BV helpt niet altijd

De afgelopen jaren zijn veel ondernemingen failliet gegaan. Het is dus niet vreemd dat veel zichzelf en hun gezin daartegen proberen te beschermen en voor een BV kiezen. Maar dat is niet altijd een goed idee.

Als u een onderneming heeft, is het goed om na te denken over de rechtsvorm van die onderneming. U kunt er voor kiezen om als eenmanszaak te handelen. Het voordeel van de eenmanszaak is dat u geen oprichtingskosten heeft en ook niet bent gebonden aan veel – vaak tijdrovende en kostenverhogende – wettelijke regels. En als een startende ondernemer bent, krijgt u bovendien een fiscaal cadeautje van de belastingdienst: de starterfaciliteiten.

Op grond van die faciliteit kunt u in aanmerking komen voor fikse belastingbesparing. Uiteraard zijn er ook nadelen aan de eenmanszaak verbonden. Stel bijvoorbeeld dat u uw afspraken niet of niet goed nakomt. Een schuldeiser (of opdrachtgever) kan u dan aansprakelijk stellen voor de schade die hij lijdt. Met goedvinden van de rechter kan hij beslagleggen op uw zakelijke én privébezittingen en die vervolgens via een deurwaarder verkopen. Als u in gemeenschap van goederen bent getrouwd of ‘verkeerde’ huwelijksvoorwaarden heeft, lopen de bezittingen van uw echtgenoot ook gevaar.

Wie zijn gezin wil beschermen tegen zakelijke schuldeisers (opdrachtgevers) doet er daarom verstandig aan te ondernemen via een rechtspersoon. Vaak wordt voor de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (‘de BV’) gekozen. Met een BV maakt u een splitsing tussen uw privé vermogen en de onderneming. De onderneming is van de BV en u bent op uw beurt weer aandeelhouder en/of bestuurder van de BV. De BV maakt afspraken met anderen en gaat verplichtingen aan. Als de BV die afspraken niet nakomt, is de BV in de eerste plaats aansprakelijk en kan een schuldeiser zich verhalen op het vermogen van de BV. Uw vermogen loopt dus geen gevaar, tenminste zo wordt vaak beweerd. Er zijn echter uitzonderingen. En als die uitzondering aan de orde is, bent u alsnog de klos.

De meest bekende uitzondering is de bestuurdersaansprakelijkheid die in faillissementssituaties veel aandacht krijgt. Een minder bekende uitzondering is de onrechtmatige daad.
Op 1 juni jongstleden oordeelde de rechtbank te Utrecht over zo’n onrechtmatige daad kwestie. Wat was er aan de hand? De bestuurder van een BV sloot met de benzinemaatschappij BP een overeenkomst op grond waarvan de BV tankpassen kreeg. Korte tijd nadat de overeenkomst tot stand was gekomen, trad de  bestuurder af. Hierna werd er in drie dagen voor ruim € 37.000,- getankt. U raad het al, toen het op betalen aankwam, gaf de BV niet thuis en omdat de BV niet voldoende vermogen had, bleef BP met tekort zitten. BP liet het er echter niet bij zitten en stapte naar de rechter. BP wilde dat de (afgetreden) directeur de schade zou vergoeden. De rechter gaf BP gelijk omdat de (voormalige) bestuurder valse gegevens aan BP had verstrekt, terwijl hij wist (of behoorde te weten) dat  de BV niet, of niet binnen een redelijke termijn, aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen.

Bovendien wist de voormalige bestuurder dat de BV nagenoeg geen bezittingen had. De rechter kwam tot de conclusie dat de voormalige bestuurder een onrechtmatige daad jegens BP had gepleegd  en veroordeelde hem de schade van BP (inclusief de proceskosten) te vergoeden.

Bron(nen):
  • geldenrecht.nl