De kathedraal

De kathedraal van de heilige Jacobus staat aan het fraaie Praza do Obradoiro, het plein waar alle wegen naar deze stad samenkomen.

Na de wonderlijke wederontdekking van het graf van de apostel in de 9de eeuw gaf de Asturische koning Alfons II de Kuise opdracht tot de bouw van een kerk uit leem en steen. Monniken van een klooster op het voorplein waren belast met de rituelen rond de heilige Jacobus. Aan het einde van de 9de eeuw werd het graf van de apostel in een nieuwe Jacobus kerk ondergebracht en langzaam groeide er een stad om kerk en klooster heen.

Een kunstwerk uit vele eeuwen

Na de verwoesting en plundering van Santiago door de Moorse veldheer Almanzor in 997 moest de kerk opnieuw worden opgebouwd. Aanvankelijk werd de ruïne heel summier weer hersteld. Pas in 1075 werd met de bouw van de grote romaanse basilica, de kern van de huidige kathedraal, begonnen. De groeiende stroom pelgrims maakte de bouw van een grotere kerk noodzakelijk. Meester Esteban bouwde de nieuwe kerk over de resten van de oude Jakobskerk heen. De nieuwe kerk met drie schepen en in de vorm van een Latijns kruis besloeg een oppervlak van ongeveer 8.300 m2. Nadat Diego Peláez in 1088 zijn taken als bisschop neerlegde, stopte de bouw, die pas werd voortgezet onder auspiciën van de nieuwe en energieke bisschop Diego Gelmírez (1096-1140). Gelmírez was geen zachtzinnig bouwmeester. Hij heeft vermoedelijk piraten en andere veroordeelden als dwangarbeiders ingezet en iedere pelgrim moest een steen meenemen naar de bouwplaats voor de nieuwe kathedraal. In 1128 waren het koor en het langschip gereed. De bouw van de westgevel stagneerde omdat men het terrein moest egaliseren. Daarom heeft Gelmírez de voltooiing van ‘zijn’ kathedraal, die in 1168 begon en twintig jaar duurde, niet meer meegemaakt.

Een façade als goudsmeedwerk

In de huidige kathedraal zijn nog delen van de 12de-eeuwse kathedraal terug te vinden. Talrijke toevoegingen en uitbreidingen hebben de huidige kathedraal met vele architectuurstijlen verrijkt. De eerste indruk van de kathedraal is absoluut barok; het ‘plein van het goudwerk’, de Praza do Obradoiro, dankt zijn naam ongetwijfeld aan het fijnzinnige beeldhouwwerk van de voorgevel. De bewerkte façade roept de associatie op met het werk van een goudsmid, een effect dat nog sterker is bij zonsondergang, als het gesteente goud oplicht in de avondgloed. De barokke invloed begon in 1660 met de bouw van de zuidtoren (‘Torre de las Campanas’) die in 1670 af was. Tien jaar later was ook de 14de-eeuwse klokkentoren veranderd in een barok exemplaar. Toen volgde een bouwpauze die ruim zestig jaar duurde. De noordtoren (‘Torre de la Carraca’) ontstond na 1738 als pendant van de zuidtoren en uit die periode stamt ook de voorgevel met het grote beeld van de heilige Jacobus. De kathedraal kreeg toen haar huidige, barokke uiterlijk.

Opzet en de indeling van de kathedraal zijn typisch voor pelgrimskerken: er is een grote ruimte die enorme mensenmassa’s een plek moet bieden, bij voorkeur met voor alle pelgrims rechtstreeks zicht op het altaar. Om de stromen pelgrims te kunnen sturen gaat het zijschip direct over in de kooromgang. Vergelijkbare indelingen zijn aan te treffen bij tal van hoofdkerken langs de route.

De stoffelijke overschotten van de apostel en zijn leerlingen Athanasius en Theodorus die hem naar Spanje zouden hebben begeleid, bevinden zich in de crypte van de kathedraal, die eigenlijk een benedenkerk is en eveneens in de 12de eeuw gebouwd is.

Achter het hoofdaltaar staat de Jacobusbuste. Hier staan de gelovigen in de rij, want volgens de traditie moet men het beeld van achter omarmen en de heilige daarbij de persoonlijke boodschap of wens in het oor fluisteren.

Aan de oostelijke Praza da Quintana is er nog een ingang, de Puerta Santa, de ‘heilige poort’. Boven de ingang wijzen sculpturen van een als pelgrim afgebeelde Jacobus en zijn leerlingen Athanasius en Theodorus de weg.  De heilige poort is meestal gesloten en wordt alleen in het Heilige Jaar geopend.

De Puerta de las Platerías (‘poort van de zilversmid’) is een kunstwerk dat gemakkelijk wordt overgeslagen. Het is de enige plaats waar nog originele muurstukken in romaanse stijl te zien zijn. De rijke iconografische versiering van de poort gaf aan de platereskenstijl van de Spaanse kunstgeschiedenis zijn naam.

Uitkijken over de daken van Santiago

Wie tot slot nog energie heeft, zou ook het kerkdak moeten beklimmen. Dat biedt een magnifiek uitzicht over het Praza do Obradoiro, de daken van de stad en de vele kerktorens.

Trefwoorden:

Reactie toevoegen