Pilletje op? Laat je rijden!

Met een borrel op achter het stuur kan niet, dat weten we. Maar het gebruik van medicijnen in het verkeer is óók gevaarlijk. En soms strafbaar.

U kent hem vast wel: de gele sticker op een medicijnendoosje met de waarschuwende tekst ‘dit geneesmiddel kan uw reactievermogen verminderen’. Een nogal vrijblijvende en vage boodschap. Wat doet u ermee? Laat u de auto staan als u medicijnen slikt met zo’n gele sticker op het doosje? Of blijft u gewoon rijden?Grote kans dat u het laatste doet. “Driekwart van de mensen slaat geen acht op de sticker”, zegt professor Han de Gier, farmacoloog aan de universiteit van Groningen. Hij houdt zich al jaren bezig met medicijnen in het verkeer en schat dat ten minste 5 procent van alle autobestuurders rijgevaarlijke medicijnen slikt. “En dat is nog aan de zuinige kant, 10 procent is een realistischer schatting.”

Mensen nemen daarmee onbewust grote risico’s. De Gier heeft becijferd dat er in 2006 ruim zeventig doden in het verkeer zijn gevallen en 1600 mensen in het ziekenhuis moesten worden opgenomen als gevolg van versuffend medicijngebruik in het verkeer. Ter vergelijking: jaarlijks vallen in het verkeer honderd doden en 2300 gewonden door alcoholgebruik.

Minder snel en alert
Rijgevaarlijke medicijnen verdubbelen het risico op een ongeval. Ze kunnen je suf maken en het reactievermogen verminderen. Je bent minder snel en alert, wat juist in het verkeer erg belangrijk is. Het effect van sommige medicijnen is minstens zo sterk als van een paar glazen alcohol.

Het enige verschil is dat er bij alcoholgebruik een duidelijke limiet bestaat. Iemand met een alcoholpromillage van meer dan 0,5 in het bloed, mag niet meer rijden. Wie dat toch doet, is strafbaar.
Bij medicijngebruik is er geen wettelijke norm. Het ligt niet vast hoeveel je maximaal mag slikken van welk middel. Toch is rijden onder invloed van rijgevaarlijke medicijnen wel degelijk strafbaar. Artikel 8 van de Wegenverkeerswet stelt dat het verboden is te rijden onder invloed van een stof waarvan je ‘weet of redelijkerwijs moet weten’ dat die de rijvaardigheid zodanig vermindert dat je niet meer behoorlijk een auto kunt besturen.

Test je reacties
Met een virtuele reactietest (www.rijveiligmetmedicijnen.nl) op internet kunnen medicijngebruikers checken welk effect het middel heeft op hun rijgedrag.

Dat is niet overbodig, want het Nivel (onderzoeksinstituut in de gezondheidszorg) toonde aan dat mensen die versuffende medicijnen slikken, niet minder vaak rijden dan automobilisten die geen versuffende medicijnen slikken. Liset van Dijk van het Nivel: “Mensen passen hun rijgedrag niet aan, ook al weten ze dat hun medicijn een negatieve invloed kan hebben op de rijvaardigheid. De meeste mensen voeren als reden aan dat ze zelf niet hebben gemerkt dat het medicijn hun reactievermogen vermindert.”

Hoe ‘valt’ het middel?
De hamvraag is dan ook, hoe je erachter komt hoeveel invloed het medicijn op je heeft. Tot een jaar of tien geleden zat er op sommige medicijnen een rode sticker, waarvan de boodschap was: bij gebruik géén voertuig besturen. Nu is er alleen nog de gele sticker. Die geeft aan dat het geneesmiddel de rijvaardigheid kan beïnvloeden. Let wel: kán. Heeft het middel geen invloed, dan mag je rijden. Je bent pas strafbaar als dat niet meer goed lukt én je kunt weten dat het medicijn de rijvaardigheid kan beïnvloeden.

Daarbij is het gele-stickersysteem niet waterdicht. Apothekers moeten ’m op het doosje plakken, maar doen dat niet altijd. Ook maakt de sticker geen onderscheid tussen middelen die veel en die weinig effect hebben op de rijvaardigheid.

Apothekers en artsen hebben een lijst waarop de middelen naar zwaarte zijn ingedeeld. Zij weten dus wél hoe rijgevaarlijk het middel is, maar ze zeggen het niet altijd. Om dat te verbeteren, worden artsen en apothekers vanaf deze maand met extra informatie aangespoord om de patiënt te informeren bij het voorschrijven en afleveren van een rijgevaarlijk middel.

Overleg met de arts
Helemaal waterdicht is ook deze route niet. Zelf de bijsluiter en de informatie op het doosje van je medicijn checken blijft hoe dan ook verstandig. Overleggen met de arts of apotheker is dus het devies, naast zelf uitproberen hoe het middel ‘valt’ (zie kader: ‘Tips’). De mate van invloed hangt sterk af van de persoon, want de een reageert nu eenmaal anders op een medicijn dan de ander. Vergelijk het met alcohol, de een is na één glas al aangeschoten, de ander merkt na vijf glazen nog niets. Ook de sterkte van het middel en de dosering spelen mee, net zoals de leeftijd.

Geneesmiddelen hebben meer effect op ouderen. Naarmate we ouder worden, wordt ons lichaam gevoeliger voor medicijnen en breken we het geneesmiddelen minder snel af. Ook bepalend is hoe lang iemand het medicijn al gebruikt. Na een bepaalde tijd kan er namelijk gewenning optreden, negatieve bijwerkingen zijn dan voor een deel verdwenen.

Het moment waarop het medicijn wordt geslikt, telt ook mee. Een slaapmiddel dat ’s avonds wordt ingenomen, is de volgende ochtend meestal uitgewerkt, mits het om een kortwerkend inslaapmiddel gaat en niet om een langerwerkend doorslaapmiddel.

Keuring na je 70ste
Kortom, duidelijke regels over medicijngebruik in het verkeer zijn lastig op te stellen. Een exacte norm die zegt wanneer je wel of niet mag autorijden, bestaat niet. Maar dat verandert als je na je 70ste moet worden gekeurd voor een nieuw rijbewijs. Dan zijn er opeens wél medicijnen waarmee je niet mag rijden.

Het Centraal Bureau voor Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) hanteert drie categorieën: medicijnen met een lichte, matige of ernstige invloed op de rijvaardigheid. Wie een middel uit de zwaarste categorie slikt, krijgt geen nieuw rijbewijs. Het gaat dan bijvoorbeeld om zware pijnstillers, zoals morfine, en slaap- en kalmeringsmiddelen. De keuze is dan: blijven slikken of blijven autorijden. “Zo’n moment kan aanleiding zijn om eens goed na te denken over het medicijngebruik”, zegt Ruud Bredewoud, hoofd medische zaken van het CBR. “Is het middel nog wel nodig? Een slaapmiddel bijvoorbeeld is nooit bedoeld om langer dan twee weken te slikken. Je kunt dan met de arts bespreken of het niet in een lagere dosering of helemaal zonder kan. En misschien is er wel een alternatief middel waarmee je wel kunt autorijden.”

Morfine is te zwaar
Maar dat is vaak makkelijker gezegd dan gedaan. Erica van Es* slikte bijna tien jaar Symoron, een morfinemiddel dat ze gebruikte tegen heftige zenuwpijnen. Naar alle tevredenheid: ze hield er de pijn mee onder controle en kon er goed mee autorijden. Totdat ze haar rijbewijs moest verlengen en ze vanwege haar leeftijd een medische verklaring moest invullen. De regionale CBR-arts keurde het medicijn niet goed, want Symoron valt in de zware categorie III van absoluut verboden middelen.

Erica moest kiezen: óf het medicijn, óf de auto. Omdat ze graag wilde blijven rijden in haar net aangepaste auto, besloot ze van medicijn te veranderen. “Ik kreeg een lijstje met alternatieve middelen van de CBR-arts. Toen ben ik op advies van de pijnspecialist overgestapt op een ander, morfineachtig medicijn dat wel is toegestaan. Maar het helpt bij mij niet tegen de pijn en bovendien zijn de bijwerkingen groot. Ik heb last van maag en darmen, ben duizelig en lijd aan slapeloosheid. Dat had ik niet met mijn oude middel. En in al die tijd dat ik rij heb ik nooit een aanrijding gehad. Eigenlijk ben ik juist nú een gevaar op de weg.”

Nieuwe medicijnenlijst?
Ruud Bredewoud van het CBR ziet echter geen mogelijkheid om de regels aan te passen. “We hebben ons aan de wet te houden. Er zijn geen uitzonderingen mogelijk.”
In opdracht van het ministerie van Volksgezondheid werkt de apothekersclub KNMP wel aan een nieuwe medicijnenlijst. Daarmee kunnen de wettelijke eisen die het CBR toepast, op termijn worden aangepast. Wellicht wordt het gebruik van morfine in bepaalde gevallen dan wel toegestaan. Recent onderzoek heeft namelijk uitgewezen dat mensen die morfine slikken, na een aantal weken wennen best in staat zijn om weer veilig auto te rijden. Erica van Es ziet reikhalzend uit naar deze mogelijke aanpassing.

* Erica van Es wilde liever niet met haar echte naam in dit artikel.

Welk middel heeft welk effect?

  • Benzodiazepinen zijn versuffend, ze hebben een dempende werking op het centrale zenuwstelsel. Ze worden doorgaans gebruikt als slaapmiddel, spierverslapper of kalmeringsmiddel, en om angsten te onderdrukken. Vooral oudere vrouwen gebruiken benzodiazepinen vaak als slaapmiddel. De spierverslappende werking kan leiden tot spierzwakte. Andere effecten zijn sufheid, slaperigheid, duizeligheid en vermindering van de aandacht en het concentratievermogen.
  • Antidepressiva kunnen duizeligheid, slaperigheid en wazig zien als bijwerking hebben. Vooral de oudere, tricyclische antidepressiva (TCA’s) hebben dit effect.
  • Pijnstillers die morfine bevatten, kunnen vooral in de eerste weken van gebruik tot sufheid leiden. Ook kunnen ze het beoordelingsvermogen beïnvloeden, wat bijvoorbeeld kan leiden tot verkeerde inschattingen en zelfs roekeloos gedrag in het verkeer.
  • Middelen tegen hoest met codeïne of promethazine, kunnen tot slaperigheid en sufheid leiden.
  • Alle middelen tegen reisziekte hebben sufheid als bijwerking.
  • De oudere middelen tegen hooikoorts of andere allergieën
    maken ook slaperig en suf, maar deze oude antihistaminica worden tegenwoordig bijna niet meer voorgeschreven.

Tips voor als u tóch achter het stuur wilt
Hoe zorgt u ervoor dat u zo min mogelijk last hebt van een rijgevaarlijk geneesmiddel?

  • Bekijk samen met uw arts of apotheker of er een alternatief middel is dat het reactievermogen minder of niet beïnvloedt.
  • Ieder mens reageert anders op een medicijn. Wen daarom eerst aan het middel en kijk wat voor u de effecten zijn, bespreek dit met uw arts of apotheker.
  • Doe de reactietest op www.rijveiligmetmedicijnen.nl. Doe de test voordat u uw medicijn slikt, en herhaal de test nadat u het middel hebt geslikt. Zo kunt u zien wat het medicijn doet met uw reactievermogen.
  • Stem het tijdstip van inname en de werkingsduur van het medicijn af op het tijdstip van autorijden.
  • Rij alleen korte afstanden.
  • Neem veel pauzes.
  • Rij ’s nachts liever niet.
  • Drink geen alcohol.
  • Pas op met een combinatie van verschillende medicijnen, want die kunnen het effect op het reactievermogen nog eens versterken.
  • Lees altijd de bijsluiter van een medicijn. Ook medicijnen zonder gele sticker kunnen invloed hebben op uw functioneren.

Meer informatie over autorijden na medicijngebruik

Bron(nen):
Trefwoorden: