Al meer dan 100 jaar wegwijzer

Getty Images

De fietspaddenstoel is het icoon van de Nederlandse fietscultuur, want je komt ze overal tegen. Maar waar komt deze bijzondere wegwijzer vandaan?

Toen toeristen in de Eerste Wereldoorlog de grens niet meer over konden, werd het toerisme in eigen land populair. De ANWB besloot om meer wegwijzers en bordjes te plaatsen, maar door de ijzerschaarste moest er iets ander worden bedacht: een betonnen paaltje met een paddenstoelvormige kap.

Vandalismebestendig

Deze nieuw wegwijzers werden in 1919 ontworpen door ingenieur Hendrik Willem Leliman en na een succesvolle test met de eerste twaalf paddenstoelen werd de weg-wijzer over het hele land uitgerold. De eerste exemplaren hadden houten bordjes op de ­betonnen kop, maar deze werden vaak vernield, waarna de plaatsnamen direct op het beton van de paddenstoel geschilderd werden. Dat was geen succes, want de verf hield niet goed. De opschriften werden vervolgens op een stalen kap ­geschilderd, maar ook die werden onleesbaar omdat mensen hun ­voeten op de paddenstoelen zetten.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd een wedstrijd gehouden voor het beste slijtage- en vandalismebestendige ontwerp. Het winnende ontwerp viel niet in de smaak en de ANWB ging daarom gewoon verder met de ‘oorspronkelijke’ paddenstoel met kap. In 1982 werd de kunststofkap ingevoerd, met de tekst niet op, maar in het materiaal.

Feitjes

Bij het NS-station in Assen werd in 2005 de grootste paddenstoel van Nederland geplaatst (ca. anderhalve meter hoog) ter gelegenheid van de duizendste paddenstoel in Drenthe. Deze is inmiddels weer verdwenen.

Op Vlieland staat de paddenstoel met de grootste afstand: 2525 ­kilometer naar Spitsbergen.

De provincie Gelderland telt de meeste paddenstoelen: maar liefst 1662 stuks. Overijssel (1226) en ­Drenthe (1064) volgen daarna. Op de laatste plaats staat Zeeland: hier zijn er maar twee.

Er komen ieder jaar nog steeds ­paddenstoelen bij. In 2019 stond de teller op 5987, gebaseerd op een ­telling van de Fietsersbond.

Dit artikel verscheen eerder in Plus Magazine mei 2021.

Auteur