Zo maak je zelf appelroosjestaart

Het is altijd leuk om iets verrassends te bakken. Maak bijvoorbeeld eens deze lieflijke appelroosjestaart en tover een glimlach op het gezicht van iedereen die de taart proeft.

Ingrediënten

  • 5 à 6 appels, bijv. Elstar
  • ½ citroen, uitgeperst
  • 2 rollen koelvers bladerdeeg
  • 50 g suiker gemengd met 2 tl kaneel
  • 1 klontje boter

Bereidingswijze

  1. Was de appels en snijd ze in kwarten. Verwijder de klokhuizen en snijd de kwarten in zo dun mogelijke plakjes. Een mandoline of schaaf werkt hier goed voor, maar met een mesje en wat geduld lukt het ook.
  2. Leg de appelplakjes in een kom samen met het citroensap en een flinke laag water. Hussel alles even om.
  3. Zet de kom in de magnetron en 'kook' de plakjes tot ze niet helemaal gaar zijn, maar wel wat slapper zijn geworden. Je gaat ze straks omvouwen en ze moeten niet meer knappen als je ze vouwt. Bij mijn magnetron was vier keer één minuut voldoende (controleer na elke minuut of de plakjes nog langer moeten), maar oordeel liever zelf. Als je geen magnetron hebt, kunnen de appelplakjes ook even in een pannetje kort aan de kook gebracht worden.
  4. Giet de plakjes af en dep ze droog met een schone theedoek.
  5. Haal het bladerdeeg vijf minuten van tevoren uit de koelkast. Vet een quiche- of springvorm goed in met het klontje boter.
  6. Rol het bladerdeeg uit en snijd er repen van met een hoogte van 3 centimeter. Een pizzaroller is hier handig voor.
  7. Leg de appelplakjes deels overlappend op de repen bladerdeeg en bestrooi ze met wat kaneelsuiker (zie detailfoto).
  8. Rol de repen losjes op en zet ze rechtop in de quichevorm. Rol de roosjes niet te strak op, anders wordt het bladerdeeg niet gaar. Maak eerst de buitenste rand van de taart en werk zo naar binnen toe.
  9. Zet de taart in een op 175 graden voorverwarmde oven en bak haar in 45-50 minuten goudbruin en gaar. Als de taart tegen het eind van de bereidingstijd te donker wordt, bedek haar dan met een laag aluminiumfolie.