Interview Diederik Ebbinge: 'In theater kan ik mijn hele wezen kwijt'

Bob Bronshoff
Bob Bronshoff

Dit voorjaar trekt de veelgeprezen musical Onze Jordaan wederom door Nederland. Regisseur Diederik Ebbinge ziet hoe de magie van het theater zijn werk doet: “Dat je echte mensen op een podium ziet, die je kan horen, bijna kan ruiken.”

Onze Jordaan gaat in reprise. De musical kreeg vanaf het begin veel lof omdat het raakt: de mix van het emotionele, nostalgische verhaal, het spel en de zang van Amsterdamse en Italiaanse liedjes. Wanneer wist je: het is gelukt?

“Eigenlijk vanaf de eerste try-out in Dronten. Toen merkten we dat bij de pauze al veel mensen zeer geëmotioneerd waren. Aan het eind was het nog net geen tranendal, maar veel mensen zaten te sniffen en waren met zakdoekjes in de weer. Ik dacht: nu heb ik iets beet.”

Waar zit dat in?

“Ik denk dat het een heel herkenbaar en universeel verhaal is over ­echte mensen die je overal kunt tegenkomen. Het gaat over verlies, over veranderende tijden. Over dat wat niet meer is. Dat spreekt aan. En de combinatie van de overbekende Amsterdamse muziek met de Italiaanse opera drukt op knoppen in de onderbuik die onontkoombaar zijn. Dan ga je. Als het verhaal op de goede momenten uitkomt bij die muziek, is er geen houden meer aan.”

Jij hebt in een brugwachtershuisje in een paar weken het stuk ­geschreven. Hoe heb jij de juiste knoppen gevonden?

“Het echte werk zit in de jaren ervoor. Als het verhaal in je systeem ­geplant wordt, langzaam begint te ontspruiten en te leven en concreter begint te worden. Voordat ik wat op papier schrijf, ben ik al heel ver in mijn hoofd. Zodat schrijven alleen maar lekker hoeft te zijn en geen knokpartij.Ik probeer al schrijvende het publiek te zijn van de dingen die ik maak. Dan denk ik: nu ga ik me vervelen, nu moet er weer iets gebeuren, nu moet ik een hoek om, nu zitten we te lang in het drama en moet er weer eventjes lucht in. Ik zat weleens achter de laptop te tikken en merkte dan dat de tranen over mijn wangen rolden. Dat klinkt heel ijdel, maar dat is het niet. Dan zat ik er zó in. Het viel mij ontzettend op dat precies op die ­momenten die mijzelf zo raakten de zaal ook emotioneel werd. Ik merkte dat bij heel veel mensen datzelfde gevoel zit. En ja, dat was ­natuurlijk heel fijn. Dat kan ook weleens anders zijn.”

Vanaf het begin merkten we dat deze musical mensen emotioneert

Over dat gevoel: deze musical sluit naadloos aan bij het tijdsbeeld. De universele hang naar vroeger versus het moeten aangaan van enorme veranderingen. Voelde je de urgentie daar iets mee te doen?

“Het is bij mij nooit ‘gewoon maar een verhaal uit het verleden vertellen’. Het moet in deze tijd passen. Ik probeer bij het publiek op knoppen te drukken vanuit dingen die nu aan de hand zijn. Het heeft een soort populisme in zich; dat op die nostalgie zitten en hoe het vroeger was. Dat doe ik expres om het publiek op die manier mee te krijgen. Maar via een andere kant wil ik mensen iets meegeven wat mijzelf dwarszit.”

Jouw vrouw, actrice Roosmarijn Luyten, speelt mee in de musical en zegt: “Diederik laat mensen voelen dat ze goed zijn, maar geeft ook aan waar het nóg beter kan.” Jij zegt: “Ik zoek mensen om mij heen die mij weer beter maken.” Hoe gaat dat op de werkvloer?

“Aan de ene kant weet ik precies wat ik wil. Ik heb het stuk geschreven, het zit al zo in mijn kop. Ik had nog nooit een musical geregisseerd, maar ik voelde: dit moet ik zelf maken. Want ik hield meteen zoveel van dat stuk, dat ik het niet meer uit handen wilde geven. Maar al die mensen om me heen zijn al zo goed in hun specialisme. Dan zeg ik: ‘Dit heb ik in mijn hoofd, maar wees er vrij in wat je ermee wil.’ Dan komen er opeens dingen terug waarvan je denkt: ah, dat is ­eigenlijk ook een goed idee. Dus ik probeer niet te dwingend te zijn. Ik vind het lekker input van buiten te krijgen, waardoor het voor mijn gevoel nog meer gelaagd wordt.”

Je cv is duizelingwekkend. Zoveel ­rollen en gedaantes in films, series, programma’s. Hoe is het om dan weer in het theater te werken?

“Ik ben heel lang van het theater weggeweest. Dit is voor mij een soort van comeback. En dat vind ik fantastisch. Ik zie meer dan ooit de waarde van het hier en nu dat bij theater hoort. Dat je echte mensen op een podium ziet staan. Die je amper twintig meter bij je vandaan kan zien en horen, die je bijna kan ruiken bij wijze van spreken. Zeker in deze tijd, met dat hele AI, is theater een last man standing. Iets wat niet te vervangen is. Dat is de kracht en het publiek voelt dat. Het theater zit hartstikke vol. Dat komt door de behoefte van mensen om dat echte, dat hier en nu, mee te maken. Dat je erbij bent! Het is dat onontkoombare; de zaal wordt donker, je kan er niet meer uit en dús zit je erin. Magisch. In die zin heb ik het theater echt herontdekt. Het heeft mij de motivatie gegeven ermee door te gaan.”

Is het bij jou ook een kwestie van ­ouder worden? Dat je van rauwdouwen en lol trappen als Vliegende Panter via de satire als stijlmiddel bij De luizenmoeder en Promenade nu richting ontroering en verbinding wilt?

“Ja, dat denk ik zeker. En ik denk dat ik altijd al andere laatjes wilde opentrekken. Kijk, bij de Panters kon het soms niet grof genoeg zijn. Dat heb je op een gegeven moment wel een beetje gehad. We hadden veertig jaar Vliegende Panters kunnen doen, maar ik denk niet dat ik daar gelukkig van was geworden. Je moet ­jezelf blijven vernieuwen. Je evolueert. Dat lijkt me gezond. Ik vind het lekker nieuwe uitdagingen aan te gaan, nieuwe dingen in mezelf te ontdekken. 

Dat heb ik nodig. Om het leuk te houden.Mensen zeggen weleens: ‘Knap van jou dat jij op hoogtepunten uit dingen stapt.’ Maar dat is helemaal geen dappere, stoere keuze. Als ik iets gedaan heb en op een gegeven moment voel dat ik er geen zin meer in heb, kan ik het ook gewoon echt niet meer. Een derde seizoen Luizenmoeder? Ik had het gewoon wel verteld, dat was voor mij af en klaar. En als je ouder wordt, groeit het ongeduld. Je merkt hoe snel het leven gaat en denkt: ik moet ook nog dat en ik wil ook nog dit en ik wil ook nog zus en ik wil ook nog zo. Maar ja, ik wil ook rust. Snap je?”

Krijg je naarmate de jaren vorderen meer drang om iets goeds mee te geven?

“Nou, ik denk dat als je jong bent, je ook denkt: ik ga nu de hele boel veranderen. En op een gegeven moment kom je erachter dat het een vrij zinloze exercitie is. Maar je wil toch iets. Mensen in een zaal twee uur lang ontroeren en aan het lachen maken, dat ze er toch iets van meenemen en ook iets zachter van worden, dat is al heel wat. Dat is toch een soort hoop die ik heb. Terwijl ik ook wel weet dat het ijdele hoop is. Maar je probeert het toch een beetje. Er zit in Onze Jordaan een lijn tussen hoofdpersoon Greet met Aisha. Greet wordt op haar verjaardag klaargestoomd voor een verrassingsfeestje. Maar dat ­gebeurt door een gesluierde Turkse verpleegkundige, terwijl ze normaal een Nederlandse heeft. 

Ik hoop  dat mensen er iets zachter van worden, al is dat misschien ijdele hoop

In het begin zit Greet helemaal niet te wachten op een moslima aan d’r lijf. Maar door die voorstelling heen vertelt ze toch haar hele verhaal. En krijgen zij een band en blijken ze veel meer met elkaar te maken te hebben dan ze van elkaar verschillen. Greet maakt daarin een enorme ontwikkeling door. Dat soort lijntjes vind ik belangrijk om erin te stoppen. In de hoop dat mensen die er wat naar in staan, mijns inziens, er de volgende keer misschien net iets zachter in staan. Allemaal ­naïef, weet ik ook, maar ik blijf het doen. Theater is mijn levenslijn. Ik kan mijn hele wezen daarin kwijt. Zo'n groot verhaal ­maken schoont mij op.”

Als je dat doortrekt naar de toekomst, zou je nog iets met de oneindige schoonheid van Bach willen doen, waar je zo van houdt?

“Sterker nog… ik ben met een nieuw concept bezig waarin de Matthäus ­Passion een belangrijke rol gaat spelen. Ik wil een modern lijdensverhaal ­maken en ben dat met het AFAS Theater in Leusden aan het ontwikkelen. Het is tegelijk een grote satire over vierhonderd jaar Nederlandse macht. Eigenlijk is dit nog geheim, dus je hebt nu een primeur, haha.”  ▪

CV

Diederik Ebbinge (1969, Enschede) groeide als jongste van drie op in Baarn. Op de kleinkunstacademie konden Rutger de Bekker, Remko Vrijdag en hij geen stage vinden; ze besloten gezamenlijk De Vliegende Panters te beginnen, een groot succes. Als acteur speelde Ebbinge in talloze films en series, zoals Alles is liefde, Jeuk en De luizenmoeder en hij maakte het satirische Promenade. Hij regisseerde de film Matterhorn, presenteert Kiespijn en Top 2000 a gogo en debuteerde als musical-regisseur met Onze Jordaan. Diederik is getrouwd met actrice Roosmarijn Luyten, ze hebben samen twee tienerzonen. Speellijst: onzejordaan.nl

Auteur