. Dat waren redenen om het mondmasker af te raden, voor het RIVM.

Fabel 3: De 1,5 meter afstand is niet bewezen effectief

Afstand houden helpt wel degelijk. Hetzelfde Lancet-onderzoek als dat van de mondmaskers laat dat zien. Zij namen niet de 1,5 meter afstand, maar de 1 meter afstand als maat. De besmettelijkheid was 82 procent lager, met deze afstand. Bij een grotere afstand is de bescherming nog hoger, dus 1,5 meter helpt wel degelijk.

Fabel 4: Het virus wordt alleen verspreid door superverspreiders

De 61-jarige Zuid Koreaans mevrouw die na kerkbezoek de bron was voor de besmetting van de helft van de ziektegevallen in haar land is een vaak aangehaald voorbeeld van een superverspreider. Een persoon die niet 2 tot 4 maar tientallen mensen (of zelfs meer) besmet. Wetenschappers tasten nog in het duister over hoe de superverspreider ontstaat. Mogelijk verspreidt hij meer virusdeeltjes. Als hij dan ook nog op een drukke bruiloft of kerkkoorreppetitie komt, gaat het mis. Epidemiologen schatten dat superverspreiders inderdaad een groot deel van de besmettingen voor hun rekening nemen: 10 procent van de besmette personen is verantwoordelijk voor 80 tot 90 procent van de nieuwe besmettingen. Maar dan nog blijven er dus ook ‘gewone’ besmetters over. Superverspreiders zijn dus niet de enige bron en ze zijn ook niet herkenbaar.

Fabel 5: De uitbraak is voorbij, je wordt nu niet meer besmet

De cijfers van het RIVM laten zien dat er dagelijks nog steeds tientallen nieuwe besmettingen worden gevonden. Het virus verspreidt zich nog steeds en de maatregelen blijven nodig. Zonder maatregelen zou iedere besmette patiënt gemiddeld 2 tot 4 nieuwe mensen ziek maken. Nu is dat minder dan 1, namelijk 0,85.

Bronnen: Volkskrant, CNBC, Lancet, RIVM