Plastisch chirurg Paul Werker: ‘Ik vind rimpels vaak heel mooi’

Interview met een plastisch chirurg

Als hij op een feestje aan vrouwen van een zekere leeftijd vertelt dat hij plastisch chirurg is, ziet hij ze vaak schrikken. Alsof hij alleen oog heeft voor loshangend vel, vetkwabben of overhangende oogleden. “Daar ben ik totaal niet mee bezig”, zegt Paul Werker. “Het negatieve imago van plastisch chirurgen — zakkenvullers die geld verdienen aan de uiterlijke onzekerheid van mensen — is ongelofelijk hardnekkig. In de meer dan dertig jaar dat ik dit vak doe, is daar nog weinig in veranderd.”

Hoe kan dat?

“Vermoedelijk omdat het cosmetische deel van het werk het meest zichtbaar is. Letterlijk, omdat je iets aan het uiterlijk verbetert. Maar ook in de media gaat het vooral daarover. Onterecht, want het esthetische is maar één aspect van wat we doen. Verder gooien mensen de termen cosmetische en plastische chirurgie nogal eens op één hoop.”

Wat is het verschil?

“Plastisch chirurgen doen vier soorten operaties: reconstructief, waarbij we verminkte of weggevallen lichaamsdelen herstellen; plastisch, bijvoorbeeld het corrigeren van een hazenlip; esthetisch, zoals het wegwerken van littekenweefsel; en handchirurgie. Cosmetische chirurgie gaat uitsluitend over het verfraaien van het lichaam.”

Welke ingrepen komen bij 50-plussers het meest voor?

“Ooglidcorrecties. Die worden soms uitgevoerd puur ‘voor het mooi’, maar zijn vaak ook functioneel, als iemand minder ziet omdat het ooglid voor de pupil hangt. En handchirurgie bij de ziekte van Dupuytren, ook wel bekend als ‘koetsiershanden’. Niet veel mensen weten het, maar één op de vijf 50-plussers krijgt daarmee te maken. In het UMCG doen we er veel onderzoek naar.”

Wat zijn de klachten van Dupuytren?

“Bij deze aandoening vergroeit het bindweefsel in de handpalmen, waardoor er stugge strengen en harde, soms pijnlijke knobbels ontstaan. Bij zo’n vier procent van de patiënten trekken de handpalmenen een of meerdere vingers na verloop van tijd krom. Ze kunnen die dan niet goed meer strekken.”

Kun je zelf iets doen om dat te voorkomen?

“Nee. Oefeningen, massages, smeren met olie of zalf: het haalt allemaal niets uit. En er bestaat ook geen medicijn tegen. De enige oplossing is een operatie om de vingers en handpalm weer recht te krijgen. De meest gebruikte ingreep is het chirurgisch verwijderen van het bindweefsel. Helaas moet dat vaak meerdere keren gebeuren, want bij veel patiënten komen de klachten op den duur terug. Er is ook een minder ingrijpende aanpak, waarbij we het bindweefsel met een naald doorsnijden. Je herstelt daar veel sneller van. Maar lang niet alle plastisch chirurgen doen zo’n naaldfasciotomie, zoals het officieel heet. Laat je daarom goed voorlichten over de mogelijkheden voor je met een behandeling instemt.”

Wat vindt u zelf het leukste om te doen?

“Microchirurgie. Het geeft enorm veel voldoening om iemands vingers er na een ongeluk met een zaagmachine weer aan te kunnen zetten, of om iemand met een aangezichtsverlamming weer te kunnen laten lachen. Daarbij werk ik samen met allerlei specialismen. Plastisch chirurgen in academische ziekenhuizen zoals het UMCG zijn ongeveer de helft van hun tijd bezig met het mee-opereren met anderen. Bijvoorbeeld met een traumachirurg. Bij een verkeersslachtoffer met een grote wond en een gebroken onderbeen zorgen wij dan voor een goede bedekking van de breuk. Ook bij kankeroperaties worden we vaak ingezet.”

Wat kunt u doen tijdens kankeroperaties?

“Bij kanker is het natuurlijk in eerste instantie belangrijk om de tumor zo goed mogelijk te verwijderen. Maar de laatste decennia is er gelukkig ook steeds meer aandacht voor hersteloperaties, zogenaamde oncoplastische chirurgie. Daarmee proberen we het lichaam en de functies daarvan zo goed mogelijk te herstellen. Denk aan borstreconstructies of aan operaties in het hoofd-halsgebied. Bij een gezwel in de mondholte sta ik samen met de kaakchirurg aan tafel. Terwijl hij de tumor verwijdert, neem ik een stuk uit het been weg om de kaak mee te herstellen.”

Wat maakt het vak van plastisch chirurg voor u zo interessant?

“Als enig snijdend specialisme houden we ons met het hele menselijke lichaam bezig. We opereren letterlijk van top tot teen. Om weefsel goed te kunnen verplaatsen – want daar draait het bij ons bijna altijd om – moet je exact weten wat er onder de huid ligt waarin je snijdt. Hoe lopen de bloedbanen? De zenuwen? De pezen? Hoeveel kun je verantwoord wegnemen? Hoeveel is voldoende om een gat op te vullen? Kortom: alles draait om de anatomie. Dat was tijdens mijn studie al mijn lievelingsvak; de constructie van het lichaam boeit me mateloos. Verder is plastisch chirurg een heel creatief beroep. Geen twee patiënten zijn hetzelfde. Elke keer weer word ik uitgedaagd om de beste en mooiste oplossing te verzinnen.”

Bent u zo’n knutselaar?

“Absoluut. Mijn vader was beeldhouwer en tekenaar, mijn moeder een heel goede naaister. Mijn creativiteit heb ik, denk ik, van hen. Als student was ik amateur-meubelmaker. Nog altijd houd ik heel erg van knutselen. Alles in huis wat kapotgaat, probeer ik te repareren. Een paar jaar geleden heb ik nog een cursus machinaal houtbewerken gevolgd. Ik heb me zelden zo gelukkig gevoeld. Die creativiteit probeer ik trouwens ook bij onze artsen in opleiding te stimuleren. Zo moeten ze elke week anatomische tekeningen maken. Gewoon op papier, ja. Uiteraard doe ik dan zelf mee.”

Wat vindt u ervan als mensen puur cosmetische ingrepen laten doen, zoals een borstvergroting?

“In veel gevallen heb ik daar moeite mee, vooral vanwege de gezondheidsrisico’s. Hoe klein de kans ook is, een implantaat kan altijd tot complicaties leiden. Sowieso maak je met zo’n operatie van een gezonde vrouw een patiënt. Dat gaat tegen mijn gevoel in. Vandaar dat ik dat soort ingrepen zelf niet doe.”

En botox?

“Het hangt er maar net van af hoe je dat gebruikt. Bij de behandeling van een aangezichtsverlamming kan het een fantastisch middel zijn om bijvoorbeeld spasmen te verhelpen. Je legt de spier die de stuiptrekkingen veroorzaakt, dan als het ware plat. Ook hier geldt weer dat ik wel wat moeite heb met het puur cosmetisch gebruik. Waarom zouden we er allemaal jonger en strakker uit moeten zien? Ik vind rimpels vaak heel mooi. Ze zeggen iets over je geschiedenis, over wat je hebt meegemaakt. Zonde om die weg te poetsen.”

Prof. dr. Paul Werker (1961) studeerde geneeskunde in Utrecht en in Aberdeen en Harrow in Groot-Brittannië. Nadat hij zijn specialisatie had afgerond, werkte hij een half jaar als reconstructief microchirurg in Louisville in de Verenigde Staten. Terug in Nederland ging hij weer in Utrecht aan de slag en later in Zwolle. Sinds 2006 is hij hoofd van de afdeling Plastische Chirurgie in het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) en hoogleraar aldaar. In het UMCG doet hij vooral onderzoek naar de ziekte van Dupuytren en reconstructieve chirurgie.

Dit artikel is eerder verschenen in Plus Magazine december 2019. Nog geen abonnee van Plus Magazine? Abonnee worden doet u in een handomdraai!

Bron(nen):