Op de e-bike door de Ardennen

Daar krijg je dorst van

’t Is mooi fietsen in de heuvelachtige Ardennen, maar soms kan een beetje trapondersteuning geen kwaad. Dan heb je nóg meer oog voor de prachtige omgeving in het Land van Herve en de Oostkantons.
Op de e-bike door het land waar, zoals in het lied van Het Goede Doel, ‘iedereen lacht en het taaltje o zo zacht is’: fotograaf Laurence en ik hebben er zin in. We gaan twee regio’s verkennen: het Land van Herve en de Oostkantons. Twee schitterende streken die me op slechts een paar uurtjes rijden van huis het gevoel geven in een totaal andere wereld beland te zijn. Een wereld waar het lijkt alsof alles net even een tandje langzamer gaat.
 

Moeiteloos

We starten onze verkenningstocht in het Waalse plaatsje Herve vlak bij Luik. Deze streek ten zuiden van Zuid-Limburg staat bekend om zijn appelboomgaarden en fijne fietsroutes. Fiets je in de maand mei de Tocht van de Appelbomen, dan tuf je tussen de bloesem. Reis je einde zomer af naar het Land van Herve, dan hangen er rijpe appeltjes aan de bomen. Aangezien België verraderlijk glooiend is, huren we e-bikes bij het Maison de Tourisme in Herve. Een verstandige beslissing, zo blijkt al snel, want met dit vervoermiddel glijden we moeiteloos door het heuvelachtige landschap. We fietsen 32 kilometer lang tussen weilanden, passeren ontelbare fruitbomen, rijden door een van de mooiste dorpjes van Wallonië, Clermont, en stappen af bij verschillende bezienswaardigheden.
 
 

Hippe spijkerbroek

Zo komen we bij de indrukwekkende abdij van Val-Dieu. Vroeger het huis van monniken, tegenwoordig het onderkomen van een christelijke lekengemeenschap die uit vijf diakens bestaat. Een van de inwoners is de 67-jarige Jean Marie Fastré. Hij valt in zijn hippe spijkerbroek behoorlijk op in dit achthonderd jaar oude klooster. Hij neemt ons mee voor een rondleiding door zijn oude ‘huis’. “Deze abdij heeft heel wat meegemaakt”, vertelt hij. “Vier keer is het klooster verwoest en in brand gestoken, maar elke keer weer is het gebouw in ere hersteld. Monniken wonen hier niet meer, maar we leven wel allemaal volgens de Regel van Benedictus, een serie leefregels uit de zesde eeuw.” Dat hier ook goed bier wordt gebrouwen, zien we in de abdijbrouwerij die zich op de binnenplaats bevindt.
 

Vanuit de luie stoel

Voor het tweede gedeelte van de  reis rijden we naar het oosten van  de provincie Luik, de zogenaamde Oostkantons. Een kleine maar fijne regio en eigenlijk een Belgisch buitenbeentje: ze spreken hier namelijk Duits. Leuk, want het geeft me gelijk het gevoel weer in een totaal andere streek te zijn beland. We gaan een deel van de Vennbahn fietsen, een route die is aangelegd op een oude spoorbaan. De Vennbahn is 125 kilometer lang en daarmee een van de langste routes op oude spoorbeddingen in Europa. Het brengt de fietser van het Duitse Aken dwars door de Eifel en de Ardennen naar het Luxemburgse Troisvierges. Leg je het hele traject af, dan doorkruis je dus drie landen: Duitsland, België en Luxemburg. De tocht kan in verschillende etappes en in meerdere dagen gedaan worden. Vanuit de luie stoel thuis is de route al te regelen, van overnachtingsadressen tot bagagevervoer aan toe. Laurence en ik fietsen de 37,4 kilometer lange Vennbahn Plus-route, een van de zestien routes speciaal voor dagjesmensen. Tijdens onze tocht worden we vergezeld door twee Canadese journalisten op mountainbikes, gestoken in wielrenkleding. Ondanks hun snelle outfit hangt  hun tong na vijf kilometer op hun gympies en besluiten we om na elke vijf kilometer te ruilen: zij de e-bikes, wij de mountainbikes. Het is duidelijk, ook de Vennbahn Plus-route is heuvelachtig…
 

Drie trekvogels

Na wat uurtjes zweten hebben we wel een Belgisch pintje verdiend. En dat gaan we vatten bij mensen die verstand hebben van brouwen. We rijden naar Brasserie de Bellevaux in het dorpje Bellevaux onder Mal medy. Deze brouwerij wordt gerund door de geëmigreerde Nederlanders Carla en William Schuwer. Het stel kocht  een oude boerderij en vond twee brouwketels op internet. Carla lacht: “Het kwam aan als een soort Ikeabouwpakket met de gebruiksaanwijzing in het Japans, wat het  extra moeilijk maakte. Dorpelingen  hebben ons geholpen om de ketels in elkaar te zetten en toen kon het brouwen  beginnen.” Toen het bier eenmaal op smaak was, ging de familie op zoek naar een logo voor het etiket. Het werden drie trekvogels; zij staan in het wapenschild van de ridders die Bellevaux stichtten. “Hun nazaten komen hier regelmatig een pilsje pakken. We betalen de auteursrechten in vloeibare vorm.” De familie brouwt vijf verschillende bieren. Bij elk biertje hoort een wandeling in de omgeving. Net als de bieren gaan ze van licht naar zwaar. Hoe meer alcohol, hoe zwaarder de tocht.
 
 

Drie toptips

  • In het hart van de Oostkantons ligt het hoogstgelegen kasteel van België: Kasteel Reinhardstein. Deze burcht uit 1354 werd volledig verwoest tijdens de Franse Revolutie. Professor Jan Overloop liet het kasteel herbouwen met stenen uit de omgeving. In de weekenden geven vrijwilligers rondleidingen. Loop ook even om het kasteel heen om de prachtige waterval te bezoeken. www.reinhardstein.net
  • In Malmedy bevindt zich Baugnez 44 Historical Center. Dit museum vertelt het verhaal van de laatste stuiptrekking van de oorlog en het  bloedbad in Malmedy in 1944. www.baugnez44.be
  • In het Land van Herve is het aanbod van appels en peren zo groot dat er niet tegenop gegeten kan worden. Daarom maken de Belgen er ook stroop van. Hoe dat gebeurt,  is te zien in de ambachtelijke stroopfabriek van de familie Nyssen in Aubel. Op zaterdag is de stroopfabriek stipt om 11.00 uur te bezoeken. www.sirop.be

Dit artikel is eerder verschenen in Plus Magazine juni 2017. Nog geen abonnee van Plus Magazine? Abonnee worden doet u in een handomdraai!

 

Bron(nen):