Interview: Annejet van der Zijl

Bijna 700.000 exemplaren van het Boekenweekgeschenk gaan over de toonbank tijdens de Boekenweek. Dit jaar is dat Leon & Juliette van Annejet van der Zijl (57). “Het zat al enige tijd in mijn hoofd.”

Schrijfster Annejet van der Zijl (geb. 6 april 1962) werkte een aantal jaren in de journalistiek, onder andere bij opinieblad HP/De Tijd, waar ze zich specialiseerde in literaire non-fictie. Ze schreef biografieën over Annie M.G. Schmidt, prins Bernhard en Gerard Heineken. Dankzij de bestsellers Sonny Boy en De Amerikaanse prinses is ze een van de meest gelezen auteurs van Nederland. Het Boekenweekgeschenk Leon & Juliette krijg je tijdens de Boekenweek cadeau bij besteding van €15 aan Nederlandstalige boeken.

Wie zijn Leon en Juliette?

“Twee mensen die dolverliefd zijn op elkaar. Deze waargebeurde liefdesgeschiedenis speelt zich af in de negentiende eeuw, in de tijd van onderdrukking en slavernij. Het zat al enige tijd in mijn hoofd en leek me heel geschikt voor het Boekenweekgeschenk. Ik noem het een optimistisch verhaal in wrede tijden, want het is ook ontwapenend en verzoenend: een meisje uit het Amerikaanse Charleston wordt als slavin geboren en eindigt als gefortuneerde burgemeestersvrouw in het Nederlandse Monster. Daar bevindt zich ook hun graf. Ik ben er een witte roos op gelegd – nooit begon ik voor een boek zo dicht bij mijn hoofdpersonen.”

Maar ook twee eeuwen terug in de tijd. Hoeveel vond u nog terug?

“Zowel in Nederland als in de VS heb ik de archieven uitgevlooid. Dat heeft me bloed, zweet en tranen gekost. Maar door het succes van De Amerikaanse prinses in Amerika openden zich veel deuren. De nazaten – die zelf al veel research hadden gedaan – en allerlei historici gaven me volledige medewerking. Tijdens het schrijven heb ik ook weer eens Gone with the Wind gelezen.”

Daarin speelt de slavernij ook een grote rol. Wilde u meer schrijven dan alleen maar een liefdesverhaal?

“Zeker. Juist omdat de slavernij nog steeds zo’n enorme impact heeft op de wereld, wilde ik er meer over weten, vooral over de dagelijkse praktijk ervan en hoe mensen het voor zichzelf rechtvaardigden. In die zin kun je dit boek zien als mijn bescheiden bijdrage aan het debat. Mijn stille ambitie is dat het ook door jonge mensen gelezen zal worden. Bij veel discussies denk ik: verdiep je erin, leer er meer van. Oordelen is zo makkelijk.”

U begon als journaliste. Wanneer dacht u: ik wil literair schrijver worden?

“Dat heb ik nooit gedacht. Er kwam een verhaal op mijn pad, ik vond het fijn om er lang mee bezig te zijn en zo kwam van het een het ander. Eigenlijk dicteren de verhalen mijn leven.”

Krijgt u steeds medewerking van de betrokkenen?

“Ja. Ik geef hun vertrouwen en sta er niet om bekend dat ik mensen kunstjes flik. Daardoor heb ik een goede reputatie.”

Wat betekent schrijven voor u?

“Het schrijven zelf, het vormgeven, is voor mij puur verleiden: de lezer verleiden mij te lezen. In universele verhalen kun je je verliezen, zoals je ook gegrepen kunt worden door een roman of een televisieserie. Veel lezers zien in mijn boeken dingen terug uit hun eigen leven. Zo werd De Amerikaanse prinses bijvoorbeeld een boek over hoe je met verlies omgaat.”

Al uw boeken zijn gebaseerd op gedegen onderzoek. Wat boeit u daarin zo?

“De spanning van het zoeken en de opwinding als je iets vindt. Vroeger was ik misdaadverslaggever en ik had ook best rechercheur kunnen worden, want ik ben heel nieuwsgierig. Kennelijk hebben veel lezers diezelfde nieuwsgierigheid. Het is een leuke manier van leven om je in andermans wereld te verdiepen en mensen achterna te reizen.”

Wat is de grootste uitdaging als u aan een boek begint?

“Genoeg materiaal vinden en daar dan een goede vorm aan geven. Ik ben een vreselijke twijfelaar en het is altijd weer spannend of het zal lukken. Maar dan troost ik me: dit is nu eenmaal het beste wat ik ervan kan maken. Daar moet ik tevreden mee zijn. Als ik mezelf opleg dat het een groot succes moet worden, raak ik lamgeslagen.”

Schrijven is een eenzaam beroep.

“Ik leef en werk heel gestructureerd; in zekere zin ben ik mijn eigen manager. Om half tien zit ik met mijn eerste kopje koffie naast m’n computer. Ik kan me erg verliezen in mijn werk. Maar sinds ik een hond heb, hoor ik rond half twaalf een diepe zucht achter me: ‘Volgens mij gaan we om deze tijd altijd even de duinen in.’ Dat wandelen werkt heel goed voor mezelf en voor de creativiteit.”

Hebt u iets nieuws op stapel staan?

“Doorgaans als ik een boek afheb, heb ik zin in een nieuw avontuur, maar met Leon en Juliette ben ik nog niet klaar. Ik wil het verhaal uitbreiden met Virginie, een van hun dochters. Zij werd gedoopt als slavin in Charleston, door haar blanke vader naar Nederland gesmokkeld toen ze 9 was, en is later met haar man naar de westkust van Amerika gegaan. Toen ze stierf, was ze een van de rijkste vrouwen van Californië. Haar man heeft veel brieven en dagboeken nagelaten. San Francisco is dus mijn volgende doel. Voor iets anders is nog geen plek.”

De organisatie van de Boekenweek hanteert als motto en belofte: ‘Een boek kan zoveel doen’.

“Voor mij is dat zeker waar. Ik kom uit een intellectueel milieu, maar omdat mijn ouders vonden dat ik met verschillende mensen moest leren omgaan, kwam ik
na een verhuizing op mijn 7de op een echte volksschool terecht. Dat heb ik geweten. Ik ben echt jarenlang gepest. Het rare is dat je je daarvoor schaamt en denkt:
als ze me allemaal zo stom vinden, is er vast iets heel erg mis met me. Ik heb daar lang last van gehad.”

Wat hielp u erdoorheen?

“De jeugdbibliotheek was mijn ontsnapping. Wat ik nu doe, is het gevolg van al dat lezen. Daardoor kon ik in mijn eentje verdwijnen in mijn eigen wereldje.”

U bent nu een succesvol schrijver. Voelt dat als een soort zoete wraak?

''Meer als een goedmaker. Omdat de deuken die ik toen heb opgelopen, nu wel uitgedeukt zijn. Ik heb altijd mijn eigen weg gekozen, waarschijnlijk omdat ik me als kind zoveel jaren alleen en geïsoleerd voelde. Daar heb ik toch een soort weerbarstigheid aan overgehouden. Ik ben tamelijk immuun voor groepsdrang en ongevoelig voor modes. Sonny Boy werd me aan alle kanten afgeraden; geen hond zou dat interessant vinden. Ik heb echter doorgezet. Door dat succes ben ik opgebloeid en uit mijn schulp gekropen. Ik was heel verlegen, maar nu durf ik dingen die mij niet van nature komen aanwaaien, zoals voor volle zalen staan. Daar ben ik trots op. Ik sta nu heel prettig in de wereld en ben daar dankbaar voor.”