Tuinieren: hoe krijg ik mijn planten in bloei?

Vraag het aan Romke: mei 2019

Elke maand een lezersvraag over tuinieren. En handige tuintips. Deze maand: sommige planten, struiken en bomen groeien als kool, maar bloeien – ho maar. Hoe zit dat toch?

Tuinieren gaat niet altijd over ­rozen. Als je een blauweregen plant, heb je visioenen van een pergola die verdwijnt onder geurende bloemtrossen. Maar wanneer er na vijf jaar nog geen bloemtros is verschenen, begin je je toch af te vragen of het moment van bloeien ooit zal aanbreken.

Die blauweregen (Wisteria) is geen slecht voorbeeld, want de niet-bloeiende blauwe­regen is een van de meest voorkomende ­ergernissen. Nu is het zo dat de meeste blauweregens ooit wel gaan bloeien. Maar bij sommige variëteiten, zoals de witbloeiende, kan dat weleens een jaar of tien ­duren. ­Geduld is dan de enige optie.

Je kunt de bloei wel beïnvloe­den. Plant je een blauweregen in de schaduw, dan zal hij nooit zo rijk bloeien als in de zon. En ­verwen je de plant met mest die rijk is aan stikstof, dan stimuleer je de groei van het blad en dat gaat ten koste van de bloemen. Als een plant, struik of boom niet wil bloeien, is mesten vaak contraproductief. 

En tot slot bloeit de ene soort blauweregen sneller dan de andere. Wisteria sinensis is er vroeger bij dan Wisteria floribunda. Snelle bloeiers houden het overigens niet altijd lang vol. De ene plant kan ­honderden jaren oud worden, de andere geeft het al na een paar jaar op. Sommige vaste planten, zoals verf­kamille (Anthemis), bloeien al jong, maar bereiken ook snel de middelbare leeftijd, die zich uit in verminderde bloei. ‘Vroeg rijp, vroeg rot’ luidt het spreekwoord. 

Zon, mest en leeftijd kunnen kortom de bloei beïnvloeden. Maar er zijn veel meer redenen waarom een plant besluit om niet te bloeien. Neem de pioenroos. Die houdt van zon, maar zelfs daar kan hij het vertikken om te bloeien. Vaak heeft dat te maken met het feit dat hij te diep is geplant. Hij is dan eerder begraven dan geplant.

Pioenrozen hebben warmte nodig om goed te kunnen bloeien. Stop je ze te diep onder de grond, dan kan die warmte de wortelstokken niet bereiken. Je kunt wachten tot je een ons weegt. Het enige wat je kunt doen, is de pioenroos opgraven en hem opnieuw planten, maar dan oppervlakkig, met zijn neuzen boven de grond. 

Er zijn meer warmteliefhebbers. Iedereen kent het verschijnsel van tulpen die in bloei teruglopen. Het eerste jaar na het planten bloeien ze uitbundig, in hun tweede seizoen laat de helft het al afweten, en in het derde jaar krijg je alleen nog blad. Dit heeft te maken met gebrek aan warmte. Tulpen komen vaak uit streken waar het ’s ­winters ijskoud is en ’s zomers gloeiend heet. 

Bollenkwekers bootsen die zomerhitte na door de bollen ieder jaar op te rooien en ’s zomers warm te bewaren. Maar wij tuiniers laten ze in de grond. Daar is het te koud om bloemknoppen voor de volgende lente te ontwikkelen. Gevolg: wel blad maar geen bloem.

Zomerhitte gaat vaak gepaard met droogte. Een tulp heeft daar geen last van, maar er zijn planten die juist in de zomer vocht nodig hebben om bloemknoppen voor het volgende jaar aan te leggen. Dat geldt voor bepaalde bloembollen (zoals narcissen), maar vooral voor struiken. Als ­rododendrons ’s zomers te droog staan, ­zullen ze het volgende jaar niet bloeien. Hou daarom je rododendron in droge ­zomers nat. Maar zelfs dán kan het ­verkeerd ­aflopen.

Doordat we met z’n ­allen voort­durend de hele wereld rondreizen, ­importeren we in onze bagage, of aan onze kleren, of in onze vacht als we een hond zijn, allerlei ziekten en plagen. Van tijgermug en buxusmot tot olijfpest: al die ­kwalen ­brengen we zelf mee. In het geval van de ­rododendron bestaat de import uit een schimmel die ervoor zorgt dat de bloemknoppen zwart worden en ­verdrogen. Kerngezond blad, maar bloeien ho maar.

Die schimmel wordt verspreid door een cicade, een klein springbeestje. Als je ’s ­zomers stil bent, kun je tientallen cicaden met een ­knisperend geluid tussen het rododendronblad ­horen springen. Niet alle plagen zijn overigens ­recente ­immigranten. De narcis­vlieg, die van ­‘binnenuit’ de bloemknop in de narcisbol opeet, is al eeuwen geleden ingeburgerd.

Bloemknoppen kunnen verdrogen of door een schimmel worden aangetast, maar ze kunnen ook bevriezen. Dat gebeurt nogal eens bij hortensia’s. De struik zelf is vorstbestendig, maar de bloemknoppen zijn dit niet. Na een strenge winter laten veel ­hortensia’s het afweten. Misschien verklaart dit de populariteit van ‘Annabelle’, een van de weinige hortensia’s waarvan de bloemknoppen nooit bevriezen. 

Dan zijn er ook nog fruitbomen die een verschijnsel vertonen dat ‘beurtjaar’ wordt genoemd: het ene jaar bloeit de boom uitbundig, met als gevolg een overvloedige oogst, het jaar erna is er geen bloesem te ­bekennen. De goudreinette is een appel die om zijn beurtjaren bekend staat. Als je pech hebt, bevriest de bloesem terwijl de boom in bloei staat. Dan heb je twee beurtjaren achter elkaar.

De camelia heeft geen beurtjaren, maar bloeit zo vroeg dat de bloemen vaak bevriezen. Ze zijn dan gedeeltelijk bruin in plaats van wit, roze of rood. Wat dat betreft kun je het best een variëteit met rode bloemen planten. Daarbij oogt een bruin randje ­minder storend dan bij een witte bloem.

Bron(nen):