9 vragen over het geheugen

Wetenschapsjournalist Mark Mieras beantwoordt 9 prangende vragen over het geheugen.

1. Is het normaal dat ik soms iets vergeet?

Ja, dat is heel normaal. Een tijdje geleden werden de psychologen van de Cambridge Psychological Society zelf eens op de proef gesteld. Ze mochten opschrijven wat er was besproken tijdens de vorige bijeenkomst van hun club, krap twee weken eerder. Gemiddeld wisten ze zich slechts 8 procent van de onderwerpen te herinneren, waarvan de helft nog verhaspeld ook.
Toch is het goed dat we veel vergeten. Mensen die door hersenbeschadiging te veel onbenullige dingen onthouden, worden daar op den duur doodmoe van.
Vergeten is een natuurlijk proces. Het is natuurlijk erg vervelend als je soms belangrijke dingen vergeet, zoals namen of verjaardagen. Maar het overkomt vrijwel iedereen.

2. Waarom worden mensen vergeetachtig?

Het geheugen is een complex en gevoelig systeem. Voordat een herinnering vastligt in het permanente geheugen, moet het eerst worden ingepakt en worden verstuurd naar het geheugencentrum, de hippocampus. Dat is een soort asiel voor recente herinneringen.
Herinneringen die hier niet terechtkomen gaan verloren.
Vanuit de hippocampus verhuist de herinnering binnen één of twee jaar naar het permanente geheugen. Dat zit verspreid door de hersenen. Herinneringen worden vastgelegd als een netwerk van associaties van geluiden, woorden, geuren, beelden, emoties en gevoelens.
Vergeetachtigheid ontstaat doordat de geheugenopslag vanaf het 40ste levensjaar minder soepel werkt. Waar liggen die autosleutels ook alweer?

3. Raak je bestaande herinneringen kwijt?

Herinneringen die in je permanente geheugen zitten, raak je zelden echt kwijt. Ze zijn soms wel moeilijker terug te vinden. Kun je niet op een woord of naam komen? Laat het dan even los. In veel gevallen schiet het verloren woord je even later spontaan te binnen; dan hebben de hersenen het alsnog via een andere route gevonden.
Maar: blijf je hersens niet pijnigen. Je hebt daardoor alleen maar minder kans om het woord te vinden. En een grotere kans de volgende keer wéér niet op het woord te kunnen komen. Want zo train je je hersenen immers om het langs de verkeerde route te zoeken.

4. Helpt hersentraining?

Onderzoek toont aan dat actieve hersenen minder last hebben van vergeetachtigheid. Het lijkt er zelfs op dat hersentraining de ziekte van Alzheimer enige jaren kan uitstellen.
Zevenhonderd ouderen in Chicago werden de afgelopen jaren regelmatig getest. Deelnemers aan het onderzoek die hun hersenen actief hielden met oefeningen, een studie, computerles, een bestuurstaak bij een vereniging of regelmatig bezoek aan de bibliotheek, scoorden beter op de geheugentest en kregen minder vaak Alzheimer.

5. Hoe lang heeft hersentraining effect?

Hersentraining heeft een veel langduriger effect dan lichamelijke training. Wanneer je stopt met sporten, verslappen de spieren in een paar weken. Maar het effect van hersentraining is jaren later nog te meten. Dat ontdekten Amerikaanse onderzoekers toen ze een groep van bijna drieduizend ouderen volgden. De deelnemers aan een trainingsprogramma scoorden na een half jaar tot wel twee keer zo hoog op testjes waar het gaat om de snelheid van denken. Vijf jaar later was er nog steeds een verschil met leeftijdgenoten die de training niet deden. Hoe ouder je bent, hoe beter hersentraining helpt.

6. Hoe train ik mijn geheugen?

Het geheim van goede geheugentraining is dat je er lol in hebt. En ook dat je het jezelf niet te makkelijk maakt: zorg dat je het daarboven hoort kraken. Zoek naar oefeningen waarbij het echt om het geheugen draait. Oefenprogramma’s zijn er voor de computer en spelcomputer. Ook op internet is veel te vinden (zie www.neurocampus.nl). Computergames versterken de aandacht en het kortetermijngeheugen.
Wie niet van beeldschermen en toetsenborden houdt, kiest een andere oplossing. Laat je boodschappenlijst thuis. Speel met (klein)kinderen het spel Memory. Leer gedichten of een toneelrol uit het hoofd. Een groep Amerikanen tussen 55 en 70 jaar deed dat zes weken lang intensief. In de zes weken erna merkten ze dat hun geheugen steeds beter ging werken. Dat was ook te meten. In hun hoofd werd het geheugencentrum steeds actiever.

7. Wat doet geheugentraining?

Zelfs op je 100ste worden er in de hippocampus iedere dag frisse jonge hersencellen geboren. Die zijn heel ‘leergierig’ en maken snel verbindingen met bestaande cellen. Is het geheugen actief, dan voegt de nieuwe cel zich in het netwerk en gaat meedoen. Maar treft de nieuwe cel weinig activiteit aan, dan sterft ze. Wie zijn geheugen gebruikt, krijgt dus meer actieve geheugencellen.

8. Maakt het uit hoe je leeft?

Ja, als je ouder wordt gaat de energiehuishouding van de hersenen langzaam omlaag. Hersencellen worden minder actief en prikkelen elkaar minder. Een actief en interessant leven is de beste manier om de hersenen fit te houden. We blijven langer ‘helder’ als we regelmatig bibliotheek, concerten of theater bezoeken, naar het museum gaan, of bijvoorbeeld een kleinkind helpen met het voorbereiden van een spreekbeurt. Omdat we dat leuk vinden en met volle aandacht en doorzettingsvermogen doen, is het gunstige effect ervan groot.

9. Zijn er nog andere trucs voor een goed geheugen?

Ja, ook lichaamsbeweging helpt. Iedere dag een half uur wandelen zorgt dat je geheugen beter blijft werken. De extra doorbloeding houdt de hersencellen in conditie en versterkt de aanmaak van nieuwe hersencellen in de hippocampus. Ook kauwgom en worteltjes zijn goed voor het geheugen: goed kauwen helpt de bloedstroom naar de hersenen op gang te houden.
Ten slotte: als je ouder wordt, loopt de aandacht terug en ben je sneller afgeleid. Zonder aandacht hapert de opslag van nieuwe herinneringen. Meditatietraining helpt, en ook computergames blijken goed te werken, bij jong en bij oud.

Mark Mieras is wetenschapsjournalist en auteur van het boek ‘Ben ik dat? Wat hersenonderzoek vertelt over onszelf’.

Bron(nen):