Hoort u bij de groep van ruim 700.000 mensen die tussen 1958 en 1960 geboren is? Dan krijgt u sinds kort AOW óf u gaat die binnenkort ontvangen. Daardoor verandert er fiscaal ineens veel en dat kan voor teleurstellingen zorgen bij de eerstvolgende belastingaangifte. Lees hier hoe u die kunt voorkomen.
AOW’ers: lager belastingtarief
Als u de AOW-leeftijd bereikt, betaalt u in box 1 (inkomen uit AOW, pensioen, loon) geen AOW-premie meer. Het belastingtarief wordt daardoor lager. Maar doordat de regels niet altijd goed worden toegepast, kan dat bij de belastingaangifte rondom de AOW-leeftijd soms tegenvallen.
Gebroken jaar
In het jaar dat de AOW ingaat, is het voor de meeste mensen geen ‘volledig AOW-jaar’, want u bereikt de AOW-leeftijd op uw 67e verjaardag: ergens gedurende het jaar. Dat kan ervoor zorgen dat de belastingdruk anders uitpakt dan u verwacht. Voor een deel van het jaar komt u in andere belastingtarieven terecht én u krijgt niet meer één salaris; in plaats daarvan ontvangt u pensioen uit meerdere bronnen, zoals AOW van de Sociale Verzekeringsbank en aanvullend pensioen van één of meerdere pensioenfondsen.
In zo’n ‘gebroken jaar’ is de definitieve berekening van de belasting die u moet betalen pas bij uw aangifte, tenzij u een voorlopige aanslag (VA) aanvraagt (zie ook hierna). Dat is één van de redenen dat het bruto-nettoplaatje er bij de aangifte anders uitziet dan u gewend bent.
Let op de loonheffingskorting!
Maar nog belangrijker is de toepassing van de loonheffingskorting. Dit is een korting op de belasting die wordt ingehouden op uw inkomen, zoals loon, pensioen of een AOW-uitkering. Door die loonheffingskorting houdt u elke maand netto meer inkomen over, maar u mag die loonheffingskorting maar op één inkomen laten toepassen.
Veel mensen hebben bij de AOW-start meerdere inkomensbronnen, zoals:
- AOW (via de Sociale Verzekeringsbank)
- aanvullend pensioen (pensioenfonds/verzekeraar)
- eventueel loon uit werk (doorwerken)
- soms ook een lijfrente-uitkering
Als op meerdere inkomensbronnen ongemerkt heffingskortingen verkeerd worden toegepast, krijgt u netto iedere maand een te hoog bedrag en corrigeert de Belastingdienst dat bij de eerstvolgende aangifte. Dat kan betekenen dat u moet bijbetalen. De Belastingdienst waarschuwt hier actief voor.
Tip om bijbetalen te voorkomen
Zorg er daarom voor dat de loonheffingskorting bij één uitkeringsinstantie wordt toegepast. Meestal is dat de Sociale Verzekeringsbank voor AOW. Maar wat de beste manier is om de heffingskorting toe te passen, verschilt van geval tot geval. Daarom heeft de Belastingdienst een handige tool ontwikkeld die helpt om de voordeligste manier uit te rekenen:
U kunt pensioenfonds(en) vragen de kortingen niet meer toe te passen. De meeste fondsen hebben daar een eigen formulier of procedure voor. Informeer daarnaar. Let op: uw maandbedrag wordt dan lager, maar u voorkomt zo verrassingen achteraf.
Maak gebruik van de voorlopige aanslag!
U kunt verrassingen ook voorkomen door gebruik te maken van de voorlopige aanslag, of — als u daar al gebruik van maakt — deze aan te passen als dat nodig is. Op die manier is de Belastingdienst op tijd op de hoogte van uw situatie. Dat kan heel eenvoudig via mijn.belastingdienst.nl
Meer informatie vindt u op belastingdienst.nl/voorlopigeaanslag. Komt u er niet uit? Wij helpen u graag. Dat kan online, telefonisch of bij u in de buurt. Op belastingdienst.nl/contact maakt u gemakkelijk een afspraak. Of bel de Belastingtelefoon op 0800-0543. Hulp van de Belastingdienst is gratis.
Extra aandachtspunt: doorwerken na AOW
Doorwerken na de AOW-leeftijd mag gewoon en heeft geen invloed op de hoogte van uw AOW. Maar als u doorwerkt, is het nóg belangrijker om gebruik te maken van de voorlopige aanslag, want fiscaal gebeurt er vaak het volgende:
Uw extra loon kan ervoor zorgen dat een deel van uw inkomen in een hogere tariefschijf valt.
Omdat de loonheffing per inkomensbron apart wordt berekend, kan het totaal aan ingehouden belasting te laag zijn. Zeker als u ook nog loonheffingskorting bij een verkeerde bron toepast. Ook dat wordt pas bij de aangifte verrekend.
Voor sommige doorwerkers zorgt dat voor een tegenvaller. Lees hier meer over doorwerken na de AOW en belastingen.
Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met de Belastingdienst