Ik was erbij: de treinramp bij Harmelen

Op maandag 8 januari 1962 botsten bij Harmelen in dichte mist twee reizigerstreinen op elkaar. Met 93 doden was het de grootste treinramp uit de Nederlandse geschiedenis. Dick Veenstra (71) uit Barendrecht zat in een van de treinen.

‘Jarenlang kon ik de gaatjes in mijn kiezen niet laten vullen. Het geluid van de tandartsboor deed me te zeer denken aan de treinen die in elkaar schoven. Ik was net terug van het toilet toen het gebeurde. Met een enorme vaart klapte ik naar voren. Een man riep nog: ‘De benen optrekken!’ Anderen gilden. Het leek eindeloos te duren voordat we stilstonden. Ons treinstel was ontspoord en halverwege opengescheurd. Op die plek sprong ik uit de trein. Overal lagen brokstukken en mensen die uit de trein waren geslingerd. Het gekrijs van de slachtoffers die vastzaten, was ondraaglijk. Ik kon niets doen om ze te bevrijden. Een conducteur sprak mij en twee andere jongemannen aan: de trein uit Groningen mocht er niet bovenop vliegen.

Wat een tegenwoordigheid van geest. ‘Ren zo hard als je kunt!’ Ik hoor het hem nog zeggen. We konden het spoor nauwelijks volgen door de dichte mist. Toen we de trein hoorden, zijn we gaan zwaaien met jassen en sjaals. Precies op tijd stond hij stil. Daarna ben ik mijn bewustzijn verloren.

Ik heb anderhalve week in het ziekenhuis gelegen met een zware hersenschudding. Dagenlang klonk er treurige muziek uit de radio. Nederland was in rouw. Mij maakte het alleen maar somberder. Dat koningin Juliana op bezoek kwam, was heel bijzonder. Net als de tachtig kaarten van kinderen die ik ontving.

Twee maanden later wilde ik met de trein van Rotterdam naar Leeuwarden. De conducteur heeft een collega gebeld, omdat ik niet durfde in te stappen. Die ging met me mee tot Meppel. Er helemaal overheen gekomen ben ik nooit. Ook al is er nu een spoorviaduct, nog altijd zet ik mij schrap als de trein Harmelen nadert.”

Door Dick Veenstra, (71) uit Barendrecht

Vrienden voor ’t leven

“Mijn vader, Hans Roest, was de enige overlevende uit zijn coupé. Hij moest losgesneden worden. Een huisarts uit Harmelen, dokter Speelman, is al die tijd bij hem gebleven, heeft hem bemoedigend toegesproken en voorkwam zo dat hij in paniek raakte. ­Tussen dokter Speelman en mijn vader is altijd een vriendschappelijke band blijven bestaan.” Door Kitty Spangenberg-Roest (67) uit Emmerich.

Plicht verzaakt

“Ik was 9 en kwam thuis op het moment dat mijn ouders dachten dat mijn dienstplichtige broer in de trein zat. Nog nooit heb ik ze zo ontredderd gezien. Later bleek dat hij zich had verslapen en de trein had gemist. Hij kreeg een week straf opgelegd van de legerleiding, omdat hij niet op tijd in de trein zat en dus zijn plicht had verzaakt.” Door Guus Raats (59) uit Zevenaar.

Oproep Ik was erbij: De Efteling

De Efteling bestaat bijna zestig jaar. Hoe indrukwekkend was uw eerste bezoek? En hoe graag wilde u weer terug? Wat maakte de meeste indruk? Stuur uw herinneringen uiterlijk  13 januari naar Redactie Plus Magazine, Postbus 44, 3740 AA Baarn (of naar redactie@plusmagazine.nl) o.v.v. Efteling.

Lees ook:

Bron(nen):
  • Plus Magazine

Reactie toevoegen