Ferry Mingelen op pelgrimstocht

Geen stress

De drukke pelgrimsroute naar Santiago de Compostela had Ferry Mingelen al eens gedaan. Nu wilde hij de Camino del Salvador bewandelen, een rustige route zonder overvolle herbergen. Het werd een tocht vol verrassingen.

Er ligt een snurker op de slaapzaal. Ik hoor hem dwars door mijn oordoppen heen! Overdag een vriendelijke wetenschapper uit Barcelona, ’s nachts een kwelduivel die mij uren uit de slaap houdt. Een soort Jekyll & Hyde, slaaptechnisch gezien. Dat mij dat nu juist moet overkomen, op deze pelgrimstocht, die ik speciaal voor de rust en stilte heb uitgekozen!

In 2009 liep ik al in negen weken vanuit Midden-Frankrijk de Camino Francés, de grote pelgrimsroute naar Santiago de Compostela. Een mooie ervaring, maar één ding viel me destijds tegen: er liepen zoveel pelgrims mee en de herbergen waren soms overvol. Wie daar een slaapplek wilde bemachtigen, moest voor dag en dauw opstaan en flink doorlopen. Deze keer heb ik maar een week en ik wil geen stress. Ik kies de Camino del Salvador, die zo’n 120 kilometer lang is en door de bergen van León naar Oviedo in het noordwesten van Spanje loopt. Hij wordt weinig gelopen, maar er zijn wel herbergen onderweg waar ik kan eten. En slapen, als het goed is….

De route dateert uit de vroege middeleeuwen, toen Spanje voor een groot deel door de Moren was bezet. Alleen in het ontoegankelijke bergachtige noorden hielden de christenen stand. Zij verhuisden hun kerkschatten vanuit de belegerde hoofdstad Toledo naar Oviedo. Die worden daar nog steeds bewaard in de San Salvador-kathedraal. Belangrijkste relikwie is een met bloed bevlekte doek, die het hoofd van de gekruisigde Jezus zou hebben bedekt. Pelgrims naar Santiago trokken in die tijd vaak via Oviedo om het doek te aanbidden.

Maar de route raakte in onbruik. De Franse kloosterordes boden op de Camino Francés betere beveiliging en onderdak. Bovendien was er twijfel over de echtheid van het doek in Oviedo. En zo loopt er jaarlijks een kwart miljoen pelgrims over de hoofdroutes naar Santiago, maar blijft het aantal op de Camino del Salvador onbekend klein.

Peregrino Holanda!

Op een vroege zondagochtend verlaat ik de indrukwekkende kathedraal van León. Ik heb daar mijn pelgrims­paspoort opgehaald, wat me toegang tot de herbergen verleent. Bij het zestiende-eeuwse voormalige San Marcos-klooster aan de rand van de stad zie ik collega-pelgrims linksom de Rio Bernesga oversteken naar de Camino Francés en ik ga rechtsom richting Oviedo, als enige. Dat was precies de bedoeling! Op weg naar La Robla, een stadje 26 kilometer verderop. Een breed stijgend zandpad voert door de glooiende heuvels. Steeneikjes, brem, heide, en populieren beneden in het dal langs de rivier. De zon schijnt, een roofvogel klapwiekt hoog in de lucht en er is geen mens te zien. Ik picknick zielstevreden met brood, tomaat en geitenkaas. Het is zo heerlijk stil dat ik indut.

Veel later dan de bedoeling was bereik ik het dorpje Cabanillas. Oei, van hieruit is het nog eens drie uur naar La Robla! Ik blijf lekker hier, doe het rustig aan de eerste dag. De herberg in het dorp blijkt gesloten. Ik bel de beheerder. Zij spreekt alleen Spaans, ik kan alleen ‘peregrino Holanda’ zeggen, Hollandse pelgrim. Uit haar stortvloed van woorden begrijp ik dat ze de sleutel komt brengen.

Na twee uur tevergeefs wachten, blijkt dat ik het verkeerd heb begrepen. Twee oudere dames uit de straat ontfermen zich over mij. De een brengt me een sinaasappel, de ander is druk aan het bellen met de beheerder. Die komt pas ’s avonds. De dames besluiten mij in hun nóg oudere, rammelende autootje naar La Robla te brengen.

Spaanse schonen

Omdat ik de hele dag alleen wandelde, ben ik verrast als ik in de herberg andere pelgrims ontmoet. Het zijn vier vriendinnen uit Sevilla: Ana, Gisella, Maria en Marie-Jose, met wie ik de slaapzaal deel. Een moslim mag zich naar verluidt verheugen op 72 maagden in het paradijs, maar voor een eenvoudige pelgrim is de nacht doorbrengen met vier onbekende Spaanse schonen toch ook niet mis. Op een slaapzaal in een herberg is dat heel normaal. Ieder wurmt zich in en uit zijn kleren bij zijn eigen stapelbed, en als er bloot te zien is, kijk je decent een andere kant op. Zo hoort het tenminste.

Later arriveert nog een stel uit Barcelona, onder wie die verschrikkelijke snurker. Ik raak hem helaas niet meer kwijt, want de Camino lopen is als een soort roltrap in het landschap. Je komt wel verder, maar het gezelschap verandert niet. ’s Ochtends wens je ze een ‘buen camino’ toe, en ’s avonds zie je ze weer in de volgende herberg.

Mooi is het niet rond het industriestadje La Robla, maar het vertrek is net een tijdreisje. Eerst loop ik langs een Romeins aquaduct, dan langs een middeleeuwse boogbrug en vervolgens langs een kluizenaarskerkje langs een spoorlijn. De route gaat langzaam maar zeker richting bergen: de Cordillera Cantábrica met pieken tot zo’n 2600 meter, op sommige zie ik nog sneeuw.

Haast paradijselijk

In de herberg wordt niet gekookt. Er staat alleen een automaat voor koffie, frisdrank en chocola. Daar ontbijt ik mee. Avondeten kunnen we afhalen in het restaurantje in het dorp. Hongerig en moe delen we grote pannen pasta, sla en lamskoteletten (of is het schaap?). En colaflessen vol Spaanse rode wijn. Daar krijg ik hier nooit hoofdpijn van.

De volgende etappe naar Payares is het hoogtepunt, letterlijk en figuurlijk. Het is maar 15 kilometer lopen, maar wel over ruw bergterrein, onbeschermd en riskant als het weer onzeker is. Maar de zon schijnt en er is geen wolkje aan de lucht. In een brede vallei, omgeven door de hoge rotsen, baan ik me een pad over bergweides met kniehoog gras en duizenden bloemen. Zo ongelooflijk mooi is het, haast paradijselijk. Even rusten in het gras is minder ideaal. Binnen de kortste tijd zoemen tientallen steekvliegen om me heen en vlucht ik haastig uit dit paradijs.

Via een steile klim over grillige rotsformaties bereik ik het hoogste punt op 1462 meter met het Cruz de San Salvador als symbool van deze camino. Opnieuw een verrassing. De vier vriendinnen hebben op me gewacht, voor de foto. Het uitzicht is prachtig. De foto hoop ik ook. Via de Payares-bergpas daal ik urenlang via weides en bossen af naar het dorp. Onderweg passeer ik een kudde vreedzaam grazende koeien langs het pad.

De laatste etappes naar Oviedo zijn minder spectaculair, maar het blijft voor het grootste deel een mooie route langs kleine verstilde dorpen, door tunnels van groen, manshoge varens, afgewisseld met uitzicht op de spoorlijn diep in het dal beneden. En het blijft rustig in de herbergen, met weinig maar wel leuke pelgrims. Jammer dat het voorbij is. Alleen die snurker mis ik niet.

Praktische info

De Camino del Salvador wordt veel minder belopen dan de beroemde Camino Francés en daardoor zijn er minder herbergen. Op www.pelgrimsgidsen.nl is een gidsje te bestellen. Pelgrims vliegen naar León met vliegmaatschappij Iberia of Vueling, en terug vanaf de luchthaven Asturias bij Oviedo met Iberia of TAP Portugal. Meer informatie over Spanje: www.spain.info/nl

Dit artikel is eerder verschenen in Plus Magazine november 2017. Nog geen abonnee van Plus Magazine? Abonnee worden doet u in een handomdraai!

Bron(nen):