Voeding als medicijn

Onderzoeken wijzen uit: gezond eten kan effect hebben

Groente, fruit, vis, olie en granen zijn belangrijk om gezond te blijven. Maar het gaat verder dan dat. De werking van voedingsstoffen blijkt verrassend genoeg vergelijkbaar te zijn met die van sommige geneesmiddelen, zo blijkt uit onderzoek.

Andijvie, bananen, uien. We weten allemaal dat groente en fruit bij een ­verantwoord voedingspatroon horen. De gedachte was lange tijd dat voeding en de deeltjes waaruit ze is opgebouwd zoals vitamines, vezels en vetten vooral van belang zijn als brandstof en als bouwstenen voor ons lichaam. Je hebt ze nodig voor groei en voor het behoud van je cellen. Maar voeding doet meer dan dat alleen. Ze heeft namelijk ook invloed op ons immuunsysteem, op een manier die vergelijkbaar is met de werking van bepaalde medicijnen. Dat zijn de conclusies van een onderzoek uitgevoerd door de vakgroep Farmacologie van de Universiteit Utrecht. Het betekent dat je in de toekomst met een gericht dieet de behandeling van sommige aandoeningen zou kunnen verbeteren.

Vitamine D

Hoe werkt dat? Neem bijvoorbeeld vette vis, zoals zalm. Die bevat onder meer veel vitamine D. We wisten al dat dit belangrijk is voor de groei en het behoud van stevige botten en tanden. Daarnaast speelt vitamine D een rol bij de werking van de spieren en het immuunsysteem. Het onderzoek van de vakgroep Farmacologie van de Universiteit Utrecht zag hoe dat laatste werkt. Het blijkt dat vitamine D-deeltjes zich kunnen binden aan cellen van het immuunsysteem. Om precies te zijn: aan de receptoren op de buitenkant van de cel. Deze zijn als een deur die alleen opengaat als je de juiste sleutel gebruikt. De vitamine D-deeltjes werken als een sleutel die exact in het slot past en de deur opent. Doordat de receptoren ‘opengaan’, komen in de cel aller-lei processen op gang die ons immuunsysteem stimuleren. Er worden meer immuuncellen aangemaakt. Die cellen kunnen de strijd aangaan met een infectie zoals Covid-19. Ook bepaalde darmontstekingen kunnen verbeteren. Mensen die geen vette vis eten, kunnen toch vitamine D binnenkrijgen: het zit ook – in wat lagere hoeveelheden – in eieren en vlees, en ons lichaam maakt het aan als we in de zon zijn.

Een tweede resultaat uit het onderzoek van de vakgroep Farmacologie gaat over bepaalde suikerstructuren die erg lijken op vezels. Ze komen van nature voor in moedermelk, maar ook in witlof, andijvie, bananen, tarwe en uien. Ons eigen lichaam kan deze deeltjes niet verteren en gebruiken als brandstof, maar bepaalde ongevaarlijke bacteriën in onze darmen kunnen deze deeltjes wél als maaltijd gebruiken. Bij de vertering ontstaan vetachtige stoffen als acetaat en butyraat. Op dezelfde manier als bij onze ontlasting gebeurt, scheiden bovengenoemde bacteriën deze afvalstoffen uit. Deze stoffen kunnen zich daarna binden aan receptoren van het immuunsysteem in de darmen. De immuunreacties die zo ontstaan kunnen allergieën als eczeem en astma verminderen. Op die manier geven vezels die ons lichaam niet kan verteren, ons immuunsysteem een duwtje in de goede richting.

Immuunreacties

Vitamine D en vezels beïnvloeden ons immuunsysteem en lijken daarin op medicijnen, zoals bijvoorbeeld puffers tegen astma. Onderzoekers van de vakgroep Farmacologie keken niet alleen naar vitamines en suikerstructuren, maar naar tientallen andere voedingsstoffen en wat zij doen met ons immuunsysteem. Hoogleraar Johan Garssen legt uit: “In ons onderzoek hebben wij de resultaten van ruim tweehonderd onderzoeken naar voedingsmiddelen samengevoegd. Wij hebben alleen gekeken naar immuunreacties, omdat deze een belangrijke rol spelen bij allerlei ziektebeelden. Bij aandoeningen als een infectie met het corona­virus klinkt dat direct heel logisch, maar ons immuun­systeem is ook betrokken bij aandoeningen die niet besmettelijk zijn, zoals kanker, auto-immuunziekten (bijvoorbeeld artritis en multiple sclerose), diabetes en hart- en vaatziekten, waarbij vaak sprake is van chronische ontstekingsreacties. Dat voedingsmiddelen invloed hebben op immuunreacties is niet heel vreemd. Sommige onderzoekers beweren dat meer dan de helft van ons immuunsysteem zich in ons maag-darmkanaal bevindt. Als je door een microscoop naar een dun plakje darm kijkt, zie je talloze immuuncellen rondzwemmen. Die zitten er niet voor niks: ze maken gevaarlijke bacteriën en virussen zo snel mogelijk een kopje kleiner. Elk hapje voeding bevat een groot aantal van deze ongewenste indringers, waarvan een deel meereist tot in de darmen. Het is dus best logisch dat ons maag-darmkanaal zo veel verdedigende immuuncellen bevat en ook dat voedingsmiddelen in diezelfde omgeving onze immuunreacties beïnvloeden.”

Vervanging

Zal een bepaald dieet misschien medicijnen kunnen vervangen? Garssen denkt van niet. “Geneesmiddelen bevatten een heel hoge concentratie van deeltjes met sterke effecten op ons immuun­systeem. Het is alsof je met een hamer een klap op de receptoren geeft. In een banaan of ui komen veel minder deeltjes voor die op het imuunsysteem inwerken. Wij beweren dus niet dat voeding een geneesmiddel is. In uitzonderingsgevallen kun je er met een gericht dieet voor zorgen dat je geen geneesmiddelen hoeft in te nemen. Dat zie je bijvoorbeeld bij diabetes mellitus type 2. Door gezonde voeding en eventueel gewichtsverlies kan de bloedsuikerspiegel verbeteren, waardoor je het medicijn metformine niet hoeft te slikken. Maar meestal is voeding geen vervanging van een geneesmiddel.”

Voeding kan wel een belangrijke ondersteuning zijn bij behandeling met geneesmiddelen, denkt Garssen. “Onderzoek in het laboratorium naar multipel myeloom, een vorm van kanker in bloed­cellen, laat zien dat een dieet met bepaalde omega 3-vetzuren er waarschijnlijk voor zorgt dat chemotherapie beter aanslaat. Deze vetzuren komen veel voor in vette vis, zoals makreel, zalm en forel. Ook lijkt dit dieet bepaalde bijwerkingen van de chemotherapie te verminderen, zoals ontstekingen in de darm. Verder lijkt het erop dat omega 3-vetzuren ontstekingsreacties kunnen verminderen bij ziekten als artritis, reuma en de ziekte van Crohn. De meeste van deze studies zijn gedaan in het laboratorium, waardoor we nog niet zeker weten of zo’n dieet bij patiënten ook echt goed werkt. We moeten de studies bij mensen dus nog even afwachten voordat we het zeker weten.”

Op maat ontwikkeld dieet

Volgens de Utrechtse onderzoeksgroep kan de kennis uit het onderzoek helpen bij de ontwikkeling van diëten die precies afgestemd zijn op de behandeling van een bepaalde aandoening. Ook hopen Garssen en collega’s dat farmaceuten en artsen zich nóg meer gaan realiseren hoe belangrijk voeding is. Garssen: “Ik zie hierin de laatste jaren wel verandering optreden. Als ik vijftien jaar geleden tijdens een gesprek met farmaceuten of artsen begon over het belang van de bacteriën in ons maag-darmkanaal die beïnvloed worden door onze voeding, werd ik een beetje raar aangekeken. Tegenwoordig hebben ze hier meer kennis over. Ik zie ook dat artsen en voedingswetenschappers steeds meer gaan samenwerken. Het zou best kunnen dat je in de toekomst bij een aandoening als reuma of astma niet alleen een recept voor een medicijn krijgt van je huisarts, maar ook een verwijzing naar een voedingsexpert.”

Dit artikel verscheen eerder in Plus Magazine mei 2022. Abonnee worden van het blad? Dat doet u in een handomdraai!

Bron(nen):