Skiën verleer je niet. Toch?

Veel 50-plussers gaan vaak na een jarenlange onderbreking weer skiën. Ook journaliste Anne Wesseling (1966) staat na dertig jaar weer – met knikkende knieën – op de piste. “Johann! Nicht so schnell!”

Skileraar Johann Pfister wijst met zijn skistok op de kaart van het skigebied Zillertal Arena. “Kijk, we zijn nu hier op de Rosenalm. Straks kunnen we hierboven naar het Übergangsjoch, nemen we hier de rode piste en daar de stoeltjeslift en dan gaan we lunchen op de Kreuzwiesenalm. Morgen gaan we naar de overkant van het dal. Daar heb je trouwens een mooi uitzicht op de Harakiri, dat is de steilste piste van Oostenrijk. Maar die nemen we niet, hoor.”

‘Gewoon goed voorover leunen!’

“Wacht even, ik heb ruim dertig jaar niet geskied hoor, Johann!” zeg ik. “Ik ben een herintreder, een Wiedereinsteiger. Zullen  we beginnen op de babypiste?” Even later staan we op de Zauberteppich, een soort lopende band, maar dan heuvelopwaarts. Ik sta tussen de kleuters en dat vind ik helemaal niet erg, want dat hele ‘wieder einsteigen’ leek thuis best een leuk plan – “Skiën verleer je niet!” zei iedereen – maar nu ik eenmaal in de sneeuw sta, heb ik vreselijke spijt van de hele onderneming. Ik wil niet hard, en al helemaal niet bergaf! “Gewoon goed voorover leunen!” zegt Johann. Ik knijp nog net niet mijn ogen dicht. Maar inderdaad: het gáát, op dat beginnershellinkje – ik weet tenminste nog hoe ik moet remmen. Na een paar voorzichtige rondjes op de babypiste skiën we verder de berg af en na twee keer oefenen op de blauwe piste, zo langzaam mogelijk en in het kielzog van Johann, heb ik al praatjes. “Zeg Johann, die liftpas hoef je niet eens meer uit je jaszak te halen, wat handig! Ik kreeg als kind nog een kartonnen knipkaart om mijn nek, aan een touwtje. Maar goed, dat was in 1973…”

De bibbers

Steeds meer 50-plussers gaan na jarenlange afwezigheid op de piste weer skiën, en mensen als Johann zijn hierin gespecialiseerd. Hij helpt me over mijn eerste angst heen en ziet ook meteen hoe ik mijn techniek kan verbeteren. Het is een kwestie van uitproberen en oefenen, dan gaat het steeds beter. Maar tijdens de eerste de beste rode afdaling vanaf de Karspitz krijg ik alsnog de bibbers. De piste is steiler, de sneeuw is ijzig en ik word bloednerveus van de links en rechts langs suizende snowboarders. Als een eendje ga ik achter Johann aan, constant remmend en stoppend en zachtjes jammerend. “Johann! Nicht so schnell!”

Een grote ontdekking

Na de lunch, eenmaal weer uitgerust, gaat het beter. De grootste ontdekking zijn trouwens niet de moderne skipassen of de luxe stoeltjesliften (met een overkapping, zodat je lekker uit de wind zit); het is dat het skiën gewoon gemakkelijker lijkt te gaan dan vroeger. Johann: “De moderne carveski’s zijn lichter, breder en korter dan de oude ski’s, en ze hebben een gebogen vorm waardoor je heel gemakkelijk een bocht maakt.” Na de lunch neemt Johann de tijd om de alpine Grundstellung grondig met me door te nemen. Die basishouding was er volgens mij nog niet toen ik vroeger les had. Ik moest destijds eerst netjes een V-ploeg maken, dan een stok in de sneeuw prikken en daar vervolgens omheen draaien. Tegenwoordig draait alles om het evenwicht. Een goede oefening is deze: pak je skistokken horizontaal met twee handen vast en hou ze voor je, aan de kant van het dal. Ga zo de piste af, steeds leunend op de dalski, afwisselend links, rechts, links, rechts. Plotseling voel ik wat de bedoeling is. Moeiteloos gaat het.

Niet meer stoppen

De laatste ochtend ski ik alleen op de Horberg, op de vertrouwde blauwe piste, de Tappenalm. Ook zonder Johann gaat het goed. Om twaalf uur ga ik naar het restaurant waar fotograaf Jurjen aan het werk is, maar op het laatste moment keer ik om. Ik wil nog één keer deze piste af. Veel te laat ontdek ik dat ik in de rij voor de verkeerde stoeltjeslift ben beland. Deze gaat totaal de andere kant op. Richting Harakiri. Ga ik terug? Nee, dat is flauw, het komt vast goed. Inderdaad: vanaf hier gaat er gelukkig ook een blauwe route naar beneden. Halverwege, bij een uitkijkpunt, stop ik even. Er hangen wolken in het dal, maar hierboven is het zonnig, de lucht is fris, ik hoor achter me alleen het geluid van ski’s in zachte sneeuw. Diep ademhalen en dan weer dóór. Het genieten zit ’m niet alleen in het skiën zelf: de grootste kick komt van dat ik dingen doe waar ik stiekem tegen opzag; ze lopen niet alleen goed af, maar ik krijg ook steeds meer zelfvertrouwen. “Het gaat goed hè?” zegt Jurjen, als ik een kwartier later met een zwierige bocht naast hem tot stilstand kom.  “Ik wil niet meer stoppen!” zeg ik. Hij moet lachen en ik ook. Eergisteren nog bibberend op de babypiste, en kijk me nu eens! Dat is de triomf van de Wiedereinsteiger.

Tips van Johann

Drie tips voor ‘herintreders’ van skileraar Johann Pfister:

  1. Doe vooraf skigymnastiek, liefst minimaal een maand van tevoren. Dat helpt om spierpijn te voorkomen en zorgt ook voor extra conditieopbouw.
  2. Huur ter plaatse ski’s, skischoenen en een helm. Zo ben je verzekerd van het nieuwste materiaal. Moderne ski’s zijn niet te vergelijken met het materiaal van tien of twintig jaar terug.
  3. Neem les, in elk geval de eerste dag. Een goede leraar helpt je over de eerste drempelvrees heen en kan je techniek helpen verbeteren. Bovendien weet hij of zij de weg in het skigebied.

Praktische informatie

  • Wie overweegt na een  lange onderbreking weer  te gaan skiën, kan in veel – vooral Oostenrijkse – skigebieden terecht. Daar zijn skileraren erin gespecialiseerd om herintreders op weg te helpen. Wie het Duits machtig is, googelt op ‘Wiedereinsteiger’.
  • Overnachten: Ferienhotel Neuwirt in Schwendau is een prettig familiehotel met een spa.
  • Eten en drinken: GasthofPension Hubertus in Hippach, populair vanwege de lokale specialiteiten.
  • Het Zillertal in Tirol is 45  kilometer lang. Er zijn vier skigebieden tot ruim 2500 meter. Nederlandse informatie vindt u hier.
  • Informatie over Oostenrijk: Oostenrijks Verkeersbureau.

Reactie toevoegen