Chronische myeloïde leukemie

 
De holle ruimte binnen in onze beenderen is gevuld met een sponsachtige massa, het beenmerg. Hier worden stamcellen geproduceerd. Stamcellen zijn onvolgroeide cellen, die zich kunnen ontwikkelen tot bestanddelen van bloed: rode bloedcellen, die zuurstof naar de organen vervoeren, witte bloedcellen (lymfocyten), die infecties tegengaan, en bloedplaatjes, die zorgen dat bloed stolt na een verwonding.
 
Chronische myeloïde leukemie (CML) is een kanker van de witte bloedcellen in het bloed en beenmerg. CML ontwikkelt zich vanuit een geërfd genetisch defect. Tijdens de celdeling wordt een deel van het DNA van chromosoom 9 verplaatst naar chromosoom 22. Zo ontstaat het zogenaamde Philadelphia-chromosoom.
 
Als deze afwijking optreedt, geeft het lichaam te veel stamcellen opdracht om zich te ontwikkelen tot een specifiek type witte bloedcel, de granulocyt. Sommige van deze granulocyten rijpen nooit. Deze onrijpe granulocyten worden blasten genoemd. 
 
Naarmate meer van deze kankerdragende granulocyten en blasten zich vermenigvuldigen in het bloed en het beenmerg, worden minder gezonde witte bloedcellen, rode bloedcellen en bloedplaatjes geproduceerd. Aangezien de milt eveneens witte bloedcellen produceert, kunnen de kankercellen zich daar ook ontwikkelen. 
 
Chronische myeloïde leukemie kent een langzaam ziekteverloop. Veelvoorkomende symptomen zijn bloedarmoede, gewichtsverlies, koorts en een vergrote milt. 
 
Tot de huidige behandelingen voor patiënten met CML behoren chemotherapie, bestraling, stamceltransplantatie en operatieve verwijdering van de milt. De prognose hangt af van factoren zoals het stadium van ziekte en de leeftijd en algehele conditie van de patiënt.
 
De dokter is de beste bron van informatie over de behandeling waarvoor jij in aanmerking komt. Het is belangrijk om met de arts te bespreken welke therapie voor jou de meest geschikte is.