Veilig op de snelweg

Snelwegen zijn meestal de vlotste manier om met de auto van A naar B te gaan. Maar nogal wat ouderen voelen zich er niet echt thuis met de hoge snelheden en drukte. Wat is daaraan te doen?

Snelwegen komen gevaarlijker over dan ze in werkelijkheid zijn. Dat heeft vooral te maken met de hoge snelheid en auto’s die op meerdere banen naast elkaar rijden. Toch gebeuren de meeste verkeersongelukken niet op snelwegen maar op 80- en 50 kilometer wegen.

Snelwegen hebben namelijk het voordeel dat al het verkeer dezelfde kant op rijdt (geen tegenliggers), er geen kruispunten zijn en er geen langzamere verkeersdeelnemers (fietsers en voetgangers) de weg delen. Dat neemt niet weg dat rijden op de snelweg voorzichtigheid en voortdurende aandacht vraagt.

Snelheid

Hoe hard je mag rijden op de verschillende snelwegen in Nederland is voor veel mensen niet altijd even duidelijk. Dat komt doordat snelwegen soms in stukken met verschillende maximale snelheden zijn ingedeeld. Mist u even een snelheidsbord omdat u uw aandacht nodig had bij het verkeer, dan is een nieuwe maximale snelheid makkelijk gemist.

Het helpt om in die gevallen te letten op de kilometerpaaltjes met daarop de maximum snelheid, alhoewel die niet altijd goed te lezen is. Ook staat er aan het einde van iedere snelwegoprit een bord met de maximum snelheid voor de nieuwkomers op de weg.

Let eventueel op de snelheden van de andere weggebruikers, vooral op de rechterstroken. Daaraan ziet u meestal wel hoe hard gereden mag worden. Sowieso is het een goed idee uw snelheid aan te passen aan die van de overige automobilisten.

Een handig hulpmiddel bij het zien van de maximale snelheid is een navigatie-apparaat in uw auto. Die toont gewoonlijk de maximum snelheid ter plaatse en geeft eventueel een signaal als u te hard rijdt.

Maximum en minimum

De standaard maximum snelheid op snelwegen in Nederland is 130 km/uur. Maar als een verkeersbord of matrixbord bijvoorbeeld 100 aangeeft, mag u niet harder dan 100 km/uur. Lastiger te interpreteren zijn de snelheidsborden met een tijd eronder, bijvoorbeeld: 6-19 h. Als er op zo’n bord 120 staat, betekent dit dat u tussen 6 uur ’s ochtends en 7 uur ’s avonds 120 mag en daarbuiten 130. 

Er is geen minimumsnelheid op de snelweg, maar het is verstandig uw snelheid zoveel mogelijk aan het andere verkeer aan te passen. Te langzaam rijden op een snelweg waar het niet hoeft, is niet alleen hinderlijk voor anderen maar verhoogt ook juist de kans op ongelukken.

Afstand houden

Omdat het tijd kost om te reageren op een noodsituatie, zoals een plotseling remmende auto voor u, is het altijd belangrijk voldoende afstand te houden. Daar komt bij dat een auto ook nog een redelijk stuk asfalt nodig heeft voordat hij stilstaat.

Bijvoorbeeld bij 120 km/uur is uw remweg meer dan 100 meter. Als het nat is, is dat nog meer. Om die reden is het verstandig om minimaal de afstand tussen twee kilometerpaaltjes langs de weg vrij te houden tussen u en de auto voor u.

De juiste strook

Er zijn nogal wat automobilisten die op een snelweg met meer dan twee rijstroken niet van baan wisselen maar op de middelste strook blijven rijden. Zelfs al zouden ze qua snelheid beter rechts kunnen rijden. Het voelt blijkbaar veiliger voor sommige mensen, maar dat is het niet: u loopt dan de kans ook rechts te worden ingehaald.

Dat is op zich verboden maar gebeurt veelvuldig in zo’n situatie. Ga daarom altijd naar de strook waar het verkeer met ongeveer dezelfde snelheid als u rijdt en blijf niet onnodig hangen op de middelste- of linkerbaan.

Spookrijden

Het gebeurt nog te vaak dat automobilisten via een af- of oprit op de verkeerde kant van de snelweg terechtkomen en zo tegen het verkeer in komen te rijden. Let daarom altijd bij af- of opritten goed op de rode eenrichtingsverkeersborden met de witte streep en de tekst Ga terug. Pijlen op de weg die uw kant op wijzen zijn ook een indicatie dat u aan het spookrijden bent.

Bent u toch onbedoeld op de verkeerde helft van de snelweg terechtgekomen, rij dan nooit door tot de volgende afrit en probeer ook niet om te keren. Zet de auto zo snel en veilig mogelijk op de vluchtstrook stil, zet uw alarmlichten aan en bel 112 voor assistentie.

Hulp van de navigator

Navigatiesystemen in de auto zijn tegenwoordig heel normaal en zeer handig als hulpje. Ze zorgen ervoor dat u niet meer voortdurend op de routeborden langs de weg hoeft te letten en waarschuwen u als u te hard rijdt of er een gevaarlijke situatie onderweg is.