Speur mee naar archeologisch erfgoed op de Utrechtse Heuvelrug

Getty Images

Kruip voor even in de huid van een echte archeoloog met Erfgoed Gezocht, van Landschap Erfgoed Utrecht. Vanaf 6 april kun je vanaf je computer speuren naar archeologische resten op de Utrechtse Heuvelrug.

Het doel is om naar resten te zoeken die onderzoek op de Utrechtse Heuvelrug een stukje verder helpen. Het gebied staat bekend om veel archeologische monumenten. Met een nieuwe techniek is het mogelijk om ‘open source research’ te gebruiken. Zoveel mogelijk mensen bekijken online hetzelfde stukje grond en noteren hun bevindingen. Die bevindingen worden verzameld en geanalyseerd door een aantal experts. Nieuwe archeologische ontdekkingen geven meer informatie over samenlevingen die de resten hebben achtergelaten en kunnen zo beschermd worden voor de toekomst. 

Oproep: helpt u mee?

Op de website van het project staat de volgende oproep: “De Utrechtse Heuvelrug beslaat een gebied van c. 400 km2. Het is onmogelijk voor archeologen alleen om dit enorme gebied volledig te onderzoeken. Bovendien heeft onderzoek uitgewezen dat mensen verschillende dingen zien. Sommigen zijn beter in het herkennen van bijvoorbeeld grafheuvels, terwijl anderen juist het raatpatroon van een Celtic field sneller herkennen. Het is daarom belangrijk dat hetzelfde gebied door verschillende mensen wordt onderzocht. Door u te registreren als vrijwilliger kunt u beginnen met speuren. Via het forum houden wij u op de hoogte van activiteiten van het project en van de eerste resultaten.” Registreren en speuren kan hier.

De techniek

Heel Nederland is recent gemeten met de LiDAR-techniek. Met deze techniek wordt de afstand tot een object gemeten door een laser op dit object te richten en de gereflecteerde straal met een sensor te meten. Als je die gegevens verzameld, krijg je een soort 3D-model van de grond zonder dat vegetatie een probleem is. Het is voor het eerst dat het mogelijk is op deze manier gegevens te verzamelen. Meer over het project en de techniek lees je hier.

Bron: Leusderkrant.

Auteur