Notarissentaal van A tot Z

Teksten van notarissen kunnen ingewikkeld zijn. Hieronder een alfabetische woordenlijst van enkele termen die veel voorkomen in testamenten. Wat betekenen ze?
  • Afvullegaat:
    een extra bedrag uit de erfenis voor de langstlevende partner. Dit gaat meestal ten koste van het erfdeel van de kinderen. Een afvullegaat wordt vaak gebruikt om ervoor te zorgen dat de kinderen na het overlijden van de eerste ouder binnen het vrijgestelde bedrag van de erfbelasting blijven.
  • Bezwaarde:
    erfgenaam 1 in de tweetrapsmaking. 
  • Codicil:
    een handgeschreven en ondertekend papier waarmee ‘lijfgoederen’ nagelaten kunnen worden. Dus geen geld, maar wel huisraad. 
  • Erflater:
    degene die de erfenis nalaat.
  • Erfrechtelijke vorderingen:
    erfdeel waarop een kind volgens de wet of het testament recht heeft. Bij een langstlevende­testament hebben de kinderen een erfrechtelijke vordering op de ouder. 
  • Executeur-bewindvoerder:
    voert het testament uit en neemt zelfstandig alle belangrijke beslissingen. Wie een executeur-bewindvoerder aanwijst in zijn testament, ontneemt de (andere) erfgenamen veel rechten. Is dat de bedoeling? En is het nodig? Een ‘gewone’ executeur aanwijzen – of twee, om samen te werken of als reserve – kan een betere oplossing zijn. Die kan niet zelfstandig beslissen en moet overleggen met de (andere) erfgenamen.
  • Herroeping:
    je trekt je testament in; dat kan ­geheel of gedeeltelijk zijn. 
  • Legaat:
    een geldbedrag of bijvoorbeeld een schilderij dat je aan iemand nalaat.
  • Legataris:
    degene die het legaat krijgt. De legataris is geen erfgenaam en heeft ook niet de rechten die erfgenamen hebben. Wel kun je aan een erfge­naam ook een legaat nalaten. 
  • Legitimaris:
    degene die de legitieme (wettelijke) portie van de nalatenschap krijgt. Kinderen zijn legitimaris en als zij overleden zijn de klein­kinderen. 
  • Opvullegaat:
    een extra bedrag uit de erfenis om de belastingvrijstelling voor de erfbelasting ­optimaal te benutten. Het afvullegaat (zie ­boven) gaat nog een stap verder.
  • Plaatsvervulling:
    dan vervang je de persoon die erft; het kind treedt in de plaats van de ouder. 
  • Uitsluitingsclausule (ook privé clausule):
    passage in het testament waarin staat dat de erfenis niet in een huwelijksgoederengemeenschap mag vallen. Je kunt extra vastleggen dat dit alleen geldt bij echtscheiding en niet als de erfgenaam of legataris overlijdt. Wordt ook anti-schoonzoonclausule genoemd. 
  • Versterferfgenaam:
    de erfgenaam volgens de wet als er geen testament is. Dus: je kind, of je partner of familieleden. 
  • Verwachter:
    erfgenaam 2 in de tweetrapsmaking.
  • Vruchten:
    niet de boom, wel de appels. Opbrengsten dus, bijvoorbeeld rente. 
  • Vruchtgebruik:
    meestal gebruikt in verband met een woning. Wie het vruchtgebruik heeft, is geen eigenaar van het huis maar mag er wel wonen. Bijvoorbeeld levenslang vruchtgebruik. 
  • Zaaksvervanging:
    er komt iets in de plaats voor wat je oorspronkelijk hebt geërfd. Je hebt een auto geërfd. Die verkoop je en van dat geld koop je een boot. De auto is een boot geworden. Dit kan relevant zijn bij de uitsluitingsclausule, maar ook bij vruchtgebruik of tweetrapsmaking.
Bron(nen):