Cultuurstad Santiago

In Santiago is veel meer te zien dan alleen de kathedraal. Wie (bijna) alles wil bewonderen, doet er goed aan een paar dagen langer te blijven.

Een verkenningstocht door de Galicische hoofdstad loopt door nauwe steegjes en over pleinen met een bebouwing die ten dele nog uit de Middeleeuwen stamt en vaak is opgetrokken uit graniet. Aan de achterkant van de kathedraal ligt het Praza da Quintana, ooit een kerkhof. Hier bevindt zich de Torre de del Reloj, de klokkentoren, die ook de Torre de la Trinidad (poort der drie-eenheid) genoemd wordt. Hij werd tegen het eind van de 14de eeuw gebouwd en is in de 17de eeuw in barokke stijl verbouwd. De toren is beroemd om zijn bijzondere klok, La Berenguela.

Een stad vol bezienswaardigheden

Ten zuiden van de kathedraal ligt een netwerk van steegjes en stegen, zoals de Rúa do Franco, genoemd naar de Franken, die zich hier ooit als handelaren en werklui verhuurden, en de  Rúa do Vilar. In de dwarsstraten onder de arcadebogen wisselen de gezellige eethuisjes en de souvenirwinkels elkaar af.
Eén van de straatjes, de Entreterrúas, is zo smal dat je er met een open paraplu niet doorheen kunt lopen. Er zijn nauwelijks bomen maar die paar die er staan sieren de schitterendste adellijke huizen.

[[image file="2012-01/kunstgebouw-bewerkt.jpg" align="right" ]]Verder oostelijk bevinden zich de universiteit en de oude markthallen. Hier verkopen boeren uit de omgeving in de ochtend Galicische specialiteiten. Kunstliefhebbers mogen het Museo do Pobo Galego (museum van het Galicische volk) en het Centro Galego de Arte Contemporánea (CGAC; Galicisch Centrum voor Contemporaine Kunst) beslist niet missen. Het CGAC is een indrukwekkend gebouw, dat samen met het klooster Santo Domingo de Bonaval en het gelijknamige park een harmonieus geheel vormt. In het CGAC bevinden zich eigentijdse Galici sche kunst en diverse tijdelijke tentoonstellingen over de belangrijkste trends in de kunstwereld.

Niet ver hiervandaan ligt het kleine pelgrimsmuseum van de stad aan de Praza de San Miguel, het Museo das Peregrinacións. Het gotische pand geeft een goed overzicht van de geschiedenis van de bedevaart naar Santiago, ondermeer met beelden die de heilige Jacobus als pelgrim voorstellen.

Kloosters en ander religieus erfgoed

[[image file="2012-01/gebouw-bewerkt.jpg" align="left" ]]Met een oppervlak van meer dan 20.000 vierkante meter is het klooster San Martín Pinario na de kathedraal het grootste bouwwerk van Santiago. De naar het zuiden gerichte hoofdfaçade is ongeveer honderd meter lang en ligt aan het Praza da Inmaculada (ook: Praza da Azabachería) tegenover het noordportaal van de kathedraal. Het centrale element in de hoofdfaçade is het door vier Toscaanse zuilen omgeven portaal met een bordes.

Het Convento de San Francisco, dat zich net als het klooster San Martín Pinario aan het Praza da Inmaculada bevindt, zou door de heilige Franciscus zijn gesticht. Volgens de legende kreeg Franciscus tijdens een pelgrimstocht naar Santiago in de jaren 1213 tot 1215 een goddelijke openbaring en kocht hij land van de monniken van het klooster San Martín Pinario voor de symbolische prijs van een mand vol vis. Op dat land bouwde hij een klooster van het geld dat in een put gevonden was door de kolenhandelaar Cotolay, de man die Franciscus onderdak verleende. Het enige wat resteert van het gotische klooster zijn de bogen en een deel van de kapittelzaal. Het huidige gebouw, inmiddels een hotel, stamt uit de 17de en 18de eeuw. In 1930 werd het beeld van de heilige Franciscus voor de kloosterkerk geplaatst. In dat jaar werd in het klooster ook het Museum van het heilige land gevestigd.

Waar ten westen van de kathedraal vroeger de middeleeuwse stadsmuur en de stadsgevangenis het plein begrensden, liet aartsbisschop Bartolomé de Raioy y Losada in de 18de eeuw het Palacio de Rajoy bouwen. Dit neoclacissistische gebouw was voor meerdere functies bedoeld. Het diende als seminarie voor priesters die in de kathedraal de biecht afnamen, maar bood ook een onderkomen aan de zangers en musici van het koor en werd deels gebruikt als raadhuis. In de driehoekige topgevel bevindt zich een voorstelling van de slag om Clavijo.

Een kunsthistorisch openluchtpark

Een andere bezienswaardigheid in Santiago de Compostela is de Casa do Calbido, het huis van het domkapittel. Dit heeft een prachtige barokfaçade. Het pand is in 1758 gebouwd en diende als afsluiting en verfraaiing van het Praza das Platerías. Aan de prachtige façade is niet te zien dat er maar weinig achter schuil gaat.

De Arco de Mazarelos, de Mazarelosboog, is de enige bewaard gebleven poort uit de middeleeuwse stadsmuur. Tegenover de Mazarelosboog ligt het klooster Madres Mercedarias Descalzas, een barok gebouw uit het eind van de 17de eeuw. Het klooster was ooit van de Zusters van Barmhartigheid. De kerk heeft een schitterende koepel.

Tijdens deze rondwandeling wordt al snel duidelijk dat Santiago een kunsthistorisch openluchtmuseum is van ongekende klasse. De stad is daarnaast rijk aan parken en groen, zoals het centraal gelegen Parque de la Alameda, niet ver van de oude binnenstad. Dit park is aangelegd in de 19de eeuw en biedt ook tegenwoordig nog een goed uitkijkpunt over de oude stadskern.

Naast deze bezienswaardigheden trekt de Galicische metropool ook veel toeristen door de vele culturele evenementen. Eén daarvan is het tiendaagse ‘Feria de Ganado een folkloristisch festival dat elk jaar in mei wordt gehouden. De Feria biedt niet alleen folklore maar is ook een culinair festival een prima binnenkomer voor wie de Galicische keuken wil leren kennen.

Augustus en september staan in het teken van klassieke muziek en overal in de stad vinden concerten plaats. Het centrum van het culturele leven is het Teatro Principal, dat in de Rúa Nova onder de arcaden ligt. Overigens zijn hier het hele jaar veel voorstellingen.

Zoals gezegd heeft Santiago de Compostela ook op culinair gebied heel wat te bieden. In de oude binnenstad en de nieuwe stadswijken bevinden zich een paar van de beste restaurants van heel Galicië. Eén van de  specialiteiten is, hoe kan het ook anders, de vieira, de jakobsmossel. Ook de pulpo á la gallega, gegrilde inktvis, is een bijzondere lekkernij. De empanada gallega, een soort deegtasje met verschillende vullingen, is ook een regionale specialiteit. Hét dessert van deze streek is de tarta compostelana, een overheerlijke amandeltaart. Een uitstekende wijn die bij het diner wordt geschonken is de ribeiro, een vrij lichte rode of witte wijn. Andere bekende streekwijnen zijn de fefiñanes, betanzos, rosal, valdeorras, ulla en amandi. Wie dus de hele weg naar Santiago de Compostela is komen lopen moet beslist even blijven om de stad beter te leren kennen!

Praktische tips

  • Bij het Oficina de Turismo aan de Rúa do Vilar 43, tel. (0034) 981 -58 40 81, www.santiagotourismo.com is allerhande informatie over de stad verkrijgbaar
  • Wie zichzelf wil belonen na alle ontberingen kan het beste koers zetten richting Toñi Vicente, Rúa Rosalía di Castro 24, tel. (0034) 981 – 59 41 00. De gelauwerde kokkin uit een Galicische koksfamilie serveert gemarineerde zeebaars, jakobsmosselen op courgette, zalm met spinaziecrème en overheerlijke huisgemaakte amandeldeegrolletjes. De prijzen beginnen bij € 50. Op zondag en in de eerste helft van augustus gesloten.
  • Een tarta de Santiago, Santiagocake met het Jakobskruis van poedersuiker, is te koop bij bakkerij Ébano in de Rúa do Vilar 77 en in cafés en winkels langs de route.
  • Sargadelos aan de Rúa Nova 66 verkoopt kleurige keramiek uit het noorden van Galicië.
Trefwoorden:

Reactie toevoegen