Lenny blogt: 45-plus vrouw van nu kan haar talent wél benutten

Goed nieuws! Voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis werkt meer dan de helft van de vrouwen van 45 jaar en ouder. Wat zou mijn moeder (91) daar graag bij geweest zijn. Maar ze had pech, in haar tijd stopten vrouwen met werken als ze trouwden.

Mijn moeder kon goed rekenen. Op de mulo was ze geen hoogvlieger, maar werken kon ze als de beste. En ze deed het maar wát graag. Ze sprak altijd liefdevol en met stralende ogen over de tijd dat ze een baan had. In de oorlog zat ze op kantoor in de melkfabriek, daarna kwam ze op de loonadministratie bij de Wereldhave in Rotterdam. Iedere dag reisde ze met de tram van Voorne-Putten naar Rotterdam. "Ik had altijd gedacht dat ik zou blijven werken", vertelde ze regelmatig, maar ze moest stoppen vanwege haar huwelijk in 1956. Dat was toen de gewoonte. Eerst nog een wettelijke plicht. Daarna niet meer, maar ook toen was het in gezinnen not done om als getrouwde vrouw te werken. De man werd erop aan gekeken - kon hij zelf zijn gezin niet onderhouden? - en jij als vrouw ook. Want hoe durfde je je kinderen dat aan te doen?

Toch vroeg PvdA-Kamerlid Corry Tendeloo al in 1955 aan de regering om het arbeidsverbod voor getrouwde vrouwen in overheidsdienst op te heffen. De confessionele partijen, die een Kamermeerderheid hadden, waren tegen. De motie werd toch aangenomen omdat de confessionele vrouwen in de Kamer vóór stemden. De regering besloot de motie uit te voeren.
Maar een mentaliteitsverandering heeft meer tijd nodig; die komt op kousenvoeten. Pas vanaf 1985 gingen vrouwen grootscheeps de arbeidsmarkt op, aldus Peter Hein Mulligen van het CBS.

In de Volkskrant zegt een lotgenote van mijn moeder: "Als je helemaal niet werkt, waar haal je dan je voldoening uit?" Ik denk dat het voor mijn moeder precies hetzelfde was. Ze verzon de ene list na de andere: deed als gehuwde vrouw de loonadministratie van haar vader en later - ook thuis aan de keukentafel - de administratie van de plaatselijke Woningbouwvereniging. Daarnaast bekleedde ze tal van bestuursfuncties, bijvoorbeeld bij de Plattelandsvrouwen en de lokale bibliotheek. Altijd bezig, altijd onderweg.

Het voorkwam dat ze gefrustreerd werd, maar zonde van haar talenten en arbeidszin was het natuurlijk wel. Ik denk dat zij er altijd onder geleden heeft dat ze toendertijd haar baan moest opgeven. En ik weet zeker dat zij daarin niet uniek is, maar dat dit voor veel vrouwen van haar generatie geldt. De inhaalslag is gemaakt en mijn generatie profiteerde er volop van. Maar voor hen kwam die te laat.