Mantelzorgers op achterstand door coronacrisis

De zorg is na het begin van de coronacrisis in maart nog niet hersteld. Zo krijgt 34 procent van de mensen die thuiszorg nodig hebben, nog steeds niet de zorg waar hij of zij recht op heeft. Mantelzorgers vullen de gaten die er vallen. “Ik heb er heel wat tranen om gelaten.”

Tijdens de coronacrisis stopten thuiszorgorganisaties noodgedwongen met het verlenen van zorg. En soms besloten cliënten zelf om de zorg af te bouwen, vanwege het gevaar van een coronabesmetting. In beide gevallen moesten familieleden, vrienden en buren het gat opvullen dat er viel. Steunkousen aantrekken, wonden verzorgen, medicijnen toedienen, eten koken, een extra oogje in het zeil houden. Die periode is nu afgesloten. Maar de zorg is nog steeds niet op het oude niveau van vóór de coronacrisis. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de thuiszorg, de dagbesteding, de vervangende zorg en de begeleiding. En dus zijn mantelzorgers nog steeds de klos. Zij vullen manmoedig de gaten die er vallen. 

Zorg niet op oude niveau

34 procent van de thuiswonenden die recht hebben op zorg, krijgt momenteel géén of slechts een deel van de zorg die hij of zij nodig heeft. Aldus een onderzoek van het Nationaal Mantelzorgpanel. Parallel daaraan zien we de cijfers vanuit degenen die voor hen zorgen: Bijna één op de drie mantelzorgers (31 procent) geeft aan dat hij of zij nog altijd meer dan voorheen zorgt voor een naaste. Mantelzorgers hebben bovendien vaker het gevoel de zorg niet aan te kunnen en ervaren een hogere druk en meer stress dan voorheen.

Corona veroorzaakte mentale en fysieke achteruitgang

Mantelzorgers kregen het zwaarder te verduren, maar moesten zich ook mentaal wapenen tijdens de lockdown. Zeventig procent van de mantelzorgers zag met lede ogen dat de coronacrisis achteruitgang veroorzaakte bij degene voor wie ze zorgden: vereenzaming, gemis van activiteiten en verminderde structuur in het dagritme leidden tot geestelijke en lichamelijke achteruitgang, maar ook tot gedragsproblemen, angst en depressiviteit. Wie ben je nog, als je niet meer onder de mensen komt? De lockdown hakte er met name bij deze groep flink in: “Ze is er onzekerder van geworden. Ze dacht dat het wegvallen van de zorgverleners thuis en de dagbesteding door haar kwam.”

Het trauma van de corona-crisis

Voor 71 procent van de mantelzorgers was de periode van half maart tot half juni – de periode van de strenge coronamaatregelen – een zware tijd. Het gevoel altijd ‘aan’ te staan woog het zwaarst bij deze groep mantelzorgers. Daarnaast maakten velen (63 procent) zich zorgen over de gevolgen van de maatregelen voor hun naaste. En als derde: ze waren domweg meer tijd kwijt aan de zorg voor een ander. “Omdat ik zelf ook niet even weg kon, was het veel intensiever dan normaal.”

Hoe nu verder?

Ruim zeventig procent van de mantelzorgers is bang voor een tweede coronagolf met opnieuw strenge maatregelen. De helft van de mantelzorgers uit het onderzoek vindt sociale isolatie nóóit meer mag gebeuren. De regering deelt dat standpunt tot nu toe, door vooral naar regionale oplossingen te zoeken voor het oplopend aantal besmettingen. Wie denkt dat gezondheid het belangrijkste goed is voor ons welbevinden heeft het mis. Sociale relaties zijn belangrijker, benadrukt Anja Machielse, hoogleraar humanisme en sociale weerbaarheid. Zij  deed meer dan twintig jaar onderzoek naar sociaal isolement onder ouderen: “Dat schrijnende gevoel van eenzaamheid is schadelijk: het geeft even grote gezondheidsproblemen als roken, alcohol, zwaar overgewicht en weinig lichaamsbeweging.” Geen isolatie meer, laten we het hopen.

Bron voor dit artikel is de rapportage ‘Geleerde lessen’ van het Nationaal Mantelzorgpanel.