Lenny blogt: gered in de naaldbossen van Zweden

Achteraf krabben we ons natuurlijk wel achter de oren. Hadden we onze Ford C-max misschien te zwaar beladen toen we vertrokken naar Noorwegen en Zweden?
Want we hadden wel érg veel meegenomen, ja. Zo hadden we bijvoorbeeld voor twee weken eten bij ons. Blikken, potten en dozen. Noorwegen zou heel duur zijn, dus daar waren we eens even goed op voorbereid. Bovendien sjouwden we een loeizware katoenen tent mee met kilo’s aan haringen en stokken en als klap op de vuurpijl ook nog eens dikke matrassen, want waarom zou je op vakantie niet lekker mogen slapen? Topzwaar vertrokken we, volgestouwd tot aan het plafond en oh ja, twee fietsen wiebelend erachter op de fietsendrager.
Of waren het de hobbelige grindwegen in de eindeloze naaldbossen van Zweden? Ongeasfalteerde wegen die urenlang de fluisterende wouden doorkruisen, zonder enige verlossing in de vorm van een verharde weg. Wie zal het zeggen? Feit is, dat onze trouwe Ford C-Max er de brui aan gaf. Dat deed ie heel beschaafd, trouwens. We reden op een soort van snelweg in Zuid-Zweden, toen hij door kleine hikjes liet weten, zich niet helemaal toppie te voelen. Ik reed en besprak de hikjes met mijn man. Die had het ook al gemerkt, en hoorde bovendien een schor, schraperig geluid. 
We hadden net besloten om het allemaal keihard te negeren, toen de auto er een schepje bovenop legde met een dringende boodschap op het dashboard: ‘Systeemfout in motor’. Ai. Nu was het officieel. Een raar moment is dat. Alle plannen die je hebt kunnen hup de vuilnisbak in. Een andere realiteit dient zich aan. Maar alla, geen al te groot drama van te maken, want dat was het tenslotte ook niet. We vonden een adequate Ford-garage en daar ging de auto aan de computer. Het oordeel was hard. Olielekkage in de toevoer naar de turbo en waarschijnlijk ook een kapotte turbo. Onze auto was niet in een paar dagen te repareren. Daar sta je. In Zweden. Best ver weg. En dan… komt de ANWB in beeld. 
Als een soort gespierde superman met wijde mantel en in bezit van bovennatuurlijke krachten, duikt de ANWB na één telefoontje bovenop de zaak. Ik stond echt paf. Eerst was er een telefoongesprek met de chef werkplaats van de garage. Die mompelde wat in de hoorn van de telefoon en de zaak was beklonken: De ANWB zou onze auto repatriëren. Wij vertrokken naar een camping, eerst nog met onze eigen auto en later met een leenauto van de garage. De volgende dag had ik wel zes mensen van de ANWB aan de lijn. Zij belden mij. Wonderlijk vond ik dat. Dat ik zelf niet de hele dag hoef te bellen, maar nee, zij belden mij. 
Terwijl wij vakantiedingen deden, zoals een waterval bezoeken, in een kabelbaan zitten en ijsjes eten, liepen daar de zaken gewoon door. Aan het einde van de dag was de deal rond. Twee dagen later zouden we terugvliegen vanuit het dichtstbijzijnde vliegveld. De tickets lagen voor ons klaar. En zo geschiedde. 
Het was natuurlijk allemaal niet leuk en best wel wat gedoe - want het duurt een paar weken voordat de auto met bagage weer terug is, maar we hadden wel prima dagen en eigenlijk geen zorgen. Mijn man en ik weten het zeker: volgende vakantie willen we dit wéér.

4 Comments

Door genieter (niet gecontroleerd) op wo, 10-8-2016 - 13:07

Als je je hele huishouden meeneemt en naar een land gaat dat te duur voor je is,kan je in de problemen komen.

Door Gerrie (niet gecontroleerd) op di, 9-8-2016 - 13:19

wat bedoel je volgend jaar weer ? wil je dan weer met pannen komen staan of wil je nog zo'n leuke vakantie. rare uitspraak volgend jaar weer na zo'n verhaal ???

Door Jeanne (niet gecontroleerd) op ma, 8-8-2016 - 10:34

Toen ik een keer huilend aan de kant stond, kwam een ANWBer me vragen wat er aan de hand was. Toen ik zei dat mijn man gestorven was, troostte hij me en gaf me een bekertje water. Zo lief... Zo lief kan de ANWB ook zijn.

Door h.roodenburg@he... (niet gecontroleerd) op zo, 7-8-2016 - 11:49

Na mijn val in de Dordogne en verblijf in ziekenhuis werd de auto en caravan door de a.n.w.b teruggebracht naar huis en wij met een ambulance. Petje af voor service. Jobje Roodenburg