Feesten tot de zon opkomt in Reykjavik

IJsland is een koud en leeg land. Het is bijna driemaal zo groot als Nederland maar er wonen niet meer mensen dan in de stad Utrecht: zo'n 300.000. Je zou dan ook verwachten dat het een saaie bedoening is in de hoofdstad Reykjavik, maar dat is beslist niet waar.

De IJslanders komen zoals de meeste Scandinaviërs een beetje koel en beheerst over, maar ze zijn dol op een feestje. Dat is te zien in de Laugavegur, de straat waar de meeste kroegen liggen. Hier is ook vaak live-muziek te beluisteren. Het uitgaansleven is er voor de liefhebber van volkse gezelligheid, en omdat de IJslanders wel van een paar biertjes houden, kan het er soms een beetje ruw aan toe gaan. Wie met de voetjes van de vloer wil, dient er rekening mee te houden dat discotheken en clubs alleen op vrijdag en zaterdag open zijn en er pas na middernacht leven in de brouwerij komt.

Reykjavik mag dan een kleine stad zijn, het heeft wel een eigen symfonisch orkest, een opera, meerdere theatergezelschappen en de IJslandse Danscompagnie die zich bezighoudt met hedendaagse dans. In het Nationaal Theater en het Stadstheater zijn ze te bewonderen.

Een bezoek zeker waard is de Hallgrimskirkja, een bijzonder gevormde kerk die tevens de hoogste van het land is. Hij is vernoemd naar een van de grootste schrijvers van het land, Hallgrímur Pétursson. De aparte vorm met zijn verticale zuilen is geïnspireerd door de basaltvelden die in IJsland op meerdere plekken te zien zijn. Ook het orgel - met bijna 6000 pijpen! - is indrukwekkend.

Op een half uur rijden van Reykjavik ligt de beroemde Blue Lagoon, een thermaal bad in de open lucht waarvan het water melkblauw is. Dat komt niet door kleurstoffen, zoals sommige mensen denken, maar door mineralen die van nature in het water zitten. Een bad is goed voor het lichaam, maar vooral ontspannend en een typisch IJslandse ervaring.