Van zware pijnstillers tot maagzuurremmers: 7 medicijnen waar je niet zomaar mee stopt

Veilig afbouwen of stoppen met je medicijnen: hoe doe je dat?

oudere vrouw slikt medicatie
Getty Images

Sommige medicijnen gebruik je tijdelijk, andere slik je jarenlang. Wil je afbouwen of stoppen, dan kan dit niet altijd zomaar. Je lichaam heeft zich namelijk aan deze medicijnen aangepast. Stop je ineens, dan kun je (ernstige) klachten krijgen. Daarom moet je vaak afbouwen onder begeleiding van een arts. Bijvoorbeeld bij deze zeven soorten medicijnen, zoals oxycodon en antidepressiva.

1. Oxycodon en andere opioïden

Oxycodon, morfine, tramadol, fentanyl en buprenorfine zijn zeer sterke pijnstillers (opioïden), die gebruikt worden bij ernstige pijn, bijvoorbeeld na een operatie of bij kanker.

Wat doen ze?

Ze dempen pijnsignalen in de hersenen en het zenuwstelsel.

Waarom niet zomaar stoppen?

Je lichaam raakt eraan gewend waardoor je steeds meer pijnstillers nodig hebt om hetzelfde effect te bereiken. Ze werken dan namelijk steeds minder goed. Als je wilt stoppen, kun je last krijgen van ontwenningsverschijnselen, zoals: 

  • angstig en gespannen zijn
  • onrustig zijn en steeds willen bewegen
  • geprikkeld zijn
  • zweten
  • hevige pijn
  • spierpijn
  • problemen met slapen
  • misselijk zijn en overgevem

Afbouwen

Gebruik je oxycodon of een ander soort pijnstiller uit de groep opioïden korter dan een maand? Dan kun je zelf langzaam steeds iets minder gebruiken. Als je de pijnstiller langer dan een maand gebruikt, neem dan contact op met je huisarts en vraag hoe je het beste kunt stoppen. Afbouwen gebeurt meestal via een stapsgewijs afbouwschema, waarbij de dosering langzaam wordt verlaagd om zo min mogelijk last te hebben van ontwenningsklachten. 

2. Antidepressiva (zoals SSRI’s)

Er zijn veel soorten antidepressiva. De bekendste antidepressiva vallen onder de groep serotonineheropnameremmers (SSRI's), zoals citalopram, fluoxetine, fluvoxamine en paroxetine. Deze medicijnen worden gebruikt bij depressie en angststoornissen.

Wat doen ze?

Ze beïnvloeden zogenaamde neurotransmitters zoals serotonine (gelukshormoon), die belangrijk zijn voor stemming en emoties.

Waarom niet zomaar stoppen?

Je hersenen zijn gewend aan een nieuwe balans. Stop niet in één keer of heel snel met de medicijnen. Dit kan erge klachten geven, zoals:

  • griepachtige klachten
  • duizeligheid
  • angst
  • slaapproblemen
  • tintelingen of het gevoel van 'brain zaps' (elektrische schokjes)

Afbouwen

Als het beter met je gaat, kun je samen met je arts besluiten met de medicijnen te stoppen. Artsen werken vaak met een geleidelijk afbouwschema (tapering), soms over weken tot maanden, afhankelijk van het middel en de duur van gebruik. 

Voor het afbouwschema zijn lagere sterktes van bestaande medicijnen nodig. Voor kleine afbouwstappen moet de apotheek het medicijn op maat maken. De apotheek verpakt deze strips met aangepaste hoeveelheden vaak in taperingstrips. Op deze manier kun je ze op volgorde innemen en het gebruik afbouwen.

3. Benzodiazepinen (slaap- en kalmeringsmiddelen)

Benzodiazepinen zijn medicijnen met een kalmerende, angstremmende en spierverslappende werking. Ze worden kortdurend voorgeschreven bij angst en (ernstige) slaapproblemen. Bekende voorbeelden zijn diazepam, oxazepam, lorazepam, temazepam en flunitrazepam.

Wat doen ze?

Ze versterken de werking van een rustgevende stof (GABA) in de hersenen.

Waarom niet zomaar stoppen?

Ze kunnen snel afhankelijkheid veroorzaken. Je hebt dus kans om er verslaafd aan te raken. Ook kun je last krijgen van één of meer van deze ontwenningsklachten: 

  • snelle hartslag
  • angst of nare dromen
  • somber zijn
  • sneller boos worden
  • hoofdpijn
  • zweten
  • rillen
  • duizeligheid

Afbouwen

Heb je twee weken of korter een kalmeringsmiddel geslikt? Dan kun je er zelf in één keer mee stoppen. Slik je het al langere tijd? Schakel dan hulp in van je huisarts of psychiater. Die helpt je met afbouwen. Je stopt dan langzaam en geleidelijk, soms met kleine dosisverlagingen over langere tijd. Zo voorkom je dat je (veel) last krijgt van ontwenningsverschijnselen.

4. Bloeddrukverlagers

Er zijn verschillende soorten medicijnen die je bloeddruk lager kunnen maken. We noemen ze ook wel bloeddrukverlagers. De meeste mensen gebruiken bijvoorbeeld plaspillen (hydrochloorthiazide), bètablokkers (metoprolol), ACE-remmers en A2-remmers (enalapril of losartan) of calciumblokkers (amlodipine).

Wat doen ze?

Ze verlagen de bloeddruk en beschermen hart en bloedvaten.

Waarom niet zomaar stoppen?

Plots stoppen kan een snelle stijging van de bloeddruk veroorzaken en hartklachten uitlokken. Stop dus nooit zomaar met de medicijnen tegen een hoge bloeddruk. Bespreek het altijd eerst met je huisarts, de arts in het ziekenhuis of de praktijkondersteuner. 

Ben je toch minder van je medicijn gaan gebruiken of ben je zelf gestopt? Bel dan direct je huisarts of de huisartsen-spoedpost bij één of meer van deze klachten: 

  • pijn op je borst
  • opeens veel pijn tussen je schouders
  • benauwd zijn
  • opeens veel hoofdpijn
  • een verlamde arm of een verlamd been, een scheve mond of opeens niet goed meer kunnen praten

Afbouwen

Soms kan een arts besluiten de dosering stap voor stap te verlagen. Bijvoorbeeld als de nadelen van de medicijnen groter zijn dan de voordelen, zoals bij een kwetsbare gezondheid of als je veel last hebt van bijwerkingen.

5. Cholesterolverlagers (statines)

Er zijn verschillende medicijnen tegen een hoog cholesterol. We noemen deze medicijnen cholesterolverlagers of statines. De meeste mensen gebruiken simvastatine, atorvastatine, rosuvastatine of ezetimib.

Wat doen ze?

Ze remmen de aanmaak van cholesterol in de lever. Cholesterol is een vetachtige stof die in ons lichaam voorkomt in kleine bolletjes. Een klein deel van het cholesterol krijg je binnen via het eten. Het grootste deel komt van de lever, die ook cholesterol aanmaakt. Hoog cholesterol vergroot de kans op hart- en vaatziekten.

Waarom niet zomaar stoppen?

Het risico op hart- en vaatziekten neemt weer toe.

Afbouwen

Je kunt in - in overleg met je huisarts - in één keer stoppen met cholesterolmedicijnen. Afbouwen is niet nodig.

Als je stopt omdat je last hebt van spierpijn (een van de meest voorkomende bijwerkingen van cholesterolverlagers), dan kun je eerst testen of dat wel door de medicijnen komt. Je stopt dan met de medicijnen en bespreekt na vier weken met je huisarts hoe het gaat.

6. Corticosteroïden (zoals prednison)

Corticosteroïden zijn ontstekingsremmende hormonen, die vaak gebruikt worden als tablet, crème, neusspray of inhalator. Bekende voorbeelden zijn prednison, prednisolon, dexamethason, hydrocortison, budesonide, betamethason en beclomethason. De huisarts schrijft ze voor bij aandoeningen zoals astma, eczeem, de ziekte van Crohn en reuma.

Wat doen ze?

Ze onderdrukken ontstekingen en het immuunsysteem.

Waarom niet zomaar stoppen?

Stop er nooit zelf zomaar mee, omdat je lichaam zelf minder hormonen aanmaakt en moet wennen aan het stoppen. Als je niet zorgvuldig afbouwt, dan kun je ook last krijgen van ontwenningsklachten als vermoeidheid, misselijkheid of kunnen je klachten terugkomen. 

Neem bij twijfel of ernstige klachten altijd contact op met je arts of apotheker.

Afbouwen

Ook als je corticosteroïden (tabletten of zalven) gebruikt, moet je afbouwen volgens een schema in overleg met je arts of apotheker. Na het stoppen kunnen 'onderdrukte' klachten tijdelijk erger worden, zoals steroïdrosacea (rode huid, puistjes).

7. Maagzuurremmers (zoals omeprazol)

Maagzuurremmers (protonpompremmers) zijn middelen die je kunt gebruiken tegen brandend maagzuur en reflux, zoals meprazol, pantoprazol en H2-blokkers. Ze verminderen de productie van maagzuur om klachten als brandend maagzuur, maagzweren en reflux te behandelen.

Wat doen ze?

Ze remmen de productie van maagzuur.

Waarom niet zomaar stoppen?

Je kunt het beste steeds iets minder maagzuurremmer gebruiken. Je kunt ook in één keer stoppen. Maar met afbouwen heb je na het stoppen misschien minder last van je maag. Slik het medicijn niet om de dag, want dan kun je juist meer last krijgen van je maag. Het kan zijn dat stoppen dan lastiger wordt.

Afbouwen

Het advies van de huisarts is om geleidelijk de dosering te verlagen. Op de website van Thuisarts staat een afbouwschema per soort maagzuurremmer.

Waarom op- en afbouwen zo belangrijk is

Bij veel van deze medicijnen gaat je lichaam zich aanpassen aan de werking ervan, of heeft zich (langere tijd) aangepast. Een arts stelt daarom vaak een opbouw- of afbouwschema op:

  • opbouwschema: om je lichaam rustig te laten wennen aan een nieuw medicijn; 
  • afbouwschema: om klachten en risico’s bij stoppen te voorkomen.

Hoe lang dat duurt, verschilt per medicijn en persoon. Soms gaat het om weken, soms om maanden.

Overleg altijd met je arts

Stop nooit zelf met medicijnen die je langere tijd gebruikt. Samen met je huisarts of specialist kun je kijken of stoppen verstandig is, hoe snel je kunt afbouwen en welke klachten je kunt verwachten.

Bron 
  • Thuisarts
  • Zorginstituut Nederland
  • Hartstichting