Interview Dominic Seldis: ‘Ik heb onwaarschijnlijk veel mogen meemaken, maar niemand weet dat’

Dominic Seldis
Getty Images

De markante aanvoerder van de contrabassisten van het Koninklijk Concertgebouworkest, bekend van het tv-programma Maestro, toert door het land met zijn eigen theatershow. Én Dominic Seldis schreef samen met zijn Nederlandse vrouw een autobiografie.

Een onemanshow, een boek… wat een spectaculaire manier om 2026 te beginnen.

“Zeg dat! Het is een druk jaar en we hebben een hoop te vieren. Mijn boek gaat Dominic heten, voornamelijk omdat ik er moe van werd dat mensen mijn naam verkeerd spellen, haha! Het schrijven was een extreem interessant proces. Ik zat aan de ene kant van de keukentafel en pal tegenover me zat mijn vrouw Floor mijn Engels naar het Nederlands over te brengen. 

Een ongelooflijk moeilijke taak, want Britse humor en oneliners laten zich soms maar lastig vertalen. Een prachtig samenspel dat onze relatie veranderd heeft. Die was, godzijdank, al goed, maar werd nu enorm verdiept omdat we zoveel van elkaar hoorden en leerden, dingen die we nog niet wisten. Dat Floor een briljant schrijfster is, wist ik niet! Het werd een ­intens, heel authentiek proces en op het laatst waren we grenzeloos trots.”

Waarom moesten deze onemanshow en autobiografie er komen?

“Vermoedelijk kennen mensen mijn gezicht van tv en wellicht hebben ze vernomen dat ik de bas speel, in het theater optreed en jurylid ben van Maestro. Vanuit daar hebben we honderden verhalen verzameld. Wie ik ben, hoe het zit met mijn carrière, maar ook de dood van mijn vader, de geboorte van mijn zoon, de reden waarom ik na al die jaren hier nog geen Nederlands spreek; ik wilde antwoord geven op de vele vragen die ik vaak krijg. Ik ben 54 en dat is vaak de leeftijd waarop mensen reflecteren. In het theater kan ik weer andere verhalen vertellen. Tijdens de voorstelling bouw ik er een heel blok entertainment omheen, want ik heb mijn bas en een geweldige band bij me.”

Wat bracht al dat reflecteren jou?

“Ik realiseerde me dat ik een ongelooflijk leven heb. Voordat ik, achttien jaar geleden nu, naar Nederland kwam, had ik al een heel ­leven achter de rug in Engeland. Ik ben als 14-jarige begonnen als bassist en in veertig jaar heb ik onwaarschijnlijk veel mogen meemaken. Maar niemand kent mij van vóór de tijd dat ik op televisie kwam. Niemand weet dat ik met De drie tenoren (Carreras, Pavarotti, Domingo) heb ­gespeeld. Dat ik meespeelde in soundtracks voor James Bond- en Harry Potter-films. Mijn ontmoetingen met markante en beroemde mensen: niemand kent ze. 

Er zijn zoveel prachtige ervaringen om te delen. Voor zover ik weet, ben ik de eerste klassieke bassist in de wereld die een autobiografie heeft mogen schrijven. Dat is opvallend, want we maken juist allerlei interessante dingen mee. We spelen niet veel ­noten, dus hebben wij van alle orkestleden de meeste tijd om allerlei andere bijzondere dingen te ontdekken. Bassisten zijn heel aparte ­persoonlijkheden. Als ik naar mezelf kijk: ik vind het heerlijk om in de spotlights te staan, maar net zo goed voel ik me gelukkig als ik op de achtergrond meehelp om iemand anders volop te laten schitteren.”

Wilde je altijd al een bestaan opbouwen vanuit je liefde voor muziek?

“O ja! Ik was hopeloos op school. Ik ben dyslectisch, maar ben daar nooit voor gediagnosticeerd. Dus werd ik afgeschilderd als ‘dom’. Pas toen ik de contrabas ging spelen, kwamen ze erachter dat ik wat kon. Toen ik begon met muziek, zei een leraar tegen me: ‘Als je een bas kunt bezitten kun je een bestaan leiden, maar als je een bas kunt bespelen kun je een fortuin vergaren.’ Ik dacht: oké, dat klinkt goed! En natuurlijk bleek dat een leugen, maar het idee werkte. En als je goed kunt ­spelen, helpt dat zeker. Het heeft mij in situaties gebracht die ik anders nooit had meegemaakt. Ik heb baantjes gehad. Ik heb haarverzorgingsproducten verkocht, en advertenties voor tijdschriften, ik heb in pubs gewerkt, maar ik besloot: als ik ga kiezen voor een baan, wórd ik die baan. Dán kan ik dus het beste kiezen voor de muziek. 

 Ik hou van Nederland, maar het heeft wel vreemde kanten. Zoals het ‘tikkie’. Niet mijn idee van delen

Als het werkt, werkt het en als het mislukt, ben ik de enige die faalt. Die gerichtheid op mezelf, dat nemen van die verantwoordelijkheid, heeft altijd goed gewerkt voor mij. Mijn ouders, beiden ondernemers, snapten heel goed dat ik die focus op dat ene had, ze hebben me altijd gesteund. Mijn vader, die erg belangrijk voor me was, zei: ‘Find your niche and polish it.’ Oftewel: kijk naar waar jij je in kan onderscheiden en maak dat zo goed mogelijk, poets dat op. Toen ik begon te bouwen aan mijn muzikanten­bestaan en me aansloot bij het BBC-orkest, was mijn vader erg blij, want ik bouwde een pensioen op. Mijn moeder was minder blij omdat er geen ‘koninklijk’ in de naam van het orkest stond. Dus toen ik naar Nederland kwam om als eerste solocontrabassist bij het Koninklijk Concertgebouworkest te spelen, was ze uitermate opgetogen: ‘Now we are talking!’”

Je zei net iets essentieels: zelf verantwoordelijkheid nemen. Dat was de sleutel?   

“Mijn ouders hebben altijd gezegd: ‘Zorg dat je op jezelf kunt terugvallen. Werk aan jezelf, verspreid genoeg positiviteit en het komt goed. Zorg dat je nooit iemand anders de schuld kunt geven.’ Ik hou ervan waanzinnig hard te werken en de liefde voor wat ik doe met anderen te delen. Dat is geen vervelend iets in mijn geval, ik maak mensen gelukkiger met het spelen van prachtige muziek. Ik verspreid liefde, dat is belangrijk. Muziek geeft, zoals vele kunstvormen, het leven betekenis. Ik ben degene die kan zeggen: wees welkom in mijn wereld, ik geef je een ervaring. Mijn werk, mijn boek, mijn theatershow, het zijn allemaal vormen en verpakkingen, vanuit mijn diepe verlangen mensen blij te maken met muziek. Dat kost veel ­inspanning, je kunt het niet met AI doen; het gaat om emoties, gevoelens en de menselijke connectie. Wat geweldig om dat te mogen doen in je leven. Zo ervaar ik dat.”

Je bent en blijft daarbij ‘een Engelsman in Nederland’, zoals je zelf zegt: zo charmant als een Engelsman maar kan zijn. Hoe kijk jij naar ons land?

“Ik hou van Nederland, maar er zijn wel wat vreemde kanten. Zoals het ‘tikkie’. Ik vind dat zo’n verwarrend fenomeen, het staat zo ver van mijn idee van delen. Ik betaal of jij betaalt, hoezo, tikkie? Gezelligheid, ook zoiets. Het is in dit land een soort van sport om dat te creëren, in plaats van het gewoon te laten ontstaan. Maar ik oordeel niet. Ik word zeer geaccepteerd en voel me heel welkom. En het scheelt enorm bij het begrijpen van deze cultuur dat ik getrouwd ben met een Nederlandse vrouw.”

Met Floor heb je een jonge zoon, met je ex-vrouw drie volwassen dochters. Geef je hen de liefde voor muziek door?

“Mijn drie dochters zijn 29, 27 en 25. De middelste werkt in Amsterdam, de andere twee wonen in Engeland. Mijn dochters zijn geen musici, maar doordat ze altijd enorm betrokken zijn ­geweest bij mijn carrière is hun interesse in muziek boven­gemiddeld. ­Onlangs nog kreeg ik nog een bericht van een van mijn dochters of ik de band Lake Street Dive uit New York ken en ik zei: ja, die volg ik al vijftien jaar! Zulke berichten maken me zo ­gelukkig, omdat mijn kinderen voortdurend op zoek zijn naar muziek die ze te gek vinden. Louis, mijn 4-jarige zoon, is een compleet ander verhaal. Mijn dochters groeiden niet op met een vader die in theaters staat, boeken schrijft of op tv is. Louis groeit er middenin op. 

Hij kan ’s avonds niet zijn tanden poetsen voordat hij ons een ­optreden heeft gegeven. Ik zal hem nooit ontmoedigen, maar ik zal ook nooit mijn kinderen aanmoedigen professioneel musicus te worden. Het is simpelweg te zwaar, tenzij je aan de top zit. Het is een prachtige weg ernaartoe, maar het leven als musicus is echt waardeloos, omdat er zo bitter weinig geld in valt te verdienen. Ik moedig ze wel aan diep in henzelf te zoeken naar hun muzikale gedachten. We gaan ­samen naar vele concerten, onze liefdes­taal is het geven van concert­tickets aan elkaar. Je krijgt niks van het leven, tenzij je er keihard voor werkt. Maar juist daarom is het belangrijk dat je iets doet waar je plezier uit haalt, dan komt alles jouw kant op. Ik ben buitengewoon blij dat al mijn dochters het werk doen waar ze zo van houden en dat ze alle drie een hoge werkethiek hebben, dat ze geweldige levens leiden en daarbij nog eens enorm genieten van muziek. Ik ben ongelooflijk trots.”

DOMINIC SELDIS (1971, Newmarket, Suffolk) studeerde contrabas aan de Royal Academy of Music in Londen en het Mozarteum in Salzburg. Hij speelde met Seal, de Spice Girls, Rod Stewart en Tina Turner, brak in 1998 door in Engeland als tv-persoonlijkheid en kwam in 2008 naar Nederland. Met operazangeres Francis van Broekhuizen trok hij de laatste jaren met groot succes door de theaters. Nu gaat hij in een onemanshow vol humor, verhalen en muziek langs 28 steden, van 25 februari tot en met 3 april. Voor tickets: dominicseldis.com/tour. Binnenkort verschijnt ook zijn boek Dominic met autobiografische verhalen bij uitgeverij Rubinstein.

Auteur 

Reactie toevoegen

Comment

  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.