Suriname, exotisch en vertrouwd

Suriname is nog relatief onbekend als reis­bestem­ming. Volkomen ten onrechte, vindt reisredacteur Thijs Joosten, die een enorm kleur­rijk, bruisend en vriendelijk land op een oer-Hollandse manier ontdekte: op de fiets.

Na een bezoek aan het Holland­se Fort Zeelandia in Paramaribo heb ik honger gekregen. Op het terras van het ernaast gelegen eetcafé bekijk ik de menukaart. Roti ken ik, moksi alesi ook. Maar wat is snert? “Dat is soep, gemaakt van erwten”, antwoordt de jonge ober vriendelijk. O, gewoon Hollandse snert dus. Verbazingwekkend dat ze dit hier echt eten, in deze tropische hitte.

Pronkjuweel
Wat is Suriname Hollands! Het land voelt exotisch maar ook heel vertrouwd. Dat komt vooral doordat alles gewoon in het Nederlands is aangegeven en iedereen Nederlands spreekt. De Nederlandse koloniale bestuurders hebben in Paramaribo een schitterend stadscentrum achtergelaten, met als pronkjuweel de volledig in hout opgetrokken St-Petrus-en-Pauluskathedraal. Ik wandel erlangs op een zondagochtend, als de mis net uit is. Het is prachtig om de vrouwelijke kerkgangers in hun zondagse jurken en hoofddoeken te zien.

De rest van het centrum van Paramaribo is al net zo charmant. De vaak eeuwenoude houten gebouwen zijn een beetje afgebladderd, maar ik zit daar helemaal niet mee. Het past wel bij die relaxte ‘maak je niet druk’-sfeer van Paramaribo. ’s Avonds is de stad het allerleukst, als de terrassen en bars vol zitten. Vanaf mijn hotel wandel ik naar de fameuze Waterkant. Er is geen betere plek dan hier voor een ijskoud lokaal Parbo-biertje, met uitzicht op de traag stromende Surinamerivier en het geluid van kletsende uitgaanders en tsjirpende cicaden in mijn oren.

Idyllische namen
Daags erna peddel ik op mijn huurfiets, een Gazelle die met zijn knaloranje kleur goed past in deze kleurrijke stad, naar het plaatsje Leonsberg. Daar charter ik een ‘tentbootje’: een korjaal met een buitenboordmotor en plek voor tien man te voet of één Hollander op een fiets die geen geduld heeft om te wachten op medepassagiers. Op de tegenoverliggende oever geniet ik fietsend van de bananenbomen in de tuinen en de mensen die op hun veranda zitten. Dit gebied heet Commewijne en vroeger lagen hier tientallen plantages. Ze hadden idyllische namen als Weltevreden of Rust en Werk, maar het leven was er keihard voor de ­slavenbevolking. Na de afschaffing van de slavernij werden Javaanse contractarbeiders aangetrokken.

Ik ontmoet op plantage Mariënburg een van hun afstammelingen, de 83-jarige Toekijan Soekardi. Hij is geboren op de plantage en werkte er tot de sluiting in 1988. We wandelen over het overwoekerde terrein. De wanden van de enorme fabriekshal zijn bedekt met tropische klimplanten. Meer dan honderd jaar lang produceerde Mariënburg suiker voor Nederland, maar dat was uiteindelijk niet meer rendabel. Vele voormalige arbeiders, onder wie Toekijan, ­wonen nog altijd in de houten ­personeelshuizen buiten het terrein.

Een adellijke oude dame
Voor mijn volgende dagtocht charter ik opnieuw een fietsboot, want ik mag niet met mijn fiets de enorme Jules Wijdenboschbrug op, die in ­Paramaribo de rivier overspant. Langs afwateringskanalen en zandweggetjes fiets ik naar de zeventiende-eeuwse voormalige koffieplantage Peperpot. Het is nu een natuurgebied en ik moet aan de ingang een paar dollar betalen om erin te mogen. De oude koffiefabriek staat er nog, met ernaast de tweehonderd jaar oude schuur waar de koffie droogde.

Ik maak een praatje met een bejaard echtpaar dat in de kampong achter de fabriek woont. Het zijn voormalige arbeiders, die net als Toekijan hier zijn geboren en opgegroeid en nooit meer weg willen. Even verderop zie ik de fraaie koloniale directeurswoning. Zij doet me denken aan een adellijke oude dame die haar vermogen grotendeels kwijt is, maar niet haar statigheid. Gelukkig gaat de plantage een nieuw leven tegemoet, want de oude gebouwen worden gerestaureerd en er zijn ­vakantiehuizen in aanbouw.

Kaaimannen
De voormalige plantage Frederiks­dorp lag er al tientallen jaren verwaarloosd bij, tot een Nederlander hem kocht en met steun van de Nederlandse overheid geschikt maakte voor toerisme. En wat voor een feest is het voor mij als ik vanaf de aanlegsteiger naar het receptiegebouw loop. Palmbomen wuiven in een warme bries en het personeel staat buiten klaar om ons te ontvangen. Vannacht slaap ik hier, in een van de nieuwe vakantiehuizen op het terrein. Het mijne beschikt over een veranda waarop ik heerlijk kan ‘hangmatteren’ zoals de Surinamers het noemen: lekker niksdoen in een hangmat.

Na het diner neemt dierenexpert Venski me mee, het pikdonkere plantageterrein op. Ik moet uitkijken om niet in een sloot te vallen. Bij een ervan stopt Venski, hurkt en schijnt met zijn zaklamp over het water. “Kijk, daar zit er een!” Een paar meter verderop zie ik twee ogen die het licht van de zaklamp reflecteren. “Een kaaiman!”, roept hij enthousiast. “Dit is nog maar een jonkie, maar je kunt er gif op innemen dat zijn mama vlakbij is”, meldt Venski droogjes. Ik vraag me af hoe rustig ik vannacht zal slapen, wetend dat er vlakbij een kaaiman in het water ligt. “Maak je geen zorgen. Ze doen ons niks”, stelt Venski me gerust, en daar vertrouw ik dan maar op. Maar zo Hollands als ik tot dusver dacht, is Suriname dus bepaald niet altijd.

Suriname praktisch
De reis
: hoge vliegprijzen ­stonden het toerisme lange tijd in de weg, maar reisorga­nisatie TUI maakt Suriname ­bereikbaar met aantrekkelijk geprijsde vakanties. www.tui.nl
Klimaat: Suriname heeft een vochtig tropisch klimaat met het hele jaar door dagtemperaturen rond 30 graden.
Prijspeil: €1 = 8 Surinaamse dollars. Het land is een stuk goed­koper dan Nederland.
Excursies: een verblijf in de jungle is een unieke ervaring. Dat is ook te boeken via TUI.

Ook wij organiseren een bijzondere reis naar Suriname. Lees meer op www.plusonline.nl/suriname.

Trefwoorden: