Testament ontcijferd

In een testament leg je vast wat er na je overlijden met je bezittingen moet gebeuren. Maar hoe begrijp je wat daar staat?

Even je testament nalezen is makkelijker gezegd dan gedaan, want testamenten zijn voor de leek vrijwel onleesbaar. “Enerzijds wil je dat mensen snappen wat er staat”, zegt Lucienne van der Geld, directeur van Netwerk Notarissen en docent notarieel recht aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. “Anderzijds wil je dat het juridisch klopt. Als notaris moet je laveren tussen die twee belangen.”.

Volgens Van der Geld zijn testamenten niet alleen moeilijk door de taal die notarissen gebruiken, maar ook door de constructies. Vaak wordt er van alles uit de kast getrokken, bijvoorbeeld om belasting te besparen of om te voorkomen dat de erfenis via een omweg alsnog bij die ex-schoonzoon terechtkomt.

Zelf probeert Van der Geld steeds vaker ‘hybride testamenten’ te ­maken. “Daarin schrijf ik alles eerst in gewone-mensen-taal en daaronder wat het juridisch is.” Maar wat moet je als je niet zo’n testament hebt? Wanneer moet er een alarm afgaan? We zetten enkele belangrijke aandachtspunten rond testamenten op een rij.

Verrassingen bij testamenten van vóór 2003

Een testament dat gemaakt is vóór 2003 kan tot vervelende verrassingen leiden. In het hui­dige erfrecht, dat uit 2003 stamt, staat dat de langstlevende partner erft. De kinderen moeten wachten; zij krijgen een vordering op hun langstlevende ouder. Hierdoor is de langstlevende partner automatisch erfgenaam. Maar bij langstlevende-testamen­ten van vóór 2003 kan het zijn dat de geërfde bezittingen niet automatisch op naam van de langstlevende komen. Dan moet er eerst een notariële akte ge-maakt worden, waarin alle bezittingen beschreven worden. Vervolgens moeten de bezittingen worden overgedragen aan de langstlevende partner. Dat is een hoop gedoe en niet nodig als het testament gemoderniseerd is.

Een ander belangrijk verschil is de ‘plaatsvervulling’. Als een kind om wat voor reden dan ook de erfenis verwerpt, treden de kleinkinderen in de plaats van dit kind. Dus als hun vader of moeder de erfenis verwerpt, erven zij. In testamenten die gemaakt zijn vóór 2003 komt de erfenis vaak niet bij het kleinkind terecht. Dit speelt wanneer in het testament staat: “Ik benoem mijn partner en kinderen tot erfgenaam met toepassing van plaatsvervulling volgens de wet geregeld.” Omdat het testament oud is, ligt het voor de hand dat hier verwezen wordt naar de oude wet. En volgens de wet vóór 2003 was plaatsvervulling bij een verworpen erfenis niet aan de orde.

Wil je er zeker van zijn dat de kleinkinderen erven als hun vader of moeder de erfenis verwerpt? Dan is het raadzaam om een ­modern testament te maken.

Een wet die niet meer bestaat

In oude testamenten staat bijna standaard dat kinderen het erfdeel van de eerst overleden ouder kunnen opeisen als de langstlevende ouder in een instelling wordt opgenomen die valt onder de Wet op de bejaardenoorden. Die wet bestaat al lang niet meer. Nu is er een eigenzorgbijdrage, die mensen moeten betalen als ze naar een zorginstelling gaan. Betekent dit dat kinderen in dit geval ook hun erfdeel kunnen opeisen? Misschien. Vaak moet er een rechter aan te pas komen om die vraag te beantwoorden. Beter is het om je testament aan te passen aan de huidige wetgeving.

'Ik onterf mijn kind'

Het is een eenvoudig zinnetje dat iedereen snapt: “Ik onterf mijn kind.” Toch is de praktijk niet eenvoudig. Het onterfde kind heeft hoe dan ook wettelijk recht op een deel van de erfenis. Dat is de ‘legitieme portie’. Binnen vijf jaar na het overlijden van de ouder kan het onterfde kind bij de andere erfgenamen aankloppen voor de legitieme portie. Die andere erfgenamen zijn de langstlevende ouder en de broers en zussen. Maar de broers en zussen hebben misschien nog geen cent van de erfenis in handen gekregen, omdat zij op hun erfdeel moeten wachten totdat de langstlevende ouder overleden is.

Ook heeft het onterfde kind recht op informatie. Hoe ziet de nalatenschap eruit? Zijn er schenkingen gedaan aan de andere kinderen? Een kind onterven kan voor (extra) conflicten zorgen. Voor de andere kinderen is het vaak beter als in het testament staat dat het onterfde kind een legaat krijgt ter waarde van de legitieme portie. Dat betekent dat het kind het bedrag van de legitieme portie ontvangt. Maar omdat hij dan legataris is en geen erfgenaam, mag hij zich niet met de erfenis bemoeien.

Vruchtgebruik moet vastgelegd worden

In stieffamilies wordt in testamenten nogal eens iets vastgelegd over het vruchtgebruik. Dan erven de kinderen bijvoorbeeld het huis, maar de partner – de stiefmoeder van de kinderen – krijgt het vruchtgebruik. Zij mag levenslang in het huis blijven wonen. Dat kan voor de stiefmoeder een mooie oplossing zijn en voor de kinderen wellicht ook, want zij zijn eigenaar van het huis. Zeker als er veel tijd zit tussen het overlijden van de vader en de stiefmoeder is vruchtgebruik financieel ook gunstig. In die periode stijgt het huis waarschijnlijk in waarde. Over die waardestijging betalen de kinderen geen erfbelasting, want de erfbelasting hebben ze al betaald toen ze het huis erfden en het minder waard was.

Ingewikkeld door kinderen uit twee relaties

Voor een leek is een ­zogeheten ‘tweetrapsmaking’ lastig te begrijpen. Het komt erop neer dat je beslist wie je erfgenaam is, maar ook wat er met (het restant van) de erfenis gebeurt als die persoon overlijdt. Je beslist dus twee keer. Het wordt vaak gebruikt bij echt­scheidingen. De ene ouder maakt een testament op waarin het kind erft. Met een tweetrapsmaking voorkomt deze ouder dat de erfenis via een omweg bij de andere ouder – de ex-partner – terechtkomt. Zo’n testament is na verloop van tijd niet meer relevant. Bijvoorbeeld als de ex-partner overleden is, of als het kind volwassen is en zelf een testament heeft of zelf kinderen heeft. Maar het kan ook een manier zijn om het betalen van erfbelasting uit te stellen.

In dat geval is de langstlevende partner erfgenaam 1 en de kinderen­ zijn erfgenaam 2. Zonder tweetrapsmaking ­krijgen de kinderen een vordering op de langstlevende ouder en over die vordering moet direct erfbelasting betaald worden. Dus als de langstlevende ouder nog leeft en de kinderen hun erfdeel nog lang niet hebben.Het kan zijn dat de langstlevende ouder de erfbelastingaanslag niet kan betalen, bijvoorbeeld omdat al het geld in het huis zit. Dankzij de tweetrapsmaking krijgen de kinderen geen vordering op de langstlevende ouder en hoeft er dus ook geen erfbelasting betaald te worden.Dat gebeurt pas als beide ouders overleden zijn. Dat werkt goed als er één ouder­paar is en één setje kinderen. Maar als het tweede relaties zijn en er zijn kinderen uit de eerste relatie en uit de tweede relatie, wordt het op deze manier reuze ingewikkeld.

Slimme constructies die nadelig zijn geworden

Sinds 2010 bestaat de Wet schenk- en erfbelasting en is het ­successierecht ingrijpend veranderd. Daardoor kunnen slimme ­constructies in testamenten die vóór 2010 gemaakt zijn weleens heel anders uitpakken. Doet het testament nog steeds wat je destijds voor ogen had? Dat is iets om kritisch naar te kijken. Waarschijnlijk moeten je wensen anders geformuleerd worden.

Bron(nen):