PlusOnderzoek: in de overgang

Getty Images

Sommige vrouwen klagen steen en been over opvliegers, stemmingswisselingen en lusteloosheid, andere vrouwen zeggen nergens last van te hebben. Maar wat betekent de overgang nu echt? Voor haar gemoedstoestand, haar gezondheid, haar partner?

De overgang betekent precies wat het woord zegt: vrouwen gaan over naar een andere levensfase. Een fase waarin ze meer kans hebben op ernstige aandoeningen. En het gekke is, vrouwen weten dat vaak niet, zo blijkt uit ons onderzoek. Daarom zetten we de risico’s op een rij én vertellen we hoe je je daar het beste tegen kunt beschermen. Ook kwam uit ons onderzoek naar voren dat veel vrouwen zich écht anders voelen: vrolijker, saaier, lustelozer of somberder. En we vroegen aan de mannen of ze dat herkenden (niet dus).

Getty Images
Ellen Markus (53)
“Vier jaar geleden kwam ik in de overgang en sindsdien ben ik veel feller dan vroeger. Bij het minste of geringste val ik uit. Ik voel me niet altijd zo lekker en dan raak ik de controle gewoon een beetje kwijt. Maar soms ben ik ook ineens een beetje huilerig en volkomen futloos, heb ik nergens zin in. En ik ben iets dikker geworden, maar niet veel. Ik vind het wel belangrijk dat ik mijn figuur goed houd, dus ik let goed op met wat ik eet. Vroeger kon ik alles eten en kwam ik nergens van aan, maar dat is nu wel anders.

De opvliegers vind ik niet eens zo erg, maar dat zweten wel. Het zweet gutst nog niet langs mijn gezicht, maar in mijn oksels... vreselijk, en bij lichte kleding zie je dat zo. Ik ben altijd bang dat mensen dat ruiken.”

Max Witmus (55)
“Ze is wel snel geprikkeld ja, maar ach, daar ga ik maar niet al te veel op in. Het gaat wel weer over. Ik ben van Indische afkomst, dus ik houd me dan gewoon Oost-Indisch doof, haha!”

Deze klachten gaan voorbij

Sommige vrouwen komen vroeg in de overgang, anderen juist laat. Dat blijkt ook uit ons onderzoek, waarin we 758 vrouwen vroegen naar hun ervaringen met de overgang (en 625 mannen naar de overgang van hun vrouw). Bart Fauser, hoogleraar voortplantingskunde aan het UMC Utrecht, was bij het onderzoek betrokken. “De leeftijd waarop vrouwen voor het laatst ongesteld zijn, is gemiddeld 51”, weet Fauser. Van de vrouwen uit ons onderzoek kwam 6 procent precies op haar 51ste in de overgang, maar de groep uitschieters, de vrouwen die veel eerder of juist veel later in de menopauze komen, is natuurlijk groter. “Ik had mijn laatste menstruatie al voor m’n 48ste”, zegt 28 procent van de vrouwen uit ons onderzoek. En 15 procent werd pas na haar 54ste voor het laatst ongesteld.

Die laatste menstruatie heet de menopauze. Wanneer deze precies was, kun je pas na een jaar met zekerheid zeggen, omdat veel vrouwen aan het einde van de rit heel onregelmatig ongesteld zijn. Maar goed, de menopauze is dus een momentopname: het moment dat de laatste menstruatie plaatsvindt. De woorden menopauze en overgang worden vaak door elkaar gebruikt, maar ze betekenen echt wat anders. De overgang is de periode voor en na de menopauze, de periode waarin veel veranderingen in het lichaam optreden.

De overgang kan lang duren. Formeel duurt hij vijf tot zeven jaar, maar uit ons onderzoek blijkt dat veel vrouwen langer last houden van overgangsklachten. “Het duurt al langer dan acht jaar”, zegt 47 procent van de vrouwen die nu in de overgang zijn. En van de oudere vrouwen uit ons onderzoek die alweer uit de overgang zijn, zegt 26 procent dat de klachten langer dan 8 jaar hebben geduurd.

Een flinke tegenvaller dus? Toch niet. De meeste vrouwen zeggen dat ze geen verwachtingen hadden. Bij slechts 20 procent viel de overgang tegen, vooral omdat de klachten ­langer duurden dan ze dachten.

Niet iedereen heeft klachten. Ruim een derde van de vrouwen uit ons onderzoek heeft zelfs helemaal geen last van de overgang. Geen opvliegers, geen nachtzweten; nada, niks. Best verrassend, want dat is aanzienlijk meer dan de ‘formele cijfers’ die stellen dat slechts 20 procent van de vrouwen zorgeloos door de overgang dobbert. Bart Fauser: “Dat cijfer is zeker hoger dan ik had verwacht. De overgang is duidelijk niet voor iedere vrouw een drama.”

Twee derde van de vrouwen heeft wél last van de overgang. Vooral van opvliegers (zegt 86 procent van hen) en nachtzweten. Door de hormonale veranderingen in hun lijf is de temperatuurregeling flink van slag. Niet alleen overdag, maar ook ’s nachts. Geen wonder dat 63 procent van de vrouwen last heeft van slapeloosheid, al kan dat ook komen door het gepieker, nu ze in een levensfase beland zijn waar je niet per se vrolijk van wordt. De kinderen gaan het huis uit en je bent definitief niet meer in de bloei van je leven.

Vrouwen in de overgang hebben de naam snel geïrriteerd te zijn; toch zegt slechts 41 procent van de vrouwen uit ons onderzoek dat ze last hebben van prikkelbaarheid. Ook de seksuele beleving wordt in de over-gang vaak anders. De vagina wordt minder makkelijk vochtig en het slijmvlies in de vagina wordt dunner. Dat kan het vrijen pijnlijk maken: 28 procent van de vrouwen uit ons onderzoek heeft hier last van.

Het zijn de hormonen die het doen. Want al die klachten worden veroorzaakt door de sterk verminderde productie van oestrogeen en progesteron. Oestrogeen wordt vooral aangemaakt in de eierstokken, maar als de eitjes eenmaal op zijn en er geen eisprong meer is, stopt die productie. Progesteron maakt de baarmoeder elke maand klaar voor het verblijf van een vruchtje, maar nu dat niet meer nodig is, neemt ook de productie van dit hormoon drastisch af. De afname van deze hormonen geeft klachten. Niet alleen omdat het lichaam die hormonen nu moet missen, maar ook omdat de rol van het mannelijke hormoon testosteron relatief groter wordt. Daardoor duiken in het gezicht ineens haartjes op die vrouwen liever niet willen en verzamelt het lichaamsvet zich voortaan bij voorkeur rond de buik, net als bij mannen.

Al deze klachten zijn vaak vrij eenvoudig te verhelpen. Met medicijnen die synthetische hormonen bevatten, want die herstellen de hormonale balans. Dat kunnen pillen zijn, maar hormonen kunnen ook vaginaal ingebracht worden of via een pleister door de huid worden opgenomen. Soms gebruiken vrouwen alleen middelen met oestrogeen, soms wordt daarnaast ook nog progesteron voorgeschreven. In Nederland gebruiken relatief weinig vrouwen hormoonmiddelen, vooral omdat ze het risico op borstkanker ­kunnen vergroten. Wel of niet slikken is ­daarom steeds een individuele afweging: lees daarover meer op pagina 66).

Aan deze klachten kun je wat doen

Aan een groot deel van de overgangs-ellende komt op een dag een eind. De opvliegers verdwijnen of verminderen, het bovenmatig zweten behoort tot het verleden. De vrouwen huilen niet meer om niks en ze slapen weer lekker. En de omgeving haalt opgelucht adem: ze is er doorheen. Maar een deel van de klachten blijft bestaan omdat het tekort aan (vooral) oestrogeen blijft bestaan. Helemaal zonder zitten vrouwen ook weer niet, want in de bijnier worden nog wel androgenen (mannelijke hormonen) aangemaakt die in het lichaam worden omgezet in oestrogenen. Maar dat is, ook bij dikke vrouwen, een schijntje in vergelijking met wat vrouwen aan oestrogeen gewend waren.

Zo is de huid blijvend dunner en minder elastisch en de vaginale droogte en bijbehorende pijnklachten verdwijnen ook niet. Tegen dat laatste is wel iets te doen, bijvoorbeeld met een glijmiddel (makkelijk via internet te bestellen). Het testosteron blijft een grotere rol spelen, dus aan dat dikkere buikje moet een vrouw maar wennen. Na de menopauze krijgen vrouwen met een beetje pech ook nog last van een baarmoederverzakking of van incontinentie, waardoor ze op de meest ongelukkige momenten ineens wat urine verliezen. Allemaal heel lastig, maar daarmee houdt het niet op. Na de menopauze lopen vrouwen ook belangrijke gezondheidsrisico’s. Met dank aan die veranderde hormoonhuishouding. En maar weinig vrouwen zijn zich hiervan bewust.

41% van de vrouwen weet dit niet: Hart- en vaatziekten zijn na de menopauze doodsoorzaak nummer één. Dat komt doordat vrouwen dan een verhoogde kans hebben op hoge bloeddruk of vaatvernauwing. Hoe eerder een vrouw in de overgang komt (en hoe eerder ze als meisje ongesteld werd), hoe groter dit risico. Elke dag gaan er 57 vrouwen dood aan hart- en vaatziekten, tegen 50 mannen. Vrouwen sterven vaker aan een beroerte of hartfalen, maar áls ze een hartinfarct krijgen, gaan ze daaraan vaker dood dan mannen. Dat komt niet alleen doordat ze op dat moment vaak ouder zijn dan mannen, maar ook doordat een hartinfarct bij een vrouw niet altijd onderkend wordt. De signalen die op een infarct wijzen zijn bij haar anders dan bij de man. Lees daar meer over op: www.hartstichting.nl/vrouwen.

11% van de vrouwen weet dit niet: Ook groter is het risico op broze botten (osteoporose). Je merkt soms pas dat je het hebt als je ‘zomaar’ een bot breekt. Per jaar breken 11.000 vrouwen van 55 jaar en ouder een heup (tegen 3500 mannen) en de helft daarvan geneest nooit meer helemaal. Osteoporose kan ook veel pijn geven, bijvoorbeeld onder in de rug als de wervelkolom is ingezakt. Veel melk drinken om botontkalking te voorkomen helpt niet, zoals vrouwen soms denken.

Wat wel enigszins helpt is: veel bewegen, ­gezond eten en alcohol en nicotine vermijden. Hormoonpillen gaan ook het ontkalken van de botten tegen. Is er eenmaal sprake van broze botten, dan kan de arts medicijnen voorschrijven die de bot­afbraak afremmen en de aanmaak van ­botcellen stimuleren. Op www.osteoporosevereniging.nl staat een testje waarmee je kunt checken of je in de risicogroep zit.

98% van de vrouwen weet dit niet: Alzheimer komt twee keer vaker voor bij vrouwen dan bij mannen, en dat hangt sterk samen met de verminderde oestrogeenproductie. Vrouwen die laat in de overgang komen, hebben daardoor een minder hoog risico dan vrouwen die de oestrogenen al eerder moeten ontberen. Maar het feit dat vrouwen vaker alzheimer krijgen, heeft natuurlijk ook te maken met het feit dat vrouwen ouder worden dan mannen. In 2011 waren er 4100 nieuwe gevallen onder de mannen, tegen 8600 bij de vrouwen. Het is nog niet onomstotelijk aangetoond dat hormoonpillen alzheimer helpen voorkomen, maar aannemelijk lijkt dat wel.

72% van de vrouwen weet dit niet: Zijn hormoonpillen dan toch de oplossing? We weten dat meer bewegen, gezonder eten, niet roken en weinig alcohol helpen om deze ziekten te voorkomen. Maar is dat genoeg? Moeten we misschien tóch hormoonpillen gaan slikken, of niet? Daarover zijn de meningen sterk verdeeld...

De argumenten tegen. Het Nederlands Huisartsen Genootschap adviseert artsen liever geen hormonen voor te schrijven, maar als het dan toch zo nodig moet, dan graag in een zo laag mogelijke dosering en steeds voor niet langer dan zes maanden. Het grootste bezwaar van hormoonpillen is dat ze de kans op borstkanker iets verhogen. Nu neemt het risico op borstkanker met de leeftijd sowieso toe, met name als vrouwen láát in de overgang komen. Een vroege overgang lijkt juist te beschermen. Per 1000 vrouwen komt er na een jaar hormoonpillen slikken één extra geval van borstkanker bij. Dat is niet veel, maar je zult die ene maar zijn. En dan zijn er nog de bijwerkingen van hormoonpillen, zoals gevoelige borsten, een opgeblazen gevoel, hoofdpijn, misselijkheid en vaginaal bloedverlies.

De argumenten voor. Bart Fauser, hoogleraar voortplantingskunde, vindt dat we in Nederland te star zijn in onze afwijzing van hormoonpillen. “In het buitenland zijn ze daar veel minder huiverig voor. Ik vind het onzinnig dat vrouwen zich zouden moeten neerleggen bij de klachten en de risico’s terwijl daar met hormonen iets aan te doen is. Maar doordat we vooral gericht zijn op de eventuele negatieve effecten van hormonen en nauwelijks op de positieve, kunnen vrouwen geen goede afweging maken. Er zou met iedere vrouw gekeken moeten worden welke voordelen en eventuele nadelen er voor haar persoonlijk gelden.

Bovendien, er zijn ook nog alternatieven voor hormoonpillen, zoals de zogeheten ‘serms’. Die hebben in het ene deel van het lichaam wel een oestrogene werking, en in het andere deel niet. Wel in je botten, maar niet in je borsten bijvoorbeeld. Deze serms nemen de bezwaren tegen hormoonvervangende therapie eigenlijk helemaal weg.”

Getty Images
Heinz Sieben (69)
“Je ziet het niet aan­komen dat je vrouw in de overgang komt. We merkten het voor het eerst door de temperatuurschommelingen: dan had ze het weer koud, dan weer heet. En haar figuur hè? Ze was altijd een heel slank ­dingetje, maar dat is verleden tijd. Ik vind haar daardoor niet minder aantrekkelijk hoor, ze ziet er nog altijd verrekte goed uit! Ze slaapt slecht, maar we hebben een behoorlijk breed bed, dus of zij nu op of onder de dekens ligt, dat merk ik niet. Onze relatie is sinds de overgang niet veranderd. Je wordt wel wat genoeglijker, wat bezadigder als je ouder wordt, maar verder zijn we nog dezelfde mensen. Als iedere man evenveel geduld had als ik, kwam het bij iedereen wel goed met die overgang. O, ik geloof dat ik nu iets verkeerds heb gezegd...!”

Wilma Sieben (66)
“Heinz zegt weleens voor de grap: ‘Gaat het dan nooit over?’ Die opvliegers duren echt lang. Ik heb ze al 25 jaar, soms wel vier per dag. Maar ik voel me niet minder aantrekkelijk dan vroeger. Bij het vrijen is het wel wat droger, maar daar zijn genoeg middeltjes voor, dus dat is wel op te lossen.”

En dit vinden de mannen ervan

Een gedeelde opvlieger, een halve opvlieger? Hoe reageren mannen op de overgang van hun vrouw?

Snapt-ie ’t of snapt-ie ’t niet?
Uitslag: 12 tegen 1 “Mijn man ­reageerde best negatief, hij begreep er niks van”, zegt 12 procent van de vrouwen in ons onderzoek. De mannen zelf zien dat toch echt anders. Slechts 1 procent van hen zegt geen begrip te hebben gehad voor de overgangsklachten van hun vrouw. En aanstelsters, dát vinden mannen hun vrouw ook beslist niet. Daar zijn de mannen (0,2 procent) en vrouwen (1,2 procent) het dan weer wel over eens.

En: 25 tegen 17 Als een prinses, zo behandelde een kwart van de mannen hun vrouw in de overgang, tenminste dat zeggen ze zelf. “Ik deed er alles aan om het haar zo gemakkelijk mogelijk te maken.”
De vrouwen zijn heel wat minder positief: slechts 17 procent van de vrouwen voelde zich door haar man in de watten gelegd.

Ze is een ander mens (maar niet per se leuker)
We vroegen: voelt u zich psychisch anders na de overgang? De meeste vrouwen vinden van niet, en de mannen beamen dat. Maar bijna een kwart van de vrouwen vindt van wel (23 procent). Niet alle mannen herkennen dat, want slechts 18 procent vindt dat hun vrouw in psychisch opzicht is veranderd.

Getty Images

Minder zin in seks? Ja, zij. En hij ook.
Bij ongeveer de helft van de mensen is de seksuele relatie veranderd. De grootste verandering is dan dat vrouwen minder zin hebben om te vrijen, zegt 62% van de vrouwen en 67% van de mannen. Maar de mannen zelf hebben ook minder zin, vindt 29% van de vrouwen en 28% van de mannen.

Getty Images

Onze relatie? Z’n gangetje
Door de overgang is de relatie niet beïnvloed, vinden de meeste vrouwen (80 procent) en mannen (72 procent). Bij een klein deel is de band minder hecht geworden, namelijk bij 12 procent van de vrouwen en 15 procent van de mannen. ‘Wij zijn juist sterker uit de strijd gekomen’, zegt gelukkig ook nog 12 procent van de mannen en 7 procent van de vrouwen.

Meer lezen over de overgang? PlusOnline heeft er een hele special aan gewijd: ‘Overgang of menopauze’. Kijk op: www.plusonline.nl/overgang

Auteur 
  • Tekst: Yolan Witterholt & Susanne de Joode (onderzoek) | Foto's: Bart Brussee
Bron 
  • Plus Magazine