Verpleeghuizen: de één staat op de zwarte lijst, de ander is top. Hoe komt dat? 

Getty Images

In het ene verpleeghuis musiceren vrijwilligers in de recreatiezaal terwijl goed verzorgde bewoners aandachtig toeluisteren. In het andere verpleeghuis is de knutselmiddag wéér uitgevallen, stinkt het op de gang en mogen de bewoners pas 's avonds weer naar de wc. Hoe komt het dat er zulke grote verschillen zijn?

Sterk leiderschap is de belangrijkste succesfactor voor kwaliteit in een verpleeghuis. Die conclusie trekt adviesbureau KPMG in een onderzoek naar het verband tussen de ervaren kwaliteit en de bedrijfsvoering en organisatiecultuur. "Wat de verpleeghuiszorg nodig heeft, is sterk leiderschap. Goed leiderschap versterkt de succesfactoren in de bedrijfsvoering, de organisatiestructuur en organisatiecultuur." 

Leiders maken het verschil

Leiderschap dus. En dan niet alleen de bestuursleden of de directie, het gaat om leiderschap in alle lagen van de organisatie, van raad van bestuur tot en met teamleiders. Goed leiderschap nestelt zich in de hele organisatie en kenmerkt zich volgens de onderzoekers door vijf elementen: handelen naar een heldere visie gericht op persoonsgerichte, warme en veilige zorg; het lef hebben om te denken vanuit de cliënt; gericht zijn op de lange termijn; aandacht voor technologie en innovatie; aandacht voor inbedding in de wijk. 

Bestuurders die de bewoners kennen 

Publicist Hugo Borst houdt zich intensief bezig met de verpleeghuiszorg. Hij is het met bovenstaande conclusie maar ten dele eens, want hij vindt dat goede verpleeghuiszorg vooral afhankelijk is van de kwaliteit van de bestúúrders. Zij zijn degenen die de bedrijfscultuur bepalen en daarmee ook verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van de leidinggevenden op de werkvloer. Vorig jaar sprak hij in twee verpleeghuizen die de zorg prima op orde hadden heel uitgebreid met de bestuurders.
Borst: "Daar werd ik heel vrolijk van. Want dat zijn bestuurders die de naam kennen van de bewoner die ze in de lift tegenkomen. En ook de naam van de mantelzorgers en de personeelsleden. Dat is de kern van de materie. Waar gaat het goed? In de verpleeghuizen waar de bestuurders iedereen kennen."

Ballotage

Borst vindt dan ook dat niet iedereen geschikt is om als bestuurder in de zorg te functioneren: "Je hebt bestuurders en je hebt zorgbestuurders. Als jij zorgbestuurder wil worden, dan heb je andere eigenschappen nodig dan een bestuurder in de bankenwereld of het bedrijfsleven. Je moet van mensen houden, je moet heel erg goed tegen kritiek kunnen, je moet kunnen afdalen en je oor te luisteren kunnen leggen en je moet iedereen kennen. Kijk, in het totale bestuur hoeft de financiële man echt niet per se een zorgachtergrond te hebben. Maar ik zou het wel aan te bevelen vinden als een bestuurder weet hoe het er in de praktijk aan toe gaat. Daarom pleiten wij voor ballotage; laten we iedereen maar eens wegen. Het kan zijn dat iemand een voortreffelijk bestuurder is, maar geen zorgbestuurder. Dan moet je je heil maar ergens anders gaan zoeken."

En nu verder!

Ga er maar eens aan staan, met een beperkt budget een verpleeghuis leiden voor ouderen met een vaak loodzware zorgbehoefte. Hoe doe je dat zo goed mogelijk? Niet de grootschaligheid, noch de kleinschalige woonvormen maken het verschil, zo blijkt uit het rapport van de KNMG. Wel verschil maakt: leiderschap. Het is een helder antwoord op een simpele vraag. En hoe nu verder? Daar mag het ministerie over gaan nadenken. Maar die ballotage van Borst is misschien helemaal zo'n gek idee nog niet. 

Lees ook: dit lijkt nu beter te gaan in verpleeghuizen

Auteur