De Neckar: 370 kilometer puur fietsplezier

Wie op de fiets de meest romantische rivier van Duitsland verkent, reigt het ene na het andere prachtige dorpje aan zijn fietsketting. Met Tübingen als de onbetwist mooiste.

Op een zonovergoten terras in het middeleeuwse Villingen, met zicht op een van de stadspoorten, bekijk ik de kaart van de Neckar. Ik zie hoe de rivier, die door dichters en schilders de ‘meest romantische rivier’ van het land genoemd wordt, vanaf zijn wieg in het Zwarte Woud noordwaarts slingert, richting de Rijn in Mannheim. Ik weet dat het fietspad langs de Neckar – de Neckartal Radweg, 370 kilometer lang – grotendeels vlak is en dat ik mijn etappes zo kort of lang kan maken als ik wil. De afstanden tussen de nederzettingen zijn nooit lang en de hotelletjes, kroegen en Biergärten talrijk. Ik heb er zin in.

Een foto van een foto van de bron

Het regent als ik Villingen verlaat. De verleiding om in dit mooie stadje te blijven, is groot, maar ik woon in Friesland en ben wat gewend dus... de regenjas aan en fietsen maar. Mijn volharding wordt spoedig beloond. Nog voordat ik Schwenningen bereik, lacht de zon me toe en droogt me. Hier moet de bron van de rivier zijn, in het park Schwenninger Moos. Maar helaas. Er wordt een nieuw park aangelegd, voor de Bundesgartenschau in 2010; ik mag slechts een foto van een foto van de bron maken.

Ik laat Schwenningen, dat van een agrarisch dorp in de loop der tijden promoveerde tot dé klokken- en horlogewerkplaats van het Zwarte Woud, achter me. Volg het fietspad, maar ben na dertig kilometer al moe. Ik besluit in Rottweil te blijven. Het oudste stadje van Baden-Württemberg heeft zijn middeleeuwse karakter bewaard. Aan weerszijden van nauwe stegen staan dicht tegen elkaar schurende huizen, met kleurrijke façades en rijk met ornamenten versierde erkers (soms drie verdiepingen hoog!), met torens, fonteinen en bruggen. Prachtig!

Maar bekend is het stadje toch vooral door de Rottweiler Fasnet in januari. Een heel bijzondere vorm van carnaval, zo anders qua sfeer dan wat we kennen uit Keulen, Rio of ons Limburg. De Rottweiler Narren (gekken) trekken tijdens de feestdagen ‘deftig’ door de stad, gestoken in van generatie-op-generatie doorgegeven kostuums, de gezichten verborgen achter gestileerde symbolische maskers.

Stad om te 'bummeln'

Het fietspad volgt de hier nog steeds smalle Neckar, door bos dat tot op de oever reikt. Pas bij Horb wordt de rivier breder en steek ik met een pontje over. Kom dan door Rottenburg en bereik in de namiddag Tübingen. Is er een mooiere stad dan Tübingen? Steile straten, stegen, trappen, vakwerkhuizen en spitse gevels bepalen het silhouet van de Altstadt, die zich vleit op een heuvel boven de Neckar. In deze universiteitsstad – één op de vijf inwoners is student – is een mooie symbiose tot stand gekomen tussen de middeleeuwse flair en de bruisende bedrijvigheid van nu. Het is een echte stad om te bummeln (flaneren, struinen). Vanwege het continue op-en-neer wandelen komen al die Weinstuben en studentenkroegen, eethuisjes en terrassen goed van pas. Mijn lievelingsplek wordt al gauw een Biergarten langs de Neckar, met lange tafels en banken onder schaduwrijke bomen. En terwijl het bier en de onvermijdelijke Bratwurst smaken, kijk ik neer op de met palen voortgedreven plezierbootjes op de rivier.

Kon ik hier maar blijven. Met tegenzin stap ik de volgende ochtend op de fiets, maar met de zon op m’n kop begin ik al gauw te fluiten van plezier. Ik passeer Nürtingen en Plochingen. Vanaf dan had ik beter de trein kunnen nemen, want lang voor Stuttgart beginnen de industriële complexen. Dankzij de kanalisatie van de Neckar heeft zich hier een industriecentrum ontwikkeld dat in West-Duitsland alleen wordt overtroffen door het Ruhrgebied. Gelukkig voeren de laatste kilometers dwars door de Schlossgarten, het zich tot het centrum uitstrekkende stadspark.

Stuttgart. Groene metropool tussen bos en wijn – de wijnvelden reiken op sommige plekken tot aan de stadsrand. Elegant cultureel en inkoopcentrum. En voor liefhebbers van architectuur een eldorado:
renaissance, barok, rococo, classicisme, jugendstil, en de 270 meter hoge tv-toren uit 1956, die als voorbeeld diende voor alle tv-torens in de wereld. Met in het hart van de stad het Alte Schloss.

Heel bijzonder, zelfs voor iemand als ik die weinig geeft om auto’s, is het imposante Mercedes Benz Museum, waarin over zeven spiraalvormig aflopende etages de geschiedenis van de automobiel wordt verteld. Te beginnen met de sensationele uitvinding van Gottlieb Daimler en Karl Benz en eindigend met futuristische constructies.

 

Varkens met een bril

De volgende ochtend is het bloedheet. Ik besluit de trein naar het juweeltje Marbach te nemen (de geboorteplaats van de klassieke dichter Friedrich Schiller) en vandaar verder te fietsen langs de Neckar. De rivier is inmiddels omzoomd door wijnvelden. Ik fiets door Besigheim en Heilbron en doe ze tekort door niet af te stappen. Zo bereik ik in de loop van de middag Bad Wimpfen, weer zo’n middeleeuws stadje op een hoge heuvel boven de Neckar, met vakwerkhuizen, nauwe stegen, klinkerstraten en fonteintjes.

Ik kende het stadje al, en weet onmiddellijk de weg te vinden naar een van de leukste musea die ik de laatste jaren bezocht, het Schweinemuseum. Een vakwerkhuis volgepropt met duizenden varkens, uit porselein en pluche, aardewerk en leer, uit stof en lego. In alle kleuren van de regenboog. Varkens die lachen en varkens die huilen, varkens met een traan en varkens met een bril. Varkens op mokken en T-shirts, op posters en kalenders, op affiches en foto’s. En alles draait om de thema’s geld en geluk. ‘Schwein gehabt’ is Duits voor geluk hebben, mazzel hebben, ja... ‘zwijnen’! En de combinatie met geld vind je terug in ontelbare spaarvarkens.

Ideale schoonheid

De laatste dag. De wijnvelden aan weerszijden van de Neckar hebben plaatsgemaakt voor de bossen van het Odenwald. Dichtbegroeid zijn de heuvels, het fietspad – dan weer rechts, dan weer links – is vaak tunnelachtig beschaduwd. Ik passeer de historische plaatsen Eberbach en Hirschhorn (‘die Perle des Neckartals) en neem in het door vier kastelen beheerste Neckarsteinach de boot.

“Ich hab mein Herz in Heidelberg verloren...” Iedere (oudere) Duitser kent dit liedje, en iedere (oudere) Duitser (en alle Japanners, Amerikanen en sinds kort Chinezen) zien Heidelberg als het summum van Duitse romantiek. Volgens Goethe had de stad “etwas ideales...” En Mark Twain, de grote reiziger van de Mississippi, noemde Heidelberg “de ultieme mogelijkheid van schoonheid”.

Ja, wat moet je daar nog aan toevoegen? Vanaf de Philosofenweg, op de hoge rechteroever van de Neckar, ontvouwt zich deze ‘ideale schoonheid’ in al zijn magnifieke pracht: de rivier, de oude stenen brug, de barokke huizen van de Altstadt, de groene heuvels, en de ruïne van het keurvorstelijke kasteel. Kasteel en tuin waren tot de verwoesting door de Fransen eind 17de eeuw de mooiste in hun soort in heel Duitsland.
’s Avonds, met nog steeds drommen toeristen in de verlichte straten, vier ik mijn afscheid van de Neckar en de oudste universiteitsstad van Duitsland in de studentenkroeg Schnookeloch (muggengat) in de Haspelgasse. De spieren doen zeer, maar als ik, met een glas wijn aan de lippen, de voorbije dagen van puur fietsgenot de revue laat passeren, wil ik Goethe en Mark Twain graag gelijk geven.

Zelf een fietsreis langs te Neckar maken?

Lees meer over de special Neckar-fietsreis van Plus Magazine en Fital Vakanties!

Praktische informatie

De 370 kilometer lange Neckartal Radweg behoort tot de mooiste en populairste fietsroutes van Duitsland. Meestal voert het fietspad pal langs de rivier, slechts heel af en toe over een weg met autoverkeer. Het is overwegend vlak en verhard.

Hoe kom je er?
Villingen, het uitgangspunt van de fietsroute, is per trein bereikbaar. Let wel: alleen de Regionalzüge nemen fietsen mee – zolang er plaats is. Voor andere treinen gelden reserveringen. Informeer bij de Bundesbahn ook naar speciale weekend- en/of familietarieven.
Voor wie moe wordt: langs de rivier loopt het spoor.

Accommodatie
Aan weerszijden van de rivier zijn prachtige dorpen en steden met talloze overnachtingsmogelijkheden. Veel hotels geven met een bordje ‘Bed & Bike’ aan dat fietsers welkom zijn. De plaatselijke VVV’s hebben adressen en bemiddelen. Eenvoudige overnachtingen (met ontbijt) zijn er al tussen de €30 en €40.

Routekaart
‘Neckar-Radweg’ (1:50.000) van Bikeline is in de meeste boekwinkels verkrijgbaar (€12,40).

Georganiseerd
De Nederlander Dirk de Gooijer organiseert vanuit zijn woonplaats Nordhausen fietsreizen in Midden-Duitsland. T 0049-3631-46 62 46 of www.gatochfietsen.eu

Meer over fietsen?

Bekijk onze fietsspecial met de fietsrouteplanner, fietsen van knooppunt tot knooppunt en meer!

Bron(nen):
  • Plus Magazine
Trefwoorden:

Reactie toevoegen